Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

donderdag, 28 juli 2011 14:55

Joris Voorhoeve over overbevolking

Jan van Weeren

Als je wilt weten hoe het afloopt of wie de dader is, moet je achter in een boek beginnen. Dat geldt ook voor het nieuwe boek van Joris Voorhoeve Negen plagen tegelijk (Uitgeverij Contact). Op het eind schrijft hij: ‘Mijn persoonlijke overtuiging is dat je het beste bij het begin van het leven kunt beginnen:

geboorteregulering zorgt ervoor dat er minder ongewenste, zieke en verwaarloosde kinderen worden geboren en daarmee wordt veel onnodig lijden vermeden.’
Zo is ook het op één na laatste diagram in het boek het meest veelzeggend. Twee oorzaken liggen overduidelijk aan de mondiale ellende ten grondslag: toename van de wereldbevolking en toename van de consumptie per persoon. Hoewel Voorhoeve deze twee oorzaken in het rijtje van zijn negen plagen verwerkt, zijn zij in wezen van een andere orde. Zij zijn de oorzaak van vijf andere plagen: kaalslag van de natuur, ziekten en natuurrampen, honger, conflicten en mondiale migratie.
De twee laatste plagen in het boek zijn ook weer van een andere orde. Ze verwijzen naar de onwil of het onvermogen van politieke leiders om effectieve maatregelen te treffen: zwak of kwaadaardig bestuur en zwakke internationale organisaties.
Bij kenners van de Bijbel rijst de vraag: waar blijft de tiende plaag? Voorhoeve noemt de groeiende internationale criminaliteit (onder meer handel in drugs, wapens en mensen, witwassen van geld en terrorisme), maar beschouwt deze als een apart onderwerp, evenals de opvang van migranten en vluchtelingen in de rijke landen.

Het is de kracht van het boek dat de voornoemde negen plagen in hun onderlinge samenhang worden gepresenteerd en met feiten en getallen worden onderbouwd. Het boek wil echter méér, namelijk de weg wijzen naar een oplossing voor de mondiale problemen. Voorhoeve zoekt deze oplossing zowel in persoonlijke verantwoordelijkheid – hij pleit voor individuele matiging - , als in politieke inspanning. In aparte tekstblokken bespreekt hij de acties die diverse mensen hebben ondernomen om het tij te keren, hetzij als privépersoon, hetzij als politicus. Niet berusten bij alles waaraan je toch niets kunt doen, luidt het devies, maar je afvragen wat je wél kunt doen. Voorhoeve spreekt de hoop uit dat het boek ‘niet ongeschikt’ is om als ‘opiniërende studie’ het hoger onderwijs in internationale ontwikkelingen aan te vullen. Valse bescheidenheid. Iedereen die de mondiale problematiek goed gedocumenteerd op een rijtje wil hebben, is een potentiële lezer van Negen plagen tegelijk.

De auteur doet een beroep op mondiale solidariteit. Hier wordt echter het optimisme van een hoogleraar internationale ontwikkeling getemperd door het pessimisme van een hoogleraar sociale psychologie, Roos Vonk, schrijfster van het vrijwel gelijktijdig verschenen boek Menselijke gebreken voor gevorderden (Scriptum Psychologie). Zij zegt in De Volkskrant van 4 juni: ‘Wat ons de das om doet, is dat we op een hedonistische manier gelukkig willen zijn. Daarom gaat het ook fout met de mensheid. Mensen willen genieten, dus ze willen goedkoop vlees. Ze willen autorijden. Ze willen op vakantie met het vliegtuig. En ze willen niet dat die dingen hen worden afgepakt. Dus gaat de aarde naar de kloten. We leven alsof we nog drie reservebollen hebben.’
Voorhoeve voert als lichtend voorbeeld van solidariteit een zekere Toby Ord op. Deze verdient als docent filosofie 33.000 pond per jaar. Hij is gewend als jonge man plezierig te leven van 20.000 pond, dus schenkt hij ruim een derde van zijn inkomen weg aan goede doelen. Bij een normale levensduur zal dat bedrag oplopen tot 1,5 miljoen. Prachtig. Was iedere geldverdiener in het rijke westen maar zo. Met het geld zou je de negen plagen van Joris Voorhoeve op allerlei manieren kunnen bestrijden en velen in de Derde Wereld een basisbestaan kunnen bezorgen.
Maar dan? Mensen met een basisbestaan willen meer. Ook zij willen plezierig kunnen leven. Misschien kunnen ze dat van veel minder dan 20.000 pond per jaar. Maar uiteindelijk zullen ze een vorm van welvaart willen verwerven die niemand ze kan onthouden, zolang er ergens op de wereld veeboeren, autofabrikanten en luchtvaartmaatschappijen zijn.

Voorhoeve bespeurt in de mens twee schadelijke neigingen: dwangmatige overactiviteit en heerszucht over andere wezens. Ik zou de eerste neiging willen parafraseren als streven naar maatschappelijk en persoonlijk succes dat, wederom volgens Voorhoeve, al tweehonderd jaar gemeten wordt in geld, kapitaal, banen en consumptie. De tweede neiging zou ik willen duiden als antropocentrisme. Roos Vonk hierover: ‘“Eigen volk eerst”, dat vinden veel mensen primitief en dom, maar “eigen soort eerst” vinden ze volkomen normaal. Wat is het verschil? Waarom zijn mensen belangrijker dan dieren?’ Voor velen blijft een biefstuk echter een biefstuk. Zodra die iemand wordt voorgehouden, zal die persoon waar ook ter wereld toehappen. Beste vegetariërs, die biefstuk is natuurlijk metaforisch bedoeld, dit terzijde.


Voorhoeve wijst op de opkomende markten van hogere klassen in China en India. Hun groeiende koopkracht heeft gezorgd voor luxere eetpatronen en een groeiende markt voor vlees en zuivel, waarvoor veel land, water en energie nodig is. De wereldbevolking groeit, en waar het energieverbruik per hoofd gelijk blijft of groter wordt en er steeds meer hoofden bijkomen, zal ook het wereldwijde energieverbruik blijven toenemen.

Onder ieder hoofd vind je een paar voeten, verantwoordelijk voor een ecologische voetafdruk. Grofweg is dat het aardoppervlak dat iemand exploiteert voor zijn consumptie. De voetafdruk van alle wereldburgers tezamen beslaat momenteel 18 miljard hectare. Het beschikbare aardoppervlak om duurzaam van te leven bedraagt echter slechts 12 miljard, dus leven we met zijn allen 50% boven onze stand. Met zijn allen? De gemiddelde voetafdruk per wereldburger is 2,7 hectare. De Nederlander leeft op grote voet en neemt 6,2 hectare in beslag, terwijl zijn grondgebied hem slechts 1 hectare toestaat. Dat wordt dus inleveren. Prima, zolang we maar net als Toby Ord plezierig kunnen blijven leven. Individuele matiging en mondiale solidariteit, oké. Maar voor velen van ons is kleumen in een dikke trui voor een uitgeschakelde beeldbuis, na het volbrengen van een huis-aan-huiscollecte voor het goede doel, het nuttigen van een bord lauwe stamppot zonder speklapje en een fikse tafelruzie met een minder bedeeld pleegkind niet bepaald een wenkend perspectief.

Bestuurlijk handelen van regerende politieke partijen is meer gericht op volgende verkiezingen dan op volgende generaties. Herkozen worden is belangrijker dan resultaten op lange termijn, aldus Voorhoeve. Echt doorpakken van die kant is er dus niet bij. Kiezers en media worden bedot, omdat slappe of verkeerde maatregelen een tijdje de illusie wekken dat problemen worden aangepakt. Bij de ecologische voetafdruk hoort ook de uitstoot van CO2. Die moet omlaag vanwege de klimaatverandering. Dus komt er een elektrische auto zonder uitlaatgas. Maar de uitstoot bij de elektriciteitscentrales neemt navenant toe. Dus gaan we maar over op biobrandstof. Voor zover deze niet kan worden gewonnen uit afval of algen wordt kostbare landbouwgrond onttrokken aan de voedselproductie.
Lobby’s voor economische belangen blokkeren iedere verandering. Internationale verdragen zijn lastig eenzijdig op te zeggen. Doortastende politici worden daardoor gegijzeld. Een voorbeeld is het verdrag van Chicago over de luchtvaart. Het verbiedt de noodzakelijke belasting op kerosine. Een land dat deze niettemin oplegt, is in overtreding en tast de eigen luchtvaart aan door zich uit de markt te prijzen. Een ander voorbeeld, overigens niet door Voorhoeve gegeven, is een noodzakelijke immigratiestop in Nederland die minister Leers confronteert met Europese afspraken. Het moge dan wel lastig zijn om internationale afspraken eenzijdig op te zeggen, zoals Voorhoeve stelt, onmogelijk is het niet.

Democratieën zijn afhankelijk van commerciële massacommunicatie en daardoor kwetsbaar voor populisme: het verwerven van electorale macht door kiezers aan te spreken op hun kortetermijnbelangen en negatieve emoties, hun afkeer tegen bepaalde bevolkingsgroepen en hun weerzin tegen overheden en belastingen.
Volksvertegenwoordigingen en regeringen zijn van nature vooral met vandaag en morgen bezig. Dat is logisch, zij richten zich op de volgende verkiezingen. Een langetermijnperspectief ontbreekt. Langetermijnbeleid heeft, aldus Voorhoeve, behoefte aan professionele advisering. Daarom zou het stelsel van adviesraden moeten worden versterkt. Daarin behoren onafhankelijke topdeskundigen te worden benoemd. Zij dienen de regering en de volksvertegenwoordiging gevraagd en ongevraagd zwaarwegende adviezen te kunnen geven. Een ‘tweepijlermodel’ voor onze democratie. Voorhoeve verfoeit de populistische mediacratie waarin Kamerleden en ministers worden gedwongen elkaar af te troeven door met oneliners en soundbites in grove Jip-en-Janneketaal te scoren, in plaats van in eigen kring een debat op niveau te voeren.

‘Joris redt de wereld’ luidt het badinerende kopje in De Volkskrant waar het boek van Voorhoeve wordt aangekondigd. Joris redt de wereld uiteraard niet, maar doet wel tal van voorstellen waarmee politici en privépersonen aan de slag kunnen. Maar uiteindelijk is er maar één oplossing voor de basisoorzaken van alle wereldellende: het aantal mensen op aarde moet terug. Aan hun consumptiepatroon valt weinig te veranderen. Wie voorkomt dat groene asperges uit Peru op de schappen liggen? Niet de Peruaanse teler die ervan kan rondkomen, niet de airliner die op retourvluchten ruimte over heeft, niet de regering die dit als een vorm van fair trade beschouwt, niet de supermarkt die klanten wil binden met een breed assortiment en zeker niet de consument die voor een etentje met vrienden iets bijzonders op tafel wil zetten.
Het aantal mensen moet terug. Hun voetafdruk krijg je niet kleiner, maar wel het aantal daarvan. Binnen- en buitenlands beleid moet doordesemd zijn van deze opvatting en waar mogelijk moet zij worden uitgedragen als het Ceterum censeo van Cato. Er moet blijvend op hetzelfde aambeeld worden gehamerd. Als teveel mensen op aarde de spoeling te dun maken, wordt het toekomstvisioen van Voorhoeve bewaarheid. In de proloog laat hij iemand uit 2050 aan het woord, een zekere Javed Masood, Islamitisch vluchteling uit Bangladesh, na een overstroming woonachtig in Karachi, Pakistan: ‘Die Yunus Zahedi is mijn man. Als ik jong was, zou ik bij zijn militie gaan. Je moet halen wat je niet krijgen kunt. Amerikanen, Europeanen, Chinezen, Indiërs: ze doen het allemaal. Waarom wij niet? Wij hebben Allah.’

Wereldbevolking

earth Joris Voorhoeve over overbevolking - Stichting de Club van Tien Miljoen