Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

maandag, 13 september 2010 07:41

De multiculturele samenleving als fictie

De multiculturele samenleving is een contradictio in terminis. Heel gemakkelijk wordt verondersteld dat samenvoegingen van culturen automatisch leiden tot een synthese.
Ondanks de schone schijn staat de term multicultureel in feite vaak voor een bron van spanningen en conflicten. Een multi-etnische samenleving lijkt daarentegen wel mogelijk, mits binnen één overkoepelende cultuur: culturele eenheid bij verscheidenheid naar afkomst.
 
Deel I  Overzicht
 
1. Korte schets van de problematiek
De Stichting De Club Van Tien Miljoen stelt zich ten doel: behoud en verbetering van de kwaliteit van het leven voor alle legale inwoners van Nederland. Zij ziet de voortschrijdende overbevolking mondiaal en in eigen land als de grootste bedreiging van de kwaliteit van het leven van de mens en van het voortbestaan van andere levensvormen. Zij wil als eerste stap een breed maatschappelijk bewustwordingsproces op gang brengen.
Het wordt hier immers steeds voller en er is steeds meer beperking van de individuele vrijheid. Mede daardoor neemt het aantal uitingen van criminaliteit en agressiviteit toe. Hierdoor ontstaan weer gevoelens van onveiligheid en onzekerheid. Daarom is de hoofddoelstelling van de Stichting: bevorderen dat de bevolking van Nederland op termijn teruggaat naar een verantwoord aantal. Voorlopig wordt gedacht aan tien miljoen, dat was ons bevolkingsaantal rond 1950. Toen al gold Nederland, niet alleen in economische zin, als overbevolkt en werd er door de overheid een actief emigratiebeleid gevoerd. Wat de overheid toen vond, vinden wij nog steeds. Wij bevinden ons wat dat betreft in goed gezelschap. Bekend zijn de publicaties van ‘Tal en Last’ (1972) en het rapport van de Staatscommissie Muntendam (1977); de uitspraken van dr. Willem Drees, verzameld in Drees 90, Geschriften en Gesprekken (1976), van prof. dr. Jan Pen (Tegenspraak, 1994), met name zijn uitspraak: ‘Er wordt veel te zoetsappig gedaan over die neiging om ons maar voort te planten’ in www.milieudefensie.nl van sep. 1997. Recent zijn publicaties van Pim Fortuyn en Pieter Lakeman (Binnen zonder kloppen, 1999). Van eerdere datum, maar meest in het oog springend is de troonrede van 1979, waarin de zinsnede: ‘Ons land is vol, ten dele overvol’.
 
2. Immigratie aan de orde gesteld
In de eerste vijf jaar van haar bestaan heeft de Stichting in haar geschriften veel aandacht besteed aan zaken als ecologische draagkracht, welzijn van mens en dier, geboorten en vergrijzing.
Ten aanzien van de immigratie stelde zij zich terughoudend op, hetgeen mede te maken had met het maatschappelijk taboe waarmee het verschijnsel is omgeven. Op grond van haar doelstelling zag de Stichting zich echter verplicht om immigratie expliciet aan de orde te stellen, gezien de belangrijke bijdrage, die het levert aan de bevolkingsdruk in ons land. Ieder land is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen bevolkingsoverschot en moet dat niet afwentelen op andere landen. Momenteel neemt de bevolking van Nederland nog steeds toe. Het immigratie overschot en het geboorteoverschot leveren inmiddels ieder ongeveer dezelfde bijdrage aan de groei van de bevolking. Het effect van immigratie is in feite nog sterker dan uit de cijfers blijkt, omdat bij het aantal geboorten ook de in Nederland geboren kinderen van immigranten zijn begrepen. Intussen is het geboortecijfer onder de autochtone Nederlandse bevolking gedaald tot beneden het ‘vervangingsniveau’ van 2,1 kind per vrouw (dit is het officieel gehanteerde cijfer), hetgeen op termijn tot een daling van de bevolking zou kunnen leiden. Maar dit gunstige effect dreigt geheel teniet te worden gedaan door de nog steeds voortgaande instroom van nieuwe immigranten en hun gemiddeld grotere gezinnen.
 
Als eerste stap hebben wij een inventarisatie gemaakt van de problematiek. Het resultaat is neergelegd in een brochure, getiteld ‘Een volledige bezetting, Nederland en Immigratie’. Op één van de hierin genoemde aspecten willen wij in deze brochure nader ingaan, namelijk de maatschappelijke gevolgen voor de Nederlandse samenleving, met als centraal begrip de ‘multiculturele samenleving’.
 
3. De maatschappelijke gevolgen van immigratie
In de aanhef van onze geschriften als Beginselverklaring, Beleidsvoorstellen, alsook in de brochure over Nederland en Immigratie stelt de Stichting als uitgangspunt: de zorg om de kwaliteit van het leven. De bedreiging hiervan door immigratie komt niet alleen van de bijdrage aan de bevolkingsdruk, maar ook door het risico van een ernstige maatschappelijke ontwrichting.
Het wordt steeds duidelijker dat de instroom in zó korte tijd van zó veel mensen met zó sterk afwijkende culturen niet adequaat door onze samenleving kan worden verwerkt. Er is natuurlijk ook vóór de recente immigratiegolf in Nederland sprake geweest van meerdere culturen, maar er was daarbij nagenoeg altijd sprake van een gemeenschappelijke, meestal christelijke Europese achtergrond. De immigranten konden ondanks hun geografische verhuizing binnen hun eigen maatschappelijke zuil terecht. Integratie vond toen dan ook op velerlei terrein plaats. Nu vindt integratie nauwelijks plaats, omdat de nieuwkomers geen in de Nederlandse samenleving voor hen geschikte, bestaande zuil vinden. Er bestaan trouwens nu geen zuilen meer en er tekent zich bijgevolg steeds duidelijker een ‘spontane apartheid’ af tussen autochtonen en verschillende groepen van allochtonen. De meest milde vorm hiervan, die men in Nederland allerwegen kan waarnemen, bestaat in onderling vermijdingsgedrag. Dit uit zich onder meer in het ontstaan van ‘zwarte scholen’ en ‘zwarte wijken’.
De kansen op integratie zullen steeds kleiner worden en de kansen op een permanente apartheid in onze samenleving worden steeds groter naarmate het aantal allochtonen groter is en de instroom blijft voortduren. Dit betekent een permanente bron voor het ontstaan van spanningen en conflicten, zoals gebeurtenissen (zie elders in deze folder) in de wereld vroeger en nu maar al te duidelijk illustreren.
We kunnen het ook anders formuleren: een multiculturele samenleving, ofwel het permanent naast elkaar bestaan van twee of meer sterk verschillende culturen binnen één en dezelfde samenleving, is een fictie en betekent een bron van maatschappelijke problemen.
 
