Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

dinsdag, 31 augustus 2010 20:33

Krimp nu voor later

1.         Besef
Blijkens onderzoekingen vindt circa 60% van alle Nederlanders het hier vol. Wie vindt dat Nederland vol zit met mensen, beton en asfalt, geeft uiting aan zijn gevoel.
Criteria, aan de hand waarvan eenvoudigweg zou kunnen worden vastgesteld wanneer een land vol te noemen is, ontbreken echter. Zonder criteria kan de overheid volstaan met het bestrijden van de symptomen van de overbevolking zoals de files en het parkeerprobleem. Het probleem overbevolking zelf blijft buiten de discussie.
Intussen stevenen we af op 17 miljoen inwoners. Volgens recente prognose van het CBS is reeds in 2014 de 17 miljoenste inwoner te verwachten.
 
Demografisch gezien is dit voor Nederland een uitzichtloze situatie. Voor menig natuurliefhebber is Nederland wellicht met 7 miljoen mensen nog overbevolkt maar voor een projectontwikkelaar of luierfabrikant kan het hier misschien niet vol genoeg zijn. Op de lange termijn zou, vinden wij, Nederland terug moeten naar maximaal 10 miljoen inwoners.
Van de kant van de overheid lijkt er nauwelijks sprake van enig besef van de ernst van de situatie. Daarom zijn bewustmaking, doorbreking van het taboe dat overbevolking heet en het leggen van een brede maatschappelijke basis voor een bevolkingspolitiek heel belangrijk.
 
Aantal inwoners van Nederland
 
1500
ca.   1 miljoen
1800
ca.   2 miljoen
1900
ca.   5 miljoen
1950
ca. 10 miljoen
2002
ca. 16 miljoen
2014
ca. 17 miljoen
 
2.         Onverschilligheid en taboe
Hoe minder ruimte een mens voor zichzelf heeft, letterlijk en figuurlijk, des te meer probeert hij ruimte voor zich op te eisen. Er ontstaan dan sociale problemen. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog steunde de Nederlandse regering de emigratie naar bijvoorbeeld Australië en Canada. De staatscommissie Muntendam kwam in 1977 met haar rapport* en stelde toen uitgebreide maatregelen voor om iets aan de overbevolking te doen. Inmiddels heeft de betrokkenheid van het Rapport Muntendam plaats gemaakt voor berusting, tolerantie en onverschilligheid bij de burger, terwijl de bevolking is gegroeid van circa 13 naar bijna 17 miljoen mensen. Het onderwerp overbevolking is zelfs in de taboesfeer terechtgekomen. De politiek zwijgt.
Maar om de leefbaarheid van Nederland te beschermen en om ecologisch te overleven moeten de inwoners van Nederland hun voortplantingsgedrag nader bezien. Dit heeft alleen zin als wij tegelijkertijd het recht hebben om de grenzen te sluiten voor degenen die zich hier willen vestigen zonder de intentie van een later vertrek.
 
* Bevolking en welzijn in Nederland: rapport van de Staatscommissie bevolkingsvraagstuk te Leidschendam december 1976 voorz P. Muntendam). - 's-Gravenhage : Staatsuitgeverij, 1977. – ill. : XVIII, 292 p. ISBN: 90-12-01583-9.
 
3.         Geen discriminatie
Nederland heeft nu bijna 17 miljoen inwoners. Allemaal ongetwijfeld aardige mensen met een grote verscheidenheid aan afkomst, huidskleur, godsdienst, cultuur en taal. Gelukkig wordt er in Nederland niet of nauwelijks gediscrimineerd. Iedere legale inwoner, autochtoon of allochtoon, hoort er gewoon bij. Echter, gezien de noodsituatie in Nederland waarvan nog maar weinig mensen zich bewust zijn, is verlaging van het bevolkingsaantal een dringende zaak. Voor die noodzakelijke verlaging is een daling van het aantal geboorten zonder betekenis, als niet ook paal en perk wordt gesteld aan de voortgaande immigratie. Maar alleen op een ethisch verantwoorde en democratische wijze, zonder welke vorm van discriminatie dan ook. Alle legale inwoners van Nederland hebben het recht hier te blijven en niemand van hen kan tegen zijn wil verplicht worden weg te gaan.
 
4.         Bevolkingspolitiek
Als op het gebied van bijvoorbeeld de varkensstapel een wanbeleid is gevoerd, kan op een termijn van enige tientallen jaren deze schade zich wel weer herstellen, wanneer de samenleving tot inkeer is gekomen. Door het huidige geboorten- en immigratie-bevorderend beleid zullen de bevolkingsdruk en de maatschappelijke ontwrichting aanzienlijk hardnekkiger zijn. Een bevolkingspolitiek kan een proces van geboorte- en immigratiebeperking op gang brengen.
image001 Krimp nu voor later - Stichting de Club van Tien Miljoen
 
In het kader van een bevolkingspolitiek zijn maatregelen nodig. Voorlichting, afschaffing van faciliteiten voor grote gezinnen en het niet langer fiscaal achterstellen van alleenstaanden bij gehuwden zijn enkele van de maatregelen, genoemd in de brochure ‘Beleidsvoorstellen’ van de stichting. In deze brochure worden 24 concrete maatregelen voorgesteld onderverdeeld in 7 rubrieken. Enkele voorbeelden. Het signaal afgeven dat kinderen krijgen en opvoeden primair een zaak is van de ouder(s) zelf en niet van de overheid. