Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

vrijdag, 05 maart 2010 12:42

Kiezen of delen

Paul Gerbrands in ‘Over Bevolking’ van Bio-Wetenschappen en Maatschappij van 2008
 
Overbevolking is geen kwestie van louter teveel mensen, maar van een combinatie van het aantal mensen en het beroep dat zij op hun omgeving doen, hun welvaart. De aarde stevent af op tien miljard bewoners, terwijl nu al een groot deel van de mensen in armoede leeft.
De rijkdommen zijn oneerlijk verdeeld en overbevolking van de aarde lijkt onafwendbaar. Tenzij we snel kiezen: meer mensen en minder welvaart, of het tegenovergestelde.
 
Tien miljard bewoners is teveel voor de aarde
De aarde is snel op weg naar tien miljard wereldburgers. Maar er is discussie over de vraag of de aarde daarmee overbevolkt is. In het dierenrijk leidt overbevolking tot het wegtrekken of het vinden van een eigen ‘niche’ van een deel van de bevolking. Ook reduceert een gebrek aan voedsel, water of de uitbraak van een epidemie het aantal individuen tot er weer evenwicht is met de natuurlijke hulpbronnen. Voorbeelden daarvan zijn vogelsoorten die minder eieren leggen als er gebrek is aan voedsel. Er zijn zelfs soorten waarvan jonge dieren hun jongere broertje of zusje doden om zelf te kunnen overleven. En kuddedieren zoals herten, planten zich net zo lang voort totdat een strenge winter of een droge zomer de kudde flink uitdunt. Hoewel sommige aanhangers van een parallellie tussen mens en natuur die verschijnselen ook bij mensen menen te zien, is de werkelijkheid genuanceerder. Kannibalisme bijvoorbeeld, heeft niets van doen met overbevolking en door mensen overbevolkte gebieden kenmerken zich juist door een hoog geboortecijfer in plaats dat er minder kinderen worden geboren.
 
Intellect
De mens heeft nu eenmaal meer intellect dan het dier, ook al kun je de manier waarop hij dat gebruikt ter discussie stellen. Mede daardoor beschikt de mens over meer werktuigen en mogelijkheden om zijn omgeving te beïnvloeden. Bij overbevolking verlegt de mens de grenzen van diens omgeving door zeer rationeel op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden om als soort ongestraft, in groten getale en met behoud van zoveel mogelijk welvaart, gelukkig verder te kunnen leven. Het liefst zet hij daarbij de natuur naar zijn hand. Dat begon ooit met het domesticeren van landbouwgewassen en landbouwhuisdieren, het creëren van akkers, het bouwen van steden, inpolderen van meren en zeeën en het bouwen van dammen en kanalen voor het irrigeren van akkers en het leveren van drinkwater. Het eindigde met de introductie van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, het centraal opwekken en opslaan van energie en het ingrijpen in de erfelijkheid teneinde nog profijtelijker voedingsgewassen en vee te kunnen produceren.
 
Wat de relatie met de natuur aangaat, lijkt de mens driedubbelblind. In blinde zucht naar telkens meer, blind voor een eventuele grens aan de groei en blind in zijn vertrouwen in de vooruitgang van wetenschap en techniek die elk probleem kunnen oplossen. Al aan het eind van de achttiende eeuw voorspelde de Britse demograaf en econoom Thomas Malthus (1766-1834) dat de bevolkingsgroei de economische groei voor zou blijven, wat tot hongersnood op grote schaal zou leiden. Hij introduceerde het Malthusiaanse plafond - de maximale omvang die de bevolking kan bereiken in verhouding tot de beschikbare grond - en de Malthusiaanse catastrofe - waarbij de overbevolking zichzelf in evenwicht brengt door een verhoogde sterfte. Inderdaad hebben diverse wetenschappelijke en technische vindingen - waardoor de mens minder afhankelijk werd van het grondgebruik - het Malthusiaanse plafond geregeld omhoog gebracht. En ook is de mondiale Malthusiaanse catastrofe uitgebleven. Maar wetenschap en techniek hebben tot nu toe niet kunnen voorkomen dat op deze aarde ruim een derde van haar bewoners ondervoed is of in armoede leeft. Het is duidelijk dat een klein deel van de aardbewoners het zeer goed heeft ten koste van een groter deel van de wereldbevolking.
 
Voetafdruk en Eerlijke Aarde-aandeel
Moderne ecologen spreken hier van een zeer ongelijkwaardige ‘ecologische voetafdruk’. Een verwant begrip is het ‘Eerlijke Aarde-aandeel’. Als alle bruikbare ruimte op aarde verdeeld wordt over alle mensen en de natuur voldoende ruimte krijgt om zichzelf te herstellen, dan zou elke bewoner gemiddeld recht hebben op 1,8 hectare. Dit Eerlijk Aarde-aandeel is inclusief de nodige ruimte voor het behoud van de mondiale biodiversiteit. Hoewel er kritiek is te geven op de diverse begrippen en rekenmethoden, is het duidelijk dat de verdeling van de natuurlijke rijkdommen over de wereldburgers zeer ongelijk is. Een Nederlander gebruikt gemiddeld 4,4 hectare in plaats van de 1,8 hectare waarop hij of zij recht heeft (zie tabel). De inwoners van India en Kenia hebben een voetafdruk van 0,8 hectare, die van China het dubbele en die van de Verenigde Staten leggen gemiddeld beslag op 9,6 hectare. Met 11,9 hectare leven de inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten op de grootste voet. De vooruitzichten zullen er niet beter op worden als de huidige 6,5 miljard wereldburgers zich gedurende deze eeuw hebben vermenigvuldigd tot ongeveer tien miljard. En de vermindering van de bruikbare grond door het stijgen van de waterspiegel, zal het aantal beschikbare hectaren per inwoner alleen maar verder verkleinen.
 
‘Overbevolking’ en ‘vol’ zijn niet louter uitingen van subjectieve gevoelens, zoals de een van lege kusten houdt, terwijl de ander het strand pas waardeert als het er lekker naar patat en zonnebrandolie ruikt. Het begrip is kwantificeerbaar en heeft een dreigende realiteit. Stel bijvoorbeeld, dat heel de wereldbevolking van ruim zes miljard mensen hetzelfde welvaartspeil en consumptiepatroon zou willen hebben als Nederland heeft. Het is immers niet onredelijk dat ook elders mensen hetzelfde woonoppervlak, autobezit, energiegebruik en dezelfde voedselimport, vliegvakanties en luxegoederen zouden willen hebben als in Nederland. Met als consequentie dezelfde afvalproductie, verspilling en vervuiling. Dan zou de aarde niet 11,8 miljard hectare biologisch productieve oppervlakte moeten hebben, maar bijna 30 miljard hectare. Een onmogelijkheid, want het totale oppervlak van de aarde telt, exclusief de oceanen, ‘slechts’ vijftien miljard hectare, waarvan zo’n vier miljard hectare onvruchtbaar is. Aan alles zou tekort zijn en overal zouden ruzies en oorlogen ontstaan. Dan is overbevolking geen vaag subjectief begrip meer, geen onduidelijk gevoel, maar een reële bedreiging van het bestaan.
 
Ecologisch probleem
Overbevolking is een ecologisch probleem. Overbevolking ontstaat als het beslag dat een bevolking doet op de natuurlijke hulpbronnen de draagkracht van het systeem te boven gaat. Overbevolking is dan ook het product van het aantal mensen en het beslag dat deze op hun omgeving leggen; voor het gemak: het welvaartsniveau. Zouden er bijvoorbeeld in Nederland minder mensen wonen en zouden zij allemaal minder hoge welvaartseisen stellen, dan zou dat geringere aantal mensen nog maar een klein beroep hoeven te doen op andere delen van de wereld. Dit zou een verbetering van de kwaliteit van het leven voor de arme medemens elders in de wereld betekenen. Zo beschouwd is Nederland dus overbevolkt. Dat is voor de meeste bewoners van een van de dichtstbevolkte en rijkste landen ter wereld echter geen onderwerp van discussie. De meeste mensen realiseren zich deze situatie niet en de werkelijkheid is, om Al Gore te citeren, een ‘ongemakkelijke waarheid’, want zo’n discussie zou ons teveel met de neus op de feiten drukken. Zo legt Nederland, vergeleken met bijvoorbeeld Ethiopië, een wel heel grote claim op het ecologische draagvermogen van de aarde. Ruim 60 miljoen Ethiopiërs verbruiken nog geen fractie van het voedsel en de energie die ruim 16 miljoen Nederlanders jaarlijks opmaken. Het zal dan ook niemand verbazen dat de Nederlandse ecologische voetafdruk aanzienlijk groter is dan die van de gemiddelde Ethiopiër. Hoe hoger het inwoneraantal van een land en hoe hoger het consumptieniveau, des te groter is de behoefte aan zaken als voedsel, energie en water, dus aan ecologische grond. (Overigens leidt ernstige armoede ook tot een grotere voetafdruk, doordat een arme bevolking de financiële en technische middelen ontbreekt rekening te houden met het milieu, wat vervuiling, erosie en verlies van biodiversiteit doen toenemen.) Naarmate meer landen hetzelfde hoge niveau van welvaart krijgen, ontstaat op den duur een onoplosbaar probleem. Dan zal of de welvaart naar beneden moeten, of het aantal inwoners. Het is al erg genoeg dat de gemiddelde ecologische voetafdruk van de Nederlanders veel groter is dan verantwoord is en dan waarop zij recht hebben. Erger is het dat het grootste deel van die afdruk van 4,4 hectare in het buitenland wordt gezet, want zelf heeft het dichtbevolkte Nederland slechts een kwart hectare beschikbaar voor elke inwoner.
 