4. Nederland als multiculturele samenleving
Evenals veel andere West-Europese landen heeft Nederland zich tussen 1960 en 2000 ontwikkeld tot een multiculturele samenleving. Tot 1960 werd Nederland hoofdzakelijk bewoond door mensen, die hun wortels hebben in een eeuwenoude West-Europese christelijke cultuur. Na 1960 is een omvangrijke immigratie op gang gekomen. Een groot deel van onze nieuwe landgenoten is afkomstig uit andere werelddelen. Hun cultuur is gebaseerd op andere, niet-christelijke godsdiensten en op andere onderlinge omgangsvormen. Deze andere achtergrond gaat samen met andere opvattingen over leven, werken, huwelijk en functioneren van de overheid. Hun immigratie heeft zich in de laatste decennia zonder visie en sturing voltrokken: de ontwikkelingen overkwamen ons. Een goede begeleiding is er niet geweest en dit heeft segregatie veroorzaakt, waarbij groepen mensen in een langdurige situatie van uitzichtloosheid en afhankelijkheid zijn geraakt. De Stichting is verontrust over deze groepen (zie de tabel achteraan) en over de blijvende, grote stroom van mensen uit voor ons vreemde culturen. In deze notitie willen wij aantonen, dat er fouten zijn gemaakt. Wij zullen suggesties doen tot herstel van fouten uit het verleden en ter voorkoming daarvan in de toekomst.
 
5. Verontrustende situatie
Op het verschijnsel immigratie rust in Nederland een zwaar taboe, geschapen door ideologisch geïnspireerde groepen, die de multiculturele samenleving als een verrijking voorstellen en iedere weerstand tegen immigratie plegen verdacht te maken met kwalificaties als ‘racisme’ en zelfs ‘fascisme’. Deze taboesfeer wordt wel aangeduid met de term ‘politieke correctheid’, die de media vrijwel volledig beheerst en waarnaar ook de politiek de oren heeft laten hangen. Als gevolg hiervan worden, nu al een kwart eeuw lang, een open discussie en een rationeel politiek handelen verlamd.
Het verontrustende is dat er tot op de dag van vandaag geen tekenen zijn dat de verlamming in de naaste toekomst zal worden opgeheven. Zolang de huidige economische voorspoed en redelijk stabiele politieke verhoudingen blijven aanhouden, kunnen de spanningen wellicht redelijk worden toegedekt. We zijn echter bezig om, zonder nut of noodzaak, komende generaties van zowel autochtonen als allochtonen op te zadelen met problemen waar ze ons allerminst dankbaar voor zullen zijn.
 
Een wel zeer wrang aspect is dat de nieuwe tweedeling in onze samenleving goed op gang kwam, juist toen de oude bestaande tegenstellingen en ongelijkheden binnen de autochtone samenleving, in snel tempo aan het verdwijnen waren. Dit dankzij de invoering van de sociale zekerheid, de vergrote maatschappelijke mobiliteit (toegankelijkheid van hoge posities voor mensen uit alle rangen en standen), de vrouwenemancipatie en dankzij het verdwijnen van de zuilenstructuur en van de bestaande religieuze tegenstellingen.
 
6. Positie van de stichting
De Stichting vindt de ontstane situatie en de vooruitzichten, bij voortzetting van het huidige beleid, zeer verontrustend. Zij ziet het als haar plicht om naar vermogen bij te dragen aan het opheffen van de verlamming teneinde een open discussie van de grond te krijgen. Zij beseft terdege hierbij sterke weerstanden en verdachtmakingen op haar weg te zullen vinden (de klokkenluider ontmoet immers zelden algemene instemming). Daarom willen wij een paar punten nadrukkelijk stellen:
  • de gesignaleerde interculturele spanningen vloeien voort uit universele kenmerken van menselijke samenlevingen. Deze zijn van alle volken en van alle tijden. Het is hierbij totaal niet relevant of de ene cultuur beter of slechter zou zijn dan de andere.
  • migratie acht de Stichting een groot goed, maar dan wel als er sprake kan zijn van tweezijdige migratie. Juist hieraan ontbreekt het volledig. Hadden bijvoorbeeld Nederlandse varkensfokkers zich mogen vestigen in Suriname, dan zouden beide landen er wellicht beter van zijn geworden.
  • de verantwoordelijkheid voor de dreigende maatschappelijke ontwrichting komt geheel en al voor rekening van onze eigen Nederlandse samenleving, vertegenwoordigd door de overheid, die onvoldoende weerbaar is tegen ideologische pressiegroepen. De immigranten treft geen enkele blaam, want zij maken gewoon gebruik van de gelegenheid die hun wordt geboden. Het voorgaande impliceert dat wij ons distantiëren van iedere vorm van racisme en discriminatie.
  • wij hebben naar vermogen getracht onze boodschap en de overwegingen daarbij zo duidelijk mogelijk te verwoorden. Wij bedoelen niets anders dan wat wij schrijven.
 
Deel II De multicultuur nader geanalyseerd
 
Iedere samenleving is in mindere of meerdere mate multicultureel. Ingrijpende demografische veranderingen in een samenleving kunnen grote onrust en een soort blijvende apartheid veroorzaken. In dit deel zullen de aspecten van het naast elkaar leven van verschillende culturele groepen in de samenleving nader worden bekeken. Een en ander wordt in een historisch en internationaal kader geplaatst: wat kunnen wij leren van situaties die zich elders ter wereld voordoen of zich in de loop van de geschiedenis hebben voorgedaan? Het zal blijken dat de ontwikkelingen, die in Nederland plaatsvinden en ons mogelijk nog te wachten staan, een algemeen menselijk patroon volgen en zich slecht laten sturen vanuit utopische ideeën.
 
7. Gradaties van gastvrijheid bij immigratie
Bij de ontvangst van immigranten in het gastland zijn er allerlei gradaties van ‘gastvrijheid’ tot afweer. Soms is er sprake van een ‘hartelijk’ welkom. Men denke bijvoorbeeld aan de Hugenoten uit het 17e-eeuwse Frankrijk. Zij zochten en vonden in Nederland juist iets van hun eigen identiteit. Men denke aan de Europeanen, onder wie circa een half miljoen Nederlanders, die emigreerden naar Canada, Australië en Nieuw Zeeland, toen Nederland met 10 miljoen inwoners te vol werd. In deze gevallen was er meestal sprake van immigratie van mensen met min of meer dezelfde culturele achtergrond als het gastland had.
Soms is er sprake van werving. Zo werden Spaanse, Italiaanse, Turkse en Marokkaanse gastarbei­ders overgehaald in Neder­land te komen werken. Bij de import van slaven uit Afrika naar het Amerikaanse continent was er sprake van dwang, zo ook bij de deportatie van Indianen uit Noord-Amerika naar reservaten.
Wij kennen ook gewelddadige confrontaties tussen immigranten en autochto­nen: bijvoorbeeld de strijd tussen Joden en Palestijnen in Israël; de strijd tussen blanke Amerikanen en Indianen; de strijd van Engelsen tegen Aboriginals en Maori’s in Australië en Nieuw Zeeland. Deze laatste twee en de Indianen zijn uiteindelijk hun eigen culturen nagenoeg kwijtgeraakt en zelfs bijna uitgeroeid.
In de Republiek der Nederlanden verliep in de 17e eeuw de immigratie soepel en speelde maatschappelijk gezien een positieve rol. Relatief gezien was het aantal immigranten groot, maar wel klein te noemen vergeleken bij de huidige cijfers. De nieuwkomers, meestal goed opgeleide mensen, waren gewenst. Daardoor pasten zij zich gemakkelijk aan. Met twee miljoen inwoners was hier toen immers plaats genoeg. Iedereen die kwam, moest wél zijn eigen bestaan bevechten. Er waren immers geen sociale uitkeringen. Het was dus aanpassen of mislukken. De situatie veranderde toen er vanaf 1970 economisch en sociaal minder weerbare immigranten in grotere aantallen kwamen. Toen werd immigratie naar Nederland een onderwerp van discussie en spanning.
 
8. Verscheidenheid in de samenleving
Binnen een gegeven samenleving kunnen bevolkingscategorieën zich op verschillende manieren van elkaar onderscheiden. Hieronder volgen enkele voorbeelden:
  • naar maatschappelijke positie. Een extreem voorbeeld is het kastensysteem in India. Mildere vormen komen in vrijwel iedere samenleving voor.
  • naar religie. Hindoes en moslims in India. Moslims en christenen in Egypte, Libanon, Ambon. Protestanten en rooms-katholieken in Noord-Ierland.
  • naar ras. Blanken en zwarten in de USA en in Zuid-Afrika. Hindoestanen en creolen in Suriname.
  • naar ‘etniciteit’. Een tamelijk vaag verzamelbegrip, waarbij het accent kan vallen op een gemeenschappelijke taal, stamverwantschap, ras of religie. Vaak vallen meerdere van deze kenmerken samen. Turken en Grieken op Cyprus. Verschillende stammen in de meeste Afrikaanse landen (bijv. Hoetoe’s en Toetsies zowel in Rwanda als Burundi). Singhalezen en Tamils in Sri Lanka. Basken in Spanje. Vlamingen en Walen in België.
 
In het algemeen vallen de genoemde vormen van onderscheid samen met cultuurverschillen.
 
9. Segregatie in de wijken
Een universeel menselijk verschijnsel is, dat men zich aaneensluit in groepen met een gemeenschappelijke identiteit, waar de groepsleden een zekere geborgenheid vinden. Naarmate er sprake is van grotere culturele verschillen tussen groepen binnen één maatschappij, is het samenleven in multiculturele wijken vaak ongemakkelijk. De spanning neemt toe naarmate de verschillende groepen zich duidelijker van elkaar gaan onderscheiden. Het eindigt meestal met vermijdingsgedrag om conflicten uit de weg te gaan. (Rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, 1998, blad 260)
 
Vooral industriecentra hebben gastarbeiders, later buitenlandse werknemers genoemd, en immigranten aangetrokken. De oorspronkelijke inwoners trekken vervolgens weg en er ontstaat een wijk van vreemdelingen en minderheden. Bestaande concentraties hiervan oefenen op hun beurt weer een geweldige aantrekkingskracht uit op de volgende generatie nieuwkomers, zodat nog meer autochtonen wegtrekken. Het al langer bestaande vooroordeel over criminaliteit, geluidsoverlast e.d. in achterstandswijken wordt hierdoor versterkt. Zelfs als de economische situatie niet verslechtert, blijft bij een voortdurende immigratie de werkloosheid in dergelijke wijken hoog. Hieronder enkele voorbeelden van segregatie in wijken: 
  • Jodengetto's in veel Oost-Europese steden vóór de Tweede Wereldoorlog;
  • de wijk ‘Chinatown’ in San Francisco (USA) en de zwarte wijk Harlem in New York;
  • wijken met concentraties van West-Indiërs in de Bijlmer;
  • in Berlijn anno 1999 wordt een bepaalde wijk ‘Istanbul am Spree’ genoemd.
 
In dit laatste stadsgedeelte heeft zich een Turkse ‘microkosmos’ ontwikkeld met een vrijwel ‘selfsupporting’ gemeenschap van enkele honderdduizenden met eigen winkels en allerlei andere vormen van bedrijvigheid. Men ontvangt alleen de Turkstalige radio en televisie. Door hun gerichtheid op de eigen groep spreekt de derde generatie Turken slechter Duits dan de tweede generatie. Alleen op school is Duits te horen. Dergelijke ongewenste ontwikkelingen dreigen ook in Nederland. Iets soortgelijks is gaande in de Rotterdamse wijk Delfshaven (zie de Volkskrant 22 jan. 2000, blad 6). De onhandige Nederlandse multiculturele aanpak, met name de invoering van niet-Nederlands onderwijs, heeft ertoe geleid, dat bv. de Turkse gemeenschap in Nederland het slechtst functioneert van alle Turkse gemeenschappen in West-Europa.
 
Dankzij hetzelfde vermijdingsgedrag als in de woonwijken ontstaan in dergelijke steden zogenaamde ‘zwarte scholen’ met voornamelijk allochtone leerlingen. Het is een uiting van elkaar angstvallig ontwijken. Zodra het aantal allochtone leerlingen en leraren op een school een belangrijk percentage gaat vormen, gaan autochtone leerlingen de school mijden en wordt in snel tempo vrijwel het hele leerlingenbestand van een school allochtoon. Op 6% van de Nederlandse basisscholen is 50% allochtoon. In de grote steden is op 41% van de Nederlandse basisscholen zelfs tenminste 60% allochtoon (Rapport CBS, 1997, blad 252).
 
10. De nieuwe apartheid
Men kan zich afvragen of minderheden wel werkelijk willen integreren. Zoals verwacht kon worden, tekent zich steeds meer een apartheid af in onze samenleving. Het mechanisme van het ontstaan van zwarte scholen en zwarte wijken werd al eerder genoemd. Veelzeggend is een tweetal citaten uit het Rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau 1998:
  • pag. 244: ‘Als minderheden bijna een derde van de stadsbevolking vormen en op weg zijn een meerderheid te worden, is spreiding of integratie helemaal niet meer aan de orde. Er dreigt ‘gettovorming’. In 1997 werden de volgende percentages van minderheden gemeten in bepaalde wijken: in Amsterdam 32 %, in Rotterdam 31%, in Den Haag 27%, in Utrecht 21%.’
  • pag. 271: ‘In plaats van een geslaagde integratie zien we een langzaam afbrokkelende samenleving met zich apart ontwikkelende minderheden en mensonterende toestanden in asielzoekerscentra. De Nederlandse arbeidsmarkt kan de arriverende immigranten niet blijven absorberen, behalve in tijden van hoogconjunctuur en voor zover wij de economische groei als heilig willen blijven zien. Maar zeker bij een laagconjunctuur zal de sociale frustratie niet bijdragen tot integratie van de instromers. Voortgaande immigratie en schaalvergroting van het allochtone element in de Nederlandse samenleving zullen het culturele isolement van de allochtonen aan de onderkant van een gelaagde samenleving onomkeerbaar maken. In de grote steden is dat al enigszins het geval’.
 
De nieuwe apartheid komt ook tot uiting in de hoge werkloosheid en in de armoedecultuur in de immigrantenwijken. Deze laatste twee versnellen vervolgens de stap naar criminaliteit. Ondanks de enorme inspanning, die het Nederlands onderwijs en de arbeidsmarkt leveren aan de integratie van minderheden, blijft resultaat uit door de toevloed van telkens nieuwe immigranten. Populair gezegd: dweilen met de kraan open. Het lijkt een wedloop tussen immigratie en integratie. De kans op een succesvolle integratie neemt steeds meer af, terwijl de immigratie toeneemt en de bevolking groeit. Dingen die wij niet willen. Daarin staan wij niet alleen, zoals artikelen en boeken uit heden en verleden aantonen (zie literatuurlijst).
 
Het mislukken van de integratie is geanalyseerd en beschreven in de NRC van 29 jan. 2000 door de publicist Paul Scheffer in zijn artikel ‘Het multiculturele drama’. Dit artikel heeft zoveel stof doen opwaaien, dat het onderwerp is geweest van een kamerdebat, welk debat echter geen aanzet heeft gegeven tot een wezenlijk verzetten van de bakens in het vreemdelingenbeleid.
 
De maatschappij is te vergelijken met een ecosysteem. Verstoort men het bestaande evenwicht, dan kan er een explosieve situatie ontstaan. Er is dan sprake van een maatschappelijk brandbaar mengsel.
 
11. Verandering in de houding van de meerderheid
De Nederlanders zijn historisch, en in het algemeen ook nu nog, een gastvrij en verdraagzaam volk geweest tegenover immigranten. Voorbeelden zijn er te over, zoals de Hugenoten die vervolging in Frankrijk ontvluchtten, de honderdduizenden Belgen die uitweken voor het geweld van W.O. I in hun land, als ook de grote aantallen Hongaren, Chilenen en andere landslieden die in recentere decennia achtervolging in hun land moesten ontlopen. Ook de eerste groepen gastarbeiders in ons land, na W.O. II, o.a. Italianen en Spanjaarden, zijn welkom geweest en na verloop van tijd of teruggekeerd naar hun land of geïntegreerd in ons land.
 
Helaas zien we nu echter een steeds grotere groep Nederlanders een negatieve houding aannemen tegenover immigratie en immigranten. Dit kan variëren van het reeds genoemde ‘vermijdingsgedrag’ (er niets mee te maken willen hebben) tot meer actieve antihoudingen, zoals discriminatie en agressie. De redenen hiervoor liggen in de eerste plaats in de aantallen en in de twijfelachtige motivering waarmee vele immigranten ons land binnenstromen. Op z’n redelijkst vraagt men zich af wat dit voor zin en einddoel heeft. Meer emotioneel ontstaat ook de neiging om allerlei sociale problemen, zoals criminaliteit of overmatig beslag op uitkeringsgelden, eenzijdig te associëren met bepaalde groepen immigranten. Hieronder volgt een overzicht van een aantal factoren die bovengenoemde tendensen in de hand werken: 
  • de ongekend grote aantallen immigranten staan een succesvolle integratie in de weg.
  • de twijfelachtige motivering waarmee de overheid vele immigranten ons land laat binnenstromen.
    Het wordt door de overheid openlijk toegegeven, dat er vaak onterechte opgaven worden gedaan om aan een verblijfstitel te komen, zonder dat men er iets aan doet.
  • het ontbreken van een Nederlands belang bij de komst van de immigranten. Volgens de schrijver Pieter Lakeman kost het ons 13 miljard gulden per jaar.
  • de immigranten komen binnen in een land, waarvan de overbevolking al tientallen jaren een erkend probleem is, maar officieel ontkend wordt; hun komst zet het einde van de bevolkingsgroei steeds verder weg in de toekomst en demotiveert de Nederlanders die aan geboortebeperking doen. Daarbij vertoonde met name de eerste generatie immigranten bepaalde vormen van afwijkend en ongewenst gedrag, zoals een extreem groot aantal kinderen. Bij de tweede en derde generatie daalt het aantal kinderen gelukkig naar een voor Nederland gebruikelijk niveau. Maar wat heb je eraan als er steeds weer een nieuwe ‘eerste’ generatie binnenkomt?
  • de nieuwe immigranten, die vaak uitkeringsgerechtigd zijn, doen een meer dan gemiddeld beroep op een groot aantal collectieve voorzieningen. Tegelijk is sterk bezuinigd op de voorzieningen voor de kansarme Nederlanders. Op de overheid hebben immigranten vaak een claimgedrag, terwijl zij in het land van hun herkomst geen verzorgingsstaat kenden.
  • ook de houding van de overheid doet het geheel geen goed. In een overbevolkt land zouden groepen van immigranten slechts moeten worden toegelaten wanneer een ruime meerderheid van de bevolking hiermee instemt. Daarbij moet de overheid er heel open in zijn, dat de komst van nieuwe Nederlanders een offer betekent voor alle reeds aanwezige bewoners van ons land (financieel en qua bevolkingsdruk). De beslissing over de toelating van buitenlanders, die tot nu toe steeds een elitezaak van ambtenaren en pressiegroepen is, wordt consequent buiten het publieke debat gehouden. De inwoners van ons land voelen dat hun mening niet gevraagd wordt. Ze vragen zich af wat dit voor zin heeft en waar het einde is.
  • veelvuldige berichten in de krant over criminaliteit, politiek extremisme en misbruik van uitkeringsregelingen geven de praktijk weer en versterken het negatieve beeld. (Wanneer deze berichten opzettelijk uit de krant zouden worden gehouden (censuur), zou het beeld overigens nog negatiever worden).
  • de afwerende houding ten opzichte van de Nederlandse normen en waarden, de gebrekkige inzet voor de beheersing van de Nederlandse taal en het terugtrekken binnen de eigen etnische groep komen bij de autochtone Nederlanders onaangenaam over.
  • wanneer de economische omstandigheden moeilijker worden (bijvoorbeeld een toename van de werkloosheid of schaarste aan grondstoffen) zullen de wederzijdse afweerreacties van het brandbare mengsel, dat samenleving heet, sterker worden.
 
Als daarnaast een grotere minderheid zich nadrukkelijk gaat profileren met een eigen waarden- en normenstelsel, ja zelfs eigen wetten, wordt dat ervaren als ongepast en zelfs als een bedreiging van de eigen levenssfeer. Weliswaar schiet zo’n eigen cultuur van een nieuwe groep meestal niet blijvend wortel in een nieuw land, maar er zijn toch voorbeelden genoeg van fatale situaties die aldus kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld het orthodox-christelijke Kosovo dat in 1910 slechts 7% islamieten telde, een bevolkingsaandeel dat in 1960 opliep tot 60% ! De voormalige christelijke meerderheid werd een minderheid in eigen land en voelde zich steeds meer in het nauw gedreven, met alle vreselijke gevolgen van dien.
 
Het is overigens gelukkig nog niet zo ver, dat de oorspronkelijke natuurlijke instelling van Nederlanders tot gastvrijheid en verdraagzaamheid door een uit de hand lopend immigratiebeleid omslaat in een instelling van afwijzing en xenofobie. Een verstandige overheid heeft er alle belang bij het niet zover te laten komen, anders krijgen wij ook te maken met radicale elementen, zoals we deze reeds zien opkomen in veel landen om ons heen.
 
12. Achtergronden van ongemakkelijke verhoudingen
Mensen zoeken naar veiligheid en homogeniteit in de eigen groep. Door sommigen wordt dit menselijk gedragspatroon ontkend en opgeofferd aan andere beginselen. De historicus Jan Romein stelde al dat de westerling vervreemd is geraakt van ‘het algemeen menselijk patroon’. Ook zijn er mensen volgens wie de mens een ‘tabula rasa’ zou zijn, vanaf zijn geboorte ‘vrij’, kneedbaar en maakbaar, in te passen in elk type maatschappij. Wij hebben daar onze vragen bij en beschouwen dit soort opvattingen als het leggen van een ideologisch mijnenveld.
 
Dit feitelijk menselijk gedragspatroon werd in 1955 door de Surinamer prof. dr. R. van Lier, hoogleraar sociologie van niet-westerse volken te Wageningen, treffend uiteengezet in een voordracht over rassenproblemen. Hij stelde, dat wij in Nederland terecht met de afkeurende vinger wezen naar Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Volgens professor Van Lier deden Nederlanders toen niet aan discriminatie, omdat de ‘vreemden’ bij ons gering in aantal waren. Het betrof slechts gerepatrieerde ‘Indische mensen’, studenten wat zeelui. Hij veronderstelde, dat indien grote aantallen mensen, met aan ons vreemde gewoonten en een ander uiterlijk, in ‘gewone’ woonwijken in Nederland zouden gaan wonen, de Nederlanders ook, min of meer instinctief, een afweerreactie zouden gaan ontwikkelen.
 
Deze reactie komt voort uit de diepgewortelde menselijke eigenschap en is sterker in ‘moeilijke’ tijden zoals van werkloosheid.
 
Van Lier, zelf van Surinaamse afkomst, wist waarover hij sprak, want hij had sociologisch onderzoek gedaan onder Surinaamse bevolkingsgroepen met een moeizame onderlinge relatie. Zijn voorspelling wordt bewaarheid. Er is nu sprake van een allochtonenprobleem, vooral in de grote steden. Men spreekt ook wel van het multiculturele drama. Er is nu helaas in toenemende mate weerstand tegen vreemdelingen, vooral in de grootstedelijke wijken. Die weerstand bestond hier vroeger niet.
 
13. Een gehechtheid aan de eigen culturele identiteit
In algemene zin kan de cultuur van een samenleving worden gezien als het geheel van ongeschreven en stilzwijgende afspraken, normen, waarden, regels en gewoonten. Bijzondere kenmerken daarbij zijn onder andere taal, godsdienst, bestuursvorm, gezagsuitoefening, gelijke opvattingen over de rol van de vrouw, het huwelijk en de rol van de seksualiteit. Het zijn bindende factoren die zich in de loop van een lange historie hebben ontwikkeld. Zij zijn erop gericht de onderlinge betrekkingen tussen de leden van de samenleving met zo weinig mogelijk spanningen en onzekerheden te laten verlopen.
Iedere cultuur is even waardevol als samenbindende functie in haar samenleving. Binnen een bestaande samenleving zijn de sociaal-culturele verschillen wezenlijk niet vreemd ten opzichte van elkaar. Problemen tussen christelijke kerken onderling, taalstrijd zoals in België en emancipatie van de vrouw zijn vaak veel minder ingrijpend dan conflicten waarbij een bestaande samenleving van buitenaf wordt bedreigd door oorlog, verovering of massale ongewilde immigratie. Tegen deze achtergrond is het permanent naast elkaar bestaan van twee of zelfs meer fundamenteel van elkaar verschillende culturen binnen één en dezelfde samenleving een onmogelijkheid: er is dan in feite geen sprake meer van één samenleving. Tegen deze achtergrond is wellicht ook de stelling te verklaren van de publicist Raymond van de Bogaard die in de NRC van 12 maart 2001 pleit voor de vorming van etnisch-homogene staten in het voormalig Joegoslavië.
 
Belangrijk is de mate van cultuurverschil. Betrekkelijk kleine verschillen komen in iedere samenleving voor, bijvoorbeeld naar leeftijd, beroep en maatschappelijke status. Men spreekt wel van subculturen; deze gaan gepaard met (betrekkelijk losse) groepsvorming. Er is geen probleem voor de stabiliteit van de samenleving, zolang die subculturen worden overkoepeld door een gemeenschappelijke (in ons geval Nederlandse) cultuur met gemeenschappelijke zaken als taal, normen en waarden, en rechtsorde.
 
Problemen ontstaan pas bij grote cultuurverschillen, zoals die zich nu manifesteren met de recente instroom van vele immigranten in Nederland: de allochtone culturen wijken teveel af om te passen in de overkoepelende Nederlandse cultuur. De problemen beginnen met latente conflicten over normen en waarden. Angst voor het verlies aan identiteit speelt hierbij een belangrijke rol. Dergelijke spanningen en conflicten zullen vooral oplaaien in tijden van moeilijke economische omstandigheden en politieke instabiliteit. De wereldgeschiedenis en de dagelijkse nieuwsberichten uit de wereld van vandaag staan vol van dergelijke illustraties. Er is de Nederlander, noch via verkiezingen, noch via een referendum ooit gevraagd of er wel een multiculturele samenleving moest komen.
 
14. De islam en de gehechtheid aan de eigen culturele identiteit
In dit verband moet ook de rol van de islam aan de orde worden gesteld. Met name voor de Zuid-Europese, christelijke wereld was de islam eeuwenlang de grote historische vijand, met een lange reeks van gewapende conflicten en veel uitingen van wederzijdse angst en onverdraagzaamheid. In de voorbije eeuwen van Europese koloniale expansie en technische vooruitgang had Europa weinig van de moslimwereld te duchten en werd deze als een weinig invloedrijke factor beschouwd. Deze situatie is in de laatste 50 jaar grondig veranderd. Er zijn daar meerdere redenen voor aan te geven. Door de grote voorraden olie en andere grondstoffen zijn de moslimlanden – naar buiten vaak zeer solidair – een economische grootmacht geworden. Mede door een missionaire geloofsijver en hoge geboortecijfers neemt de islam wereldwijd enorm toe.
 
Zich bewust van hun aantal en hun economische macht heerst in vele islamlanden een revanchistische geest ten aanzien van de voormalige westerse kolonisatoren en uitbuiters. Gevoelens van revanche, overwinning, dominantie en superioriteit worden gevoed vanuit de islamreligie zelf: Mohammed is de laatste en definitieve profeet; de Koran, door God zelf letterlijk en integraal geopenbaard, wordt op geen enkele manier als tijdgebonden cultuurhistorisch document gerelativeerd; verkondiging van de islam, desnoods met geweld, is een geloofspunt.
De islamideologie staat in zeer veel gevallen haaks op onze westerse verworvenheden. Men denke aan de scheiding van Kerk en Staat, de parlementaire democratie, de onafhankelijkheid van de rechtspraak, de vrijheid van meningsuiting, de gelijkwaardigheid van man en vrouw, het vrije ondernemerschap, de legale acceptatie van homoseksualiteit en abortus. In zeer veel islamitische landen zijn deze verworvenheden vaak formeel of de facto afwezig. (Verg. P. Fortuyn, ‘De derde revolutie’, pp. 152-165, 1999)
Een en ander geldt niet voor de hele islamitische wereld. De islam kent ook orthodoxe en liberale stromingen met persoonlijke verantwoordelijkheden. De aanhangers van deze stromingen leven vanuit een respect voor de medemens, ook als deze een ander geloof en een andere levensstijl heeft. Wanneer dergelijke stromingen in een land het gezicht van de islam vormen, is er een goede samenleving tussen islamieten en andersdenkenden mogelijk. Maar juist de fundamentalistische geloofsopvattingen en visies worden door veel islamleiders, zowel geestelijke als politieke, gepropageerd. Zij bespelen hiermee de massa’s in moslimlanden en ver daarbuiten, ook in Nederland.
 
In Nederland heeft grofweg de helft van de allochtonen van buiten de Europese Unie een islamitische achtergrond en dat is tevens de grootste subgroep die zijn culturele en religieuze eigenheid, in geval van sterke concentraties van laagbetaalde, werkloze en illegale islamieten, ook in de grote steden van Nederland, tot inzet zou kunnen maken bij problemen. Daar komt bij dat de mohammedaanse immigranten, die uit de onder ontwikkeldste en minst geschoolde lagen van de bevolking afkomstig zijn, juist een zeer sterke band hebben met hun zeer orthodoxe leiders. Veel imams komen rechtstreeks uit Turkije en Marokko en spreken geen woord Nederlands. Samengevat: de islam zal gemakkelijk een mobilisatiebasis kunnen worden voor onruststokers. (Sociaal en Cultureel Rapport van Sociaal en Cultureel Planbureau, 1998, blad 272)
 
Dat dit laatste – deze onrust – niet hypothetisch genoemd mag worden, bleek (december 2000) uit de affaire ‘Teheran aan de Maas’, waarbij in Rotterdam een toneelstuk afgeblazen werd na bedreigingen vanuit Marokko, omdat de inhoud kwetsend zou zijn voor de islam. In de nasleep hiervan verklaarde een allochtoon en voormalig lid van de Tweede Kamer (PvdA) en thans gemeenteraadslid in Amsterdam, mevrouw Fatima Elatik, dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting. Verder bleek recentelijk ook dat het Palestijns-Israëlische conflict voor in Nederland woonachtige moslims aanleiding vormde hun woede te koelen op joodse eigendommen.
 
Iedere godsdienst kent zijn fundamentalistische fase, maar wij hebben hier in Europa geen behoefte aan een nieuw geïmporteerd islamfundamentalisme. We zijn blij dat we net verlost zijn van banvloeken, brandstapels en godsdienstoorlogen die in het verleden bij de christelijke kerken in het vrije westen een rol speelden. Geen enkele christen kijkt daar met instemming op terug. Toch maakt de taboesfeer rond dit onderwerp, dat vormen van islamfundamentalisme door onze regeringen onvoldoende aan de kaak worden gesteld. Het riekt trouwens naar selectieve verontwaardiging dat binnen de Europese Unie het Vaticaan wordt aangesproken op zijn ‘fundamentalistische’, politiek vanwege het verbod op anticonceptiemiddelen en aids-bestrijding, terwijl de islam in haar fundamentalistische vorm in Europa op politiek gebied nauwelijks beperkingen ondervindt.
 
15. Europese integratie als voorbeeld
Ook binnen Europa is er sprake van een toenemende gehechtheid aan de eigen culturele identiteit. Het Europa van 2000 ziet er dan anders uit dan het Europa van 1900. Er is inderdaad veel meer openheid en onderling contact tussen de verschillende volken, vooral door het toerisme. Maar de politieke Europese samenwerking, die zijn geestdrift van het eerste uur mist, is inmiddels een te veel van bovenaf opgelegd ideaal geworden. Alleen het economisch pragmatisme en de concurrentiepositie met de Verenigde Staten lijken nog van belang: alles wat economisch goed is, is kennelijk ook goed voor de Europese burger. De wens van Oost-Europese staten toe te treden tot de Europese Unie lijkt ook ingegeven door louter economische en strategische motieven en niet (meer) door wensen over vergaande culturele en politieke eenwording en verlangen naar permanente vrede.
 
Nu de Europese binnengrenzen wegvallen en op allerlei gebieden nivellering optreedt, blijkt de burger zich meer te gaan hechten aan de eigen regionale en culturele identiteit. Binnen de muren van de multiculturele Europese Unie, waar een sportieve ontmoeting of een klein politiek geschil tussen de lidstaten al voldoende is om negatieve gevoelens over elkaar op te roepen, stokt het politieke integratieproces. Beslissingen aan de top gaan voorbij aan de mening van de kiezers. Intussen ontwikkelt zich onderhuids een tegenstroom van kleine, regionale verbanden, waar herkenbaarheid en eigen identiteit binnen de vertrouwde regio op gespannen voet staan met het bureaucratische bolwerk van de Europese Unie. Zelfs het vangnet van een sterke economische Europese Unie lijkt de vluchtweg van het separatisme niet te kunnen stuiten. Enkele voorbeelden: 
  • de Slowaken hebben zich recentelijk losgemaakt van de Tsjechen.
  • Schotland en Wales zijn op zoek naar een meer onafhankelijke positie ten opzicht van Engeland.
  • de Vlamingen en de Walen in België drijven steeds verder uit elkaar.
  • Catalanen en Basken voelen de zeer knellende banden van de Spaanse overheid.
  • Joegoslavië bestaat nauwelijks nog sinds Kroaten, Slovenen en Macedoniërs voor de onafhankelijkheid kozen en verlost werden van een politiek en cultureel keurslijf.
  • in Corsica, Frans Baskenland, Bretagne en Normandië zijn separatisten actief.
  • Italië opsplitsen in noord en zuid is al lang een politiek thema.
  • de Russische Federatie is uit elkaar gevallen in tientallen van oudsher bestaande eenheden. Dit proces gaat vermoedelijk door en kan ertoe leiden dat het huidige Rusland verder uit elkaar valt (Tsjetsjenië).
 
Al deze mensen zoeken een manier om hun eigen culturele, politieke of godsdienstige identiteit te behouden en willen daar soms een hoge prijs voor betalen. Hierin wijken de Europeanen niet af van de instromers van buiten Europa, die ook economische zekerheid zoeken binnen de Europese Unie en die ook hun eigen identiteit, herkenbaarheid en gebondenheid aan de eigen subgroep zeer zwaar laten wegen.
 
Deel III Belemmeringen voor een rationeel beleid
 
16. Taboesfeer en politieke verlamming                                           
Rond immigratie en bevolkingsomvang heeft zich in Nederland een taboesfeer ontwikkeld, waardoor nu al een kwart eeuw een open discussie en politiek handelen worden verlamd. Toen in de jaren ’70 een omvangrijke immigratiegolf op gang kwam (komst van Surinamers, gezinshereniging van Turkse en Marokkaanse gastarbeiders) werden bedenkingen hiertegen al snel gebrandmerkt als ‘racisme’ en zelfs ‘fascisme’. Lange tijd heeft de overheid officieel beleden dat Nederland geen immigratieland is. Verlamd door het ontstane taboe heeft zij echter weinig ondernomen tegen de intussen steeds voortgaande immigratie; zij liet en laat deze gewoon gebeuren. Toen zich eenmaal een omvangrijke populatie allochtonen had gevestigd, werd de ideologisch geïnspireerde ‘multiculturele samenleving’ uitgeroepen en als een ‘verrijking’ voorgesteld. In zijn nota ‘Kansen krijgen, kansen pakken: integratiebeleid 1999-2002’ heeft de minister van Grote Steden- en Integratiebeleid, de heer Van Boxtel, Nederland voor het eerst expressis verbis een immigratieland genoemd: ‘Het is een onmiskenbaar feit dat Nederland een immigratieland is geworden en dat het zich moet instellen op een steeds groter wordende druk op het integratiebeleid’. De nota is gedateerd 30 november 1998. Wij als Stichting zien deze nota als een ultieme erkenning van onvermogen.
Door het parlement en de media werd met instemming, dan wel indolente berusting, hiervan kennis genomen. Er zijn tot op heden geen aanwijzingen dat men de bakens wil verzetten. Bij het al genoemde kamerdebat over ‘Het Multiculturele Drama’ is men in wijde bogen heengelopen om de oorzaak, zijnde de nog steeds voortdurende immigratie.
 
17. Ideologische achtergronden
De taboesfeer, gewoonlijk aangeduid als ‘politieke correctheid’, is geschapen en wordt in stand gehouden door ideologisch geïnspireerde pressiegroepen, die de media in belangrijke mate beheersen. Prof. S.W. Couwenberg, oud-hoogleraar publiekrecht en hoofdredacteur van Civis Mundi, maandblad voor Nederland en België, geeft een treffende karakterisering in een artikel in Trouw van 14 okt. 2000. Hieruit volgen enige citaten:
  • ...’Het is vooral aan die linkerzijde dat men anderen graag de les leest, bovendien nieuwe, nu linkse taboes introduceert en cultiveert, en als gedachtepolitie optreedt tegen ieder die het waagt die taboes ter discussie te stellen…
  • …Een nieuw links libertair accent. Dit uit zich enerzijds in extreme rekkelijkheid: een alles moet kunnen mentaliteit. …Anderzijds ontwikkelt zich een nieuwe links libertaire intolerantie. De nieuwe rekkelijkheid kreeg namelijk spoedig de status toebedeeld van een onaantastbare waarde die geen andere waarden naast zich kon dulden.
  • ...Alles wat afweek van de nieuwe links libertaire orthodoxie werd als kwalijke rechtse afwijking verdoemd en tot taboe verklaard. De publieke discussie is daardoor jarenlang aan banden gelegd…
  • ...Afwijkende opvattingen over het vreemdelingen- en minderhedenbeleid werden voorzien van het de mond snoerende etiket racisme. Nederland kreeg te maken met de intolerantie van het politiekcorrecte denken, waarin ook het opkomen voor de eigen culturele identiteit een taboe werd en als ‘cultureel racisme’ werd veroordeeld…
  • …Hiertegenover heb ik de stelling verdedigd dat we binnen onze samenleving een aantal subculturen kunnen onderscheiden. …Maar die worden overkoepeld door een gemeenschappelijke Nederlandse cultuur, bestaande uit een gemeenschappelijke taal, en een … complex van normen en waarden, die ten grondslag liggen aan onze politieke cultuur en rechtsorde. … die Nederlandse cultuur mogen we in principe als norm stellen voor allochtonen die zich hier duurzaam vestigen.’ Tot zover Couwenberg.
 
De autochtone meerderheid van een land heeft pas behoefte zich als culturele meerderheid te manifesteren, als zij moet opkomen voor haar eigen identiteit. In een maatschappij met vele culturen zullen meerderheid en minderheden daarom blijven vechten om hun identiteit. Bij de huidige taboesfeer is het onmogelijk de bestaande multiculturele samenleving om te vormen tot een samenleving met één cultuur, zolang de volgende elementen een belangrijke rol spelen in ‘de politiek correcte ideologie’ van vandaag: 
  • de overtuiging dat wij, Nederlanders, de plicht hebben om alle hulpbehoevenden uit de derde wereld, die bij ons aankloppen, op te vangen en in onze samenleving op te nemen. Wij als Stichting vinden, dat er niets tegen is anderen te helpen, maar het ontbreekt de Nederlandse samenleving aan een afweging. Er moet een keuze kunnen worden kunnen gemaakt tussen barmhartigheid naar buiten en verantwoordelijkheid voor de eigen burger. Er mag geen sprake zijn van een automatische plicht zonder diepgaande analyse.
  • de schaamte over ons koloniaal verleden, de slavenhandel en de Tweede Wereldoorlog. Wij als Stichting vinden dat deze zaken kennelijk nog zo op ons schuldgevoel drukken, dat een rationeel politiek handelen erdoor wordt verhinderd.
  • multicultureel en veelkleurig worden als na te streven verrijking van de samenleving gezien. Wij als Stichting vinden, dat er onvoldoende wordt geluisterd naar argumenten zoals omschreven in deze brochure.
  • de Nederlanders van nu zijn rijk en denken dat ze ook onkwetsbaar zijn. Wij als Stichting vinden dat Nederland echter volkomen afhankelijk is van een voortdurende stroom goederen (voedsel en grondstoffen) van elders in de wereld en we dienen te beseffen, dat er een grens is aan de groei.
  • het ontkennen van neigingen tot bepaalde gedragspatronen bij individuen en menselijke samenlevingen, in casu de gesignaleerde spanningen tussen bevolkingsgroepen. Wij als Stichting vinden, dat zowel de mens als de samenleving niet als ‘maakbaar’ gezien moeten worden gezien. Opvattingen die strijdig zijn met de gedachte dat de mens maakbaar is, zouden niet meer mogen worden ge(dis)kwalificeerd als ‘sociaaldarwinistisch’, ‘racistisch’, ‘fascistisch’ en ‘extreemrechts’. Het is te vergelijken met een veroordeling van de zwaartekracht, omdat de werking daarvan strijdig zou zijn met ons beeld van een ideale wereld.
 
DEEL IV  Samenvatting
 
18. Concrete aanbevelingen
Wij zijn van mening, dat de samenleving in ons land gebaseerd moet zijn op wederzijds respect en eensgezindheid. Ons land mag niet uitgroeien tot een verregaand verdeelde samenleving. Uiterlijke cultuurverschillen en etnische verscheidenheid zijn goed en kunnen zelfs stimulerend werken. Maar over de dieper liggende normen en waarden, waarop onze wetten en onze omgangsvormen zijn gebaseerd, moet eensgezindheid bestaan. Van de omstandigheden en het toekomstige regeringsbeleid hangt het af, of er op grote schaal wederzijds vermijdingsgedrag gaat ontstaan en segregatie. Dat zal zeker het geval zijn als het beleid niet verandert en zal worden versneld bij een afname van de werkgelegenheid of bij een sterke toestroom van nieuwe immigranten. ‘Voorlopig houdt de Nederlandse regering door handig inspelen op de angst van het Nederlandse volk voor steeds meer werkloosheid een uitverkoop van cultuur, natuurbehoud en milieubeheer.’ (Prof. Dr. V. Westhoff, Visies op natuurbeheer, Wageningen, 1984)
 
Aan de integratie van de in Nederland wonende buitenlanders moet krachtig worden gewerkt. Een gemeenschappelijke taal is daarbij een belangrijke factor. Het Nederlandse onderwijs en de arbeidsmarkt hebben hier een grote taak. Maar ook in het dagelijks schriftelijk verkeer zou de overheid primair de Nederlandse taal moeten gebruiken. Het gebruik van Turks en Arabisch op school en in foldermateriaal dient te worden vermeden.
 
De vluchtelingen vormen een bron van een ononderbroken bevolkingsgroei. De ontwikkelingen in de wereld en de afwerende reactie van andere Europese landen hebben ervoor gezorgd, dat de stroom die naar Nederland komt in de laatste jaren steeds groter is geworden. Dergelijke aantallen zijn niet meer te integreren. Het hoort dan wel bij de Nederlandse volksaard dat er een grote bereidheid is om mensen die echt in nood zijn te helpen, maar misbruik van de regelingen moet aan de kaak worden gesteld, anders zal de bereidheid tot hulp verder gaan afnemen. Gedacht kan worden aan: centrale aanmelding bij ambassades en een opvangpunt buiten de EU; een betere verdeling van de lasten over de Europese landen; opvang in de eigen regio; een tijdelijk verblijf in combinatie met regelingen voor terugkeer; beperking tot de echte vervolgden in de geest van de vluchtelingenverdragen van 1951 en 1956.
 
De overheid schiet tekort, als er niet gezocht wordt naar andere vormen van vluchtelingenhulp om te voorkomen dat de draagkracht van de Nederlandse samenleving wordt overschreden. Een deel van de buitenlanders voelt zich niet in Nederland thuis en is niet geïntegreerd. De materiële voorzieningen binden hen echter nog aan Nederland. Voor remigrerende allochtonen zouden er regelingen voor langdurige uitkeringen kunnen worden ingesteld. De regelingen die er tot nu toe zijn geweest, waren veel te mager van opzet.
 
Nederland kan als overbevolkt land slechts een beperkt aantal asielzoekers opnemen en helemaal geen economische vluchtelingen. Immigranten kunnen immers pas integreren als er blijvend werk en een bestaan voor hen is. De toelating zou gebaseerd kunnen worden op het draagvlak bij een groot deel van de Nederlandse bevolking; ze mag niet alleen gebaseerd zijn op een afweging van een politieke en maatschappelijke elite. Verder mag van de immigrant een positieve houding verwacht worden ten opzichte van de Nederlanders, de Nederlandse taal, bepaalde Nederlandse normen en de Nederlandse cultuur. Denk aan de gelijkwaardigheid van man en vrouw, geboortebeperking, een eigentijdse relatie tussen ouders en kinderen, de godsdienstige en politieke pluriformiteit. De immigrant mag niet crimineel zijn en zou bereid moeten zijn samen met de Nederlanders te willen werken aan de verdere opbouw van de Nederlandse samenleving.
 
Nederland moet willen leren van de fouten die indertijd met de toelating van de gastarbeiders zijn gemaakt. Nu onze werkgevers opnieuw vragen om het aantrekken van werknemers van buiten de Europese Unie moet de regering daar niet in meegaan. Wij zijn overigens ook van mening, dat een instroom van werknemers van binnen de Europese Unie in verband met de overbevolking eveneens ongewenst is. Werknemers uit verre landen zullen het in verband met een gebrek aan taalvaardigheid, een andere opleiding en andere levensgewoonten veel moeilijker hebben dan werknemers uit de ons omringende landen. De gastarbeiders van nu zullen dan weer de wegwerparbeiders van straks worden. Naar onze mening is dit een onmenselijk beleid. Wanneer er in een deel van de bedrijfstakken een tekort aan werknemers is, moeten andere oplossingen in overweging worden genomen: hogere lonen, verplaatsing van de productie naar het buitenland in plaats van verplaatsing van werknemers naar Nederland.
 
19. Conclusie
Er bestaat geen enkel zinnig argument voor het nog verder doen toenemen van de bevolking in het overvolle Nederland. Het zou verstandig zijn de achterstand bij de reeds opgenomen allochtonen weg te werken alvorens überhaupt te denken aan nieuwe immigranten. Vanuit humaniteit, tolerantie en gelijkwaardigheid, kenmerkend voor de Nederlandse cultuur, willen wij, Nederlanders, buitenlanders in nood graag helpen. Maar indien de realiteit van de binnenlandse situatie van Nederland daarbij uit het oog wordt verloren, verergeren wij de problemen van onze gasten en scheppen wij tevens problemen voor onszelf.
 
Vanuit de wereldgeschiedenis wijzen wij op de gevaren die ontstaan, wanneer men probeert verschillende culturen al te gemakkelijk in één samenleving naast elkaar te laten voortbestaan. Eén van die gevaren is het toenemende gevoel van onveiligheid. Een algemeen geldende basisbehoefte van mensen is juist de behoefte aan veiligheid binnen de eigen vertrouwde groep en afweer tegen het onbekende. Mensen zijn nu eenmaal ongelijk, al zijn ze wel gelijkwaardig. Dit is de realiteit. Het zou naïef zijn te veronderstellen dat deze realiteit wel geldt voor de rest van de wereld maar niet voor Nederland.
 
Zowel de multiculturele samenleving als de sociaal-economische eenwording van Europa worden haastig, ondoorzichtig en te veel van bovenaf opgelegd. In plaats van integratie is er sprake van regionale versnippering. Vandaar dat de kiezer op zoek is naar veilige, regionale alternatieven. Vroeger hielden kerk en staat hun tegenstanders nog in het gareel door te zeggen: ‘Je bent een ketter’. Maar dat werkt niet meer, hoewel de opmerking: ‘Je bent een racist’, tegenwoordig helaas uitstekend werkt om de vrije meningsuiting (een grondrecht) te pas en te onpas te verlammen. De kneders van de publieke opinie doen hun werk. De druk op de ketel vermindert hierdoor echter maar tijdelijk. Wie daaraan voorbij gaat, zorgt dat de geschiedenis zich juist herhaalt.
 
Een verstandige overheid, zoals in Frankrijk, onderkent de problemen en streeft naar culturele uniformiteit. Wie zijn immigranten en minderheden aanspoort tot het hanteren van eigen normen en waarden, tot het gebruik van de eigen meegebrachte taal en tot het importeren van eigen wetten en gezagsstructuren, bewijst zijn eigen autochtone bevolking geen goede dienst. We balkaniseren op deze wijze Nederland. Wat rest, is een ondemocratische overheid die slechts door middel van onderdrukking de multiculturele samenleving kan afdwingen. Zo’n ontwikkeling lijkt ons zeer on-Nederlands en uiterst ongewenst.
 
In een land met een sterke culturele eenheid gaat geen dreiging uit van cultureel afwijkende minderheden. Daar kan in alle rust gewerkt worden aan de integratie van mensen die er misschien anders uitzien, maar die wel letterlijk en figuurlijk dezelfde taal spreken. Een blijvende instroom maakt echter een goede integratie in feite onmogelijk.
 
2009
 
Aanbevolen literatuur
Het raadsel van de multicultuur : essays over islam en integratie / J. Brugman. - Amsterdam : Meulenhoff, cop. 1998. - (Meulenhoff editie ; 1734). - 183 p.
Eerder verschenen in een andere vorm in onder meer NRC Handelsblad, Hollands Maandblad en HP/De Tijd.
Met lit. opg.
Kritische essays over de islam en moslims in Nederland.
ISBN: 90-290-5864-1
 
De verwarde natie : dwarse notities over immigratie in Nederland / H.J. Schoo. - Amsterdam : Prometheus, 2000. - 198 p.
Met reg.
ISBN: 90-5333-985-X
 
Tegen de islamisering van onze cultuur : Nederlandse identiteit als fundament / Wilhelmus S.P. Fortuyn. - Utrecht : Bruna, cop. 1997. - 110 p.
Auteursnaam op omslag: Pim Fortuyn
Waarschuwing tegen de bedreiging van westerse normen en waarden door het islamitische fundamentalisme.
ISBN: 90-229-8338-2
 
Binnen zonder kloppen : Nederlandse immigratiepolitiek en de economische gevolgen / Pieter Lakeman. - Amsterdam : Meulenhoff, cop. 1999. - ill. ; 212 p. - (Meulenhoff editie ; 1769)
Met lit. opg
ISBN: 90-290-6522-2
 
Brief aan mijn dochter : een tocht door het pandemonium van seks en geweld / Jaffe Vink. - Amsterdam : Meulenhoff, cop. 2001. - (Meulenhoff editie ; 1879). - 96 p.
Met lit. opg.
Essay over het toenemende openlijke en verborgen zinloze geweld in hedendaags Nederland.
ISBN: 90-290-6949-X
 
Het multiculturele drama / Paul Scheffer
In: NRC Handelsblad (29 jan 2000), pag. 6

Wereldbevolking

earth De multiculturele samenleving als fictie - Stichting de Club van Tien Miljoen