Beleidsnota

I. ONS DOEL

1.1. Doelstelling

De Stichting De Club Van Tien Miljoen (CVTM) wil bekendheid geven aan het probleem van de overbevolking in de wereld en met name in Nederland. De CVTM streeft naar verbreiding van het besef, dat overbevolking leidt tot schade aan en tot vermindering van het welzijn van mens en dier. Overbevolking staat een voorziening in de fundamentele levensbehoeften van mens en dier in de weg.

De stichting roept de Nederlandse burger op tot een bewust gedrag in de privé-sfeer en doet een beroep op de Nederlandse overheid om met de daarvoor beschikbare middelen (subsidies, belastingstelsel, overheidsvoorlichting) te streven naar een kleiner aantal geboorten en een kleiner aantal immigranten.

1.2. Een oud streven is opnieuw actueel

Het besef dat overbevolking ons tot de afgrond leidt, is niet nieuw. Rond het jaar 1970 was dit besef in Nederland breed aanwezig. Veel politieke partijen hadden destijds een bevolkingsparagraaf opgenomen in hun verkiezingsprogramma. In 1977 voltooide de Staatscommissie Muntendam haar werk. Aan het rapport van die commissie werd uitgebreid aandacht besteed, onder meer door de uitgave van een populaire versie in de Aulareeks. In dezelfde periode uitte koningin Juliana in de troonrede haar zorg over de overbevolking in ons land.

Na het midden van de jaren ‘70 is de belangstelling voor het probleem van de overbevolking snel gaan afnemen. Een aantal factoren van uiteenlopende aard kan daarbij een rol hebben gespeeld.

 

  • Door de snelle afname van het aantal geboorten meende men dat een afnemende bevolking vanzelf zou worden gerealiseerd. Actie en voorlichting van de overheid zouden daarbij niet nodig zijn.
  • Naarmate de immigratie toenam, werd het onderwerp immigratie steeds minder bespreekbaar.
  • Doordat immigratie niet langer bespreekbaar is, kan ook niet meer worden gesproken over die andere oorzaak van bevolkingsgroei: het geboortenoverschot.
  • Dankzij de toenemende individualisering leven mensen steeds meer voor zichzelf en zijn ze steeds minder bezig met het algemeen belang. Hierin past de gedachte dat het voortbrengen van kinderen, ongeacht hun aantal, een zuivere privé-aangelegenheid is.
  • Veel mensen zijn moedeloos en koesteren het niet uitgesproken besef dat de wereld toch verloren gaat. Volgens hen is het zinloos om je in te zetten voor het behoud van de leefbaarheid van de wereld.
  • Een onaantastbaar geloof in de oneindige groei van de welvaart is groot. Men beschouwt bevolkingsgroei als normaal, omdat die er altijd is geweest. Men associeert een toename van de bevolking met een toename van afzetmogelijkheden en winst.
  • Vanwege de overigens onterechte angst voor de vergrijzing en de daarmee gepaard gaande mogelijke onbetaalbaarheid van de sociale voorzieningen voor ouderen nu en in de toekomst stimuleren overheden zowel de groei van de immigratie als van de geboorten.
  • De welvaart maakt dat we niet willen nadenken over het overbevolkingsvraagstuk.

 

1.3. Richten op Nederland

De CVTM richt zich vooral op Nederland. Het probleem van de overbevolking is immers nergens in Europa zo groot en zo duidelijk als in Nederland waar de bevolking veel sneller groeit dan in de andere Europese landen.

1.4. Daarnaast wel aandacht voor het buitenland.

Wij pleiten ervoor dat in het buitenlands beleid de bevolkingspolitiek aandacht krijgt. Nederland zou meer dan tot nu toe in de internationale organen moeten pleiten voor geboortenbeperking in de ontwikkelingslanden én in de rijke landen.

1.5. De legitimatie van onze actie

De regering doet wél aan symptoombestrijding, maar bestrijdt niet de overbevolking zelf. Wij beseffen dat een pleidooi voor een afnemende bevolking op het eerste gezicht niet sympathiek zal overkomen. Het lijkt erop, dat wij als Stichting de Nederlanders een vanzelfsprekende vrijheid willen afnemen.

Wij willen niet de fout maken oplossingen aan te bieden, voordat wij hebben duidelijk gemaakt dat er zonder een ander beleid een groot probleem gaat ontstaan. Dit probleem bestaat niet alleen uit overlast. Ook de voorziening in de eerste levensbehoeften en de mogelijkheden tot persoonlijke ontplooiing staan op het spel. Op dit moment kunnen weinig mensen uit de waarneembare werkelijkheid afleiden, dat onze voedselvoorziening en onze energievoorziening in gevaar kunnen komen. Wij zullen trachten dit onder de aandacht brengen.

Verder kunnen tekorten aan voedsel en brandstof bij een hoge bevolkingsdichtheid in combinatie met een hoog welvaartspeil slechts worden bestreden ten koste van de schepping: aantasting van de rijkdom aan dieren en planten in een schrikbarend tempo.

Er zal een afweging nodig zijn bij het hanteren van de verschillende mensenrechten: zo kan het recht op een leefbaar bestaan bijvoorbeeld worden afgewogen tegen het recht zich onbeperkt voort te planten, onbeperkt te bouwen, onbeperkt vluchtelingen op te vangen en onbeperkt huwelijkspartners naar Nederland te halen.

1.6. Onze naam

De CVTM is een demografisch georiënteerde stichting. De naam "De Club van Tien Miljoen" wordt inmiddels steeds bekender en leidt minder tot verwarring dan in onze beginfase, toen sommigen dachten aan een club van miljonairs. Verandering van de naam is praktisch gezien onmogelijk en zou veel problemen opleveren. Er bestaat ook veel waardering voor de naam omdat die heel duidelijk aangeeft wat wij als Stichting precies willen.

Wij hebben ervoor gekozen om de ondertitel "Méér mens met minder mensen" duidelijk te profileren.

1.7. Concrete doelstellingen ten aanzien van de instrumenten

Het is niet goed om alleen met lange-termijndoelstellingen (10 miljoen inwoners in het jaar 2050) bezig te zijn. De CVTM zal om aan te spreken ook een aantal doelen van de korte termijn moeten formuleren. We denken daarbij aan de volgende punten.

  • Een uitspraak over een wenselijk geboortencijfer.
  • Normen over immigratie, emigratie en migratiesaldo.
  • Uitspraken over de manier waarop we ons doel willen bereiken: overheidsvoorlichting, de toelating van vluchtelingen, het kinderbijslagsysteem, premies voor kinderloze mannen en vrouwen.
  • De wenselijkheid van meer en grotere natuurgebieden en landschapsbehoud.

 

II. ONZE STRUCTUUR

2.1. De structuur van het bestuur


De CVTM is in 1994 begonnen als een initiatief van Paul Gerbrands, de huidige voorzitter. Het is vooral aan zijn inzet en die van een aantal medestanders van het eerste uur te danken dat de CVTM geworden is wat zij nu is.

Sinds een paar jaar hebben wij een ingang bij de pers, bij omroepen en politieke partijen. Maar vanwege de gevoeligheid van het onderwerp blijft uiterste zorgvuldigheid geboden. Wij zouden onze contacten snel kunnen verspelen door ondoordachte uitspraken, door tweedracht binnen onze beweging of door een inconsistente gedragslijn.

Bestuursleden worden alleen geselecteerd op geschiktheid en loyaliteit, niet op geslacht of afkomst. Het is van belang dat het bestuur autonoom en eensgezind is. Om die reden heeft het huidige bestuur een klein aantal leden. Vacatures in het bestuur worden ingevuld door coöptatie. Het bestuur acht het wenselijk, dat de voorzitter bij de besluitvorming een sterke rol blijft spelen: het is van belang één gezicht naar buiten te tonen.

2. 2. Vereniging of stichting

Op dit moment is de CVTM een stichting. Omzetting tot een vereniging is niet wenselijk. Het bestuur zou dan afhankelijk worden van een ledenvergadering waarmee het de zo noodzakelijke autonomie zou verliezen. Er zou dan een coup kunnen plaatsvinden, waarbij een dissidente groep in een ledenraad het bestuur wegstemt en een andere, ongewenste, koers gaat varen.

Gevolgen van deze stichtingsvorm: (a) bestuursleden zijn in geval van wanbeleid samen aansprakelijk voor de verplichtingen jegens derden, behalve indien er sprake is van individueel wanbeleid van een of meer bestuursleden. Het bestuur kiest derhalve voor een beleid, waarbij geen verplichtingen worden aangegaan die niet kunnen worden waargemaakt.

(b) inkomsten zijn minder zeker. De CVTM is afhankelijk van donateurs. Een donateursbestand is uit de aard van de zaak vluchtiger dan een ledenbestand. Het is bekend, dat bij iedere organisatie een deel van de donateurs na enkele jaren afhaakt. De CVTM zal dan ook terughoudend moeten zijn met het aangaan van verplichtingen met een meer structureel karakter.

2.3. De eensgezindheid in de achterban

Het bestuur zal verschil in zienswijze steeds onderkennen en zorgen voor een duidelijk standpunt over wat in de visie van de CVTM aanvaardbaar is en wat niet. Op die manier kan de noodzakelijke eensgezindheid blijven bestaan. Het grote taboe op het onderwerp overbevolking vereist extra aandacht voor de correctheid van teksten en uitspraken van de Stichting. Het bestuur ziet er daarom op toe dat niemand, die daartoe niet bevoegd is, namens de CVTM uitspraken doet. Met donateurs die onacceptabele uitspraken doen, worden de banden verbroken. In dit verband stelt het bestuur duidelijk dat de Stichting zich vierkant keert tegen iedere vorm van racisme en discriminatie.

2.4. Willen we een politieke partij worden?

Wij streven er niet naar uit te groeien tot een politieke partij, maar we sluiten het ook niet uit. We hebben daarvoor de volgende motivatie.

 

  • Op dit moment hebben wij slechts één doelstelling. Hiermee zouden we een single issue partij zijn. Tegelijkertijd stellen we vast dat het thema overbevolking zo breed is dat we alle ingrediënten in huis hebben voor een breed verkiezingsprogramma.
  • Onze beweging heeft sympathisanten met allerlei politieke achtergronden. Als beweging kunnen we sympathie verwerven, maar als politieke partij zullen wij bestreden worden door de bestaande politieke partijen, omdat we door hen als concurrent zouden worden beschouwd.
  • Voor het optreden als partij zou een fors kapitaal nodig zijn om zinvol te kunnen starten. Tijd en geld kunnen we nu beter voor andere doeleinden gebruiken.

 

2.5. Willen we een massabeweging zijn?

In eigen kring zijn er discussies geweest over de vraag, of er niet veel meer geld zou moeten worden ingezet voor de vergroting van het donateursbestand. Op basis van een groot donateursbestand - zo zegt men - zouden wij meer gewicht in de schaal kunnen leggen bij de pers en gemakkelijker een ingang kunnen krijgen bij de politiek.

Er is een aantal argumenten om niet eenzijdig in te zetten op deze lijn.

  • De ervaringen van de afgelopen jaren hebben ons geleerd, dat het ook zonder een grote achterban mogelijk is om toegang te krijgen bij de pers, de omroep en enkele leden van politiek partijen teneinde onze boodschap uit te dragen. Dé voorwaarde hiervoor is een goede naam, goede ideeën en goede brochures.
  • De praktijk heeft geleerd, dat het zinvol is om contacten te leggen en te onderhouden met invloedrijke personen: kamerleden, bestuursleden van politieke partijen, journalisten, hoogleraren.
    Het opent weer nieuwe deuren.
  • De weg naar een grote beweging ligt niet automatisch voor ons open. Er is geen duidelijke garantie, dat de inzet van meer middelen leidt tot een groter aantal donateurs. Wel is het een zeer grote steun in de rug over een klein kapitaal te beschikken waarmee de continuïteit van ons werk en de kwaliteit van onze publicaties worden gegarandeerd.
  • Een te snelle groei van onze beweging zou kunnen betekenen, dat er op posities binnen de Stichting ongemerkt personen (racisten) komen die onze beweging zouden kunnen schaden.

 

III. ONZE ACTIVITEITEN

3.1. Ondersteuning van het bestuur


Om taken van het bestuur over te nemen worden er uit betrouwbare én deskundige donateurs werkgroepen gevormd, die het bestuur terzijde staan. Gezien het aanbod van vrijwilligers en gezien de werkdruk binnen de Stichting is het niet altijd mogelijk om alleen maar met (werkgroepen van) vrijwilligers te werken. Wij denken voor de toekomst wel aan het inschakelen van betaalde krachten. Maar voorlopig beperken wij ons tot het uitbesteden van grootschalig druk- en verzendingswerk. Wij kunnen immers de taak van werkgever nog niet aan. Beter is het om taken als stukwerk uit te besteden aan een professionele instelling. Misschien zijn ook relaties van onze achterban bereid tot een dergelijke dienstverlening.

3.2. Nieuwsbrief

De nieuwsbrief is als contactorgaan een belangrijke schakel tussen het bestuur en de donateurs. De nieuwsbrief zou ook interesse moeten kunnen wekken bij degenen met wie wij nog geen band hebben. Het zou zinvol zijn, als de nieuwsbrief drie maal per jaar zou kunnen blijven verschijnen, ongeveer op voorspelbare momenten. Het werk zou alleen over meerdere bestuursleden en actieve leden moeten worden verdeeld.

3.3. Adviesraad en werkgroepen

De Adviesraad houdt zich bezig met de beoordeling van diverse beleidsnotities. Naast de Adviesraad worden nu al tijdelijke of permanente werkgroepen gevormd voor het schrijven van rapporten of voor het volgen van bepaalde beleidsterreinen. Dat zou meer kunnen gebeuren. Onderwerpen, die o.m. door werkgroepen geanalyseerd zouden moeten worden: de achteruitgang van het milieu, de voedselsituatie, de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen.

Het zou zinvol zijn om door één of meer werkgroepen te laten volgen, wat er in andere landen gebeurt op het gebied van de overbevolking en of daar wel sprake is van overheidsbeleid.

3.4 Contacten met (nieuwe) donateurs

Om informeel en persoonlijk contact mogelijk te maken zouden voor degenen die daarin belang stellen, regionale bijeenkomsten kunnen worden gehouden, waarbij bestuursleden aanwezig zijn.

3.5. Voorlichtingsmateriaal

Om ons als Stichting te kunnen profileren hebben we goed foldermateriaal nodig. Op dit moment beschikken wij over voldoende folders en brochures.

Daarnaast zouden in andere folders de volgende thema’s aan de orde kunnen komen.

 

  • De economische kwetsbaarheid van Nederland.De achteruitgang van de kwaliteit van het leven
  • De economische schade als gevolg van files en een verminderde bereikbaarheid van bedrijven
  • Het verloren gaan van natuurgebieden
  • De toename van de criminaliteit
  • De noodzaak om als overbevolkt land te beginnen met een ombuiging van de bevolkingsgroei en daarmee een voorbeeld te zijn voor andere landen.

 

Wij zullen in de komende jaren in toenemende mate aandacht gaan besteden aan het leggen van contacten met de generatie die na 1970 is geboren. Voor deze generatie willen wij onderwijsmateriaal ontwikkelen. Immers, het is onze indruk, dat het probleem van de overbevolking bij deze generatie het minst leeft, terwijl zij de ouders van de toekomst zijn.

3.6. De zin van advertenties

De verwachting, dat advertenties kunnen worden beschouwd als een investering, die zichzelf terugverdient in de vorm van hogere giften van donateurs is tot op heden niet uitgekomen. Wel hebben advertenties, zij het in beperkte mate, geleid tot meer donateurs. Een ander effect is dat lezers weten dat er een Stichting is die zich bezighoudt met de problematiek van de overbevolking en zo de indruk krijgen dat er tenminste weer over het onderwerp overbevolking kan worden gepraat. Verder dienen advertenties onze naamsbekendheid. Maar de beste vorm van reclame tot nu toe is de reclame van mond tot mond, een goed verzorgde brochure, een goed artikel in de krant of een zinvolle radio- of tv-uitzending over onze Stichting.

3.7. Adhesiebetuigingen

Op dit moment meten wij aan het aantal donateurs af hoe groot onze aanhang is. Misschien is dit een minder goed idee. Er zullen veel Nederlanders zijn, die zich wel kunnen vinden in onze ideeën maar voor wie donateur worden een te grote stap is. Juist aan deze groep zouden wij een andere mogelijkheid moeten bieden. Wij denken aan een adhesiebetuiging middels een antwoordkaart.

 

By A Web Design

Nieuwsbrief aanmelding


Land bevolking

Boeken

Mijn land van veel en vol

Mijn land van veel en vol

Bestel