Energieprobleem
Overbevolking is ook een energieprobleem. Naar verwachting zijn binnen enkele decennia de fossiele brandstofvoorraden voor het belangrijkste deel uitgeput. Nu al zijn ze bij geopolitieke problemen, zoals de oorlog in het olierijke Irak, beperkt voorradig en stijgt de prijs. Als het energiegebruik in Nederland op het huidige peil blijft of zelfs toeneemt, ontstaan daardoor problemen. Zou Nederland in z’n eigen energie kunnen voorzien, bijvoorbeeld met alternatieve energiebronnen? Vooralsnog is dat lastig. Om alle voor de Nederlandse samenleving benodigde energie op te wekken met wind en zon, zouden er enkele honderdduizenden windmolens nodig zijn of zou een derde van Nederland met zonnecellen moeten worden vol gezet. Ook zouden zeer grote delen van onze landbouwgrond kunnen worden ingezaaid met snelgroeiend rietgras of andere voor energie uit biomassa geschikte gewassen. Dat alles zou een flink beslag leggen op de toch al schaarse ruimte en landbouwgrond in Nederland. Een voedselcrisis zou ongetwijfeld het gevolg zijn. Kernenergie is nog een mogelijkheid, want er is voor zeker een eeuw splijtstof voorradig, maar niet in Nederland. De bijdrage aan de reductie van broeikasgassen zou groot zijn, maar we zouden ons nageslacht wel opzadelen met radioactief afval. Er zouden ook drastische besparingen van het huidige energiegebruik kunnen worden doorgevoerd, maar erg hoge percentages zijn op korte termijn niet te verwachten. Zeker niet als politici en economen de economische groei als een noodzakelijk voorwaarde voor een verder ontwikkeling van Nederland blijven aanprijzen.
 
Water- en voedselprobleem
Overbevolking is ook een probleem van de beschikbaarheid van water en voedsel. De wereldwijde vraag naar water blijft stijgen. Vooral de landbouw, maar ook industrie en huishoudens eisen een steeds groter deel van de watervoorraad op. Veel landen kampen met schaarste aan water. Zowel in kwantitatieve zin - er is te weinig water - als in kwalitatieve zin - er is onvoldoende schoon water. Het is duidelijk dat gebrek aan water leidt tot misoogsten, hongersnood, vluchtelingenstromen, etnische conflicten, besmettelijke ziekten en andere gezondheidsproblemen. Water en voedsel voor de bevolking van door natuurrampen of oorlogen getroffen gebieden, zijn altijd de eerste vormen van hulp. Maar noch op de lange termijn, noch structureel, verandert daardoor iets wezenlijks aan de leefomstandigheden van de bevolking.
 
De internationale gemeenschap mag bij zichzelf te rade gaan over het moreel gehalte van deze louter incidentele aanpak. Aan de ene kant worden mensen, terecht, geholpen en hoop gegeven op een (betere) toekomst. Aan de andere kant heeft de internationale gemeenschap weinig over voor echte maatregelen die de ellende van de betreffende bevolkingsgroepen structureel kunnen verlichten. Dikwijls ontbreken de politieke en economische wil om een daadwerkelijke en bij de betreffende cultuur passende vrede te creëren in een door conflicten verscheurd gebied. Niet zelden zijn de tegenstellingen in het verleden aangewakkerd door de geïndustrialiseerde wereld zelf teneinde de eigen geo-politieke belangen veilig te stellen. Voorbeelden daarvan zijn het Palestijns-Israëlische conflict in het Midden-Oosten, de guerillaoorlog in Afhanistan, de strijd tussen Iran en Irak en de huidige crisis in Irak en de talloze brandhaarden in Afrika waar de plaatselijke regeringen, krijgsheren en diverse stammen alternerend werden gesteund door de verschillende grote mogendheden.
 
Verder wordt ook weinig structureels ondernomen om arme landen en producenten uit die landen meer toegang te geven tot de (internationale) markt. Waar effectieve maatregelen in eigen economisch vlees snijden, geven de rijke landen meestal niet-thuis - zoals het verminderen van protectionistische maatregelen aan de kant van de industriële landen, het tegengaan van het dumpen van goedkope of afgedankte producten in arme landen, het beschermen van de prijzen van grondstoffen of het terugdringen van de wapenverkoop aan arme regiems en instabiele regio’s. Datzelfde geldt ook voor het verkleinen van de eigen ecologische voetafdruk ten gunste van die van de bevolking van arme landen. Aan de eigen welvaart mag niet worden getornd, zelfs niet om de minimale en vaak onvoldoende leefomstandigheden van de armsten enigszins te verbeteren. En dat terwijl de geschiedenis laat zien dat welvaart uiteindelijk de bevolkingsgrie afremt.
 
Wetenschappelijk en technologisch probleem
Het is wellicht mogelijk dat de wetenschap en techniek duurzame kunnen oplossingen bieden voor een wereld die aan het eind van de 21ste eeuw tien tot elf miljard mensen zal tellen. Dat brengt ons op het feit dat overbevolking ook een technisch probleem is. Vooral onder technische wetenschappers bestaat een hardnekkig geloof in de vooruitgang van de mens. Zo is een argument tegen de eerder genoemde Malthusiaanse catastrofe dat al die extra mensen ook extra hersencapaciteit, creativiteit en nieuwe oplossingen voortbrengen. De catastrofe is tot nog toe uitgebleven en het Malthusiaanse plafond is inmiddels diverse keren verhoogd. Ondermeer door de uitvinding van de stoommachine en de ontwikkelingen in de landbouw die de relatie tussen de omvang van de bevolking en het daarvoor benodigde grondoppervlak gunstiger hebben gemaakt. De Groene Revolutie, waarbij rationele teeltmethoden de opbrengst van voedingsgewassen aanzienlijk hebben vergroot, is één van de oplossingen die de wetenschap heeft aangedragen voor voedseltekort en armoede. En er zijn meer wetenschappelijke en technologische lijnen die kunnen leiden naar oplossingen voor de wereldwijde armoede waarop we afstevenen.
 
Helaas is de werkelijkheid weerbarstig. Nogal wat van de scenario’s die worden geschetst om een wereldwijde ramp af te wenden, blijven in het domein van de science fiction. In theorie zijn ze ongetwijfeld mogelijk, maar de politieke, financiële en praktische obstakels en de onzekerheid blijken zo groot, dat ze niet - en in elk geval niet op tijd - kunnen worden gerealiseerd. Veilige kernfusie bijvoorbeeld, is zo’n futuristische oplossing voor het energieprobleem. Maar decennialang onderzoek en hoge investeringen hebben kernfusie nauwelijks dichterbij de toepassing ervan gebracht en de publieke opinie in de Europese landen begint zich tegen dit soort centrales te keren. Datzelfde geldt voor andere technologische oplossingen voor een aantal problemen die de combinatie van grote welvaart en vele miljarden aardbewoners met zich meebrengt. Het is zeker zo dat wetenschap en technologie de draagkracht van de aarde kunnen vergroten en de last die de groeiende bevolking op de natuurlijke hulpbronnen uitoefent, kunnen verminderen. Maar het tempo waarmee dat in het verleden is gebeurd, roept gerede twijfel op of de mondiale introductie van die nieuwe technologie snel genoeg zal gaan.
 
Politiek probleem
Principieel hebben landen als China en India en alle andere ‘onderontwikkelde’ landen recht op evenveel welvaart, onderwijs, gezondheidszorg en consumptiegoederen als de westerse landen. Als we uitgaan van het principe van de ecologische voetafdruk en we zouden allemaal zo willen leven als de gemiddelde Noord-Amerikaan, die 9,4 hectare biologisch productieve grond behoeft, dan zou er op aarde plaats zijn voor slechts 1,25 miljard mensen. Houden we het welvaartsniveau van de gemiddelde Nederlander aan, dan is 2,7 miljard de limiet. Het is duidelijk dat de aarde op dit moment een wereldbevolking van zes miljard mensen op een welvaartspeil van de hoogst ontwikkelde landen al niet kan dragen. Dan zijn voor de toekomst maar twee oplossingen denkbaar: met velen arm of meer welvaart per persoon met minder mensen.
 
Daarmee is overbevolking dus vooral een politiek probleem. Daarom moet er opener worden gediscussieerd over de consequenties van het huidige product van welvaart en bevolking, waarvan de uitkomst te groot is voor de huidige draagkracht van de aarde. Dit wordt echter niet gevoeld als een (politieke) urgentie. Kennelijk zijn de meeste mensen nog niet onder de indruk van de dreigende ramp die overbevolking heet. Toch moet de kwestie in het politieke circuit onder ogen worden gezien en zal de keuze nu moeten worden gemaakt. Want of men - bijvoorbeeld in Nederland - kiest voor het verlagen van de welvaart of voor het terugdringen van de bevolking, de effecten daarvan zullen pas over een aantal decennia merkbaar zijn. Als we nog langer talmen, zullen toekomstige generaties onze generatie daarom veroordelen.
 
Malthusianen en De Club van Tien Miljoen
 
De Britse demograaf en econoom Thomas Robert Malthus (1766-1834) voorspelde op de grens van de achttiende en negentiende eeuw dat de bevolkingsgroei sneller zou gaan dan de groei van de voedselproductie en dat dit zou leiden tot hongersnood. Wanneer de bevolking een plafond bereikt, bewerkstelligt een catastrofe dat de overbevolking door een verhoogde sterfte - door honger en ziekte - weer in evenwicht komt met de hulpbronnen. Alleen voorbehoedsmiddelen en abortus zouden een ramp kunnen voorkomen, maar daar was Malthus - zelf een Anglicaans predikant, faliekant tegen. Malthus en zijn aanhangers maakten zich vooral zorgen om het losbandige voortplantingsgedrag van arbeiders en paupers. Malthus was ervan overtuigd dat een stijging van de welvaart de bevolkingsgroei stimuleert. Het tegendeel blijkt echter waar. Hoe meer welvaart, hoe minder kinderen. De neo-Malthusianen zijn minder pessimistisch over bevolkingsgroei en welvaart, maar stellen dat de draagkracht van moeder aarde natuurlijke limieten stelt aan de bevolkingsgroei. Uitdrukkelijk zien de neo-Malthusianen een rol voor de technologie bij het afwenden van de Malthusiaanse catastrofe. Door de ontwikkeling van de technologie kan grond immers efficiënter worden gebruikt. Technologie-optimisten en technologie-pessimisten verschillen van mening in hoeverre de technologische vooruitgang een catastrofe van tien miljard aardbewoners kan afwenden. In elk geval is men het erover eens dat voorlichting over voorbehoedmiddelen en vooral het gebruik daarvan belangrijke middelen zijn om zo’n catastrofe uit te stellen, dan wel te voorkomen.
 
In Nederland heeft de Stichting ‘De Club van Tien Miljoen’ (CvTM) de draad van de Malthusianen en de Club van Rome, die in de jaren zeventig een ecologische ramp voorspelde door ondermeer overbevolking, welvaart, verspilling en vervuiling, weer opgepakt in 1994. Op geen enkele wijze wil deze club, die ernaar streeft dat de maximale bevolking van Nederland tien miljoen mensen telt, geassocieerd worden met rassenpolitiek of gedwongen beperking van het aantal kinderen. CvTM streeft echter wel naar een overheidsbeleid dat op den duur moet leiden tot het aantal inwoners dat ons land aankan - tien miljoen. Sterke (financiële) prikkels om het aantal kinderen en het migratieoverschot te beperken, moeten, als voorlichting onvoldoende effect heeft, daarbij niet worden geschuwd (www.overbevolking.nl).
 
Tabel 1
Het Living Planet Report van 2006 geeft de volgende cijfers voor de gemiddelde voetafdruk per inwoner (per 2003)
 
Continenten
Landen
Noord Amerika
9,4 hectare
Verenigde Arabische Emiraten
11,9 hectare
Europese Unie
4,8 hectare
Verenigde Staten
9,6 hectare
Europa (niet EU)
3,8 hectare
België & Luxemburg
5,6 hectare
Wereld
2,23 hectare
Nederland
4,4 hectare
Midden-Oosten en Centraal Azië
2,2 hectare
Hongarije
3,5 hectare
Latijns Amerika en Caraïben
2,0 hectare
Turkije
2,1 hectare
Beschikbare biocapaciteit
1,8 hectare
Brazilië
2,1 hectare
Azië (aan Stille Oceaan)
1,3 hectare
Algerije
1,6 hectare
Afrika
1,1 hectare
China
1,6 hectare
 
 
Kenia
0,8 hectare
 
 
India
0,8 hectare
 
2008
 

Wereldbevolking

earth Kiezen of delen - Stichting de Club van Tien Miljoen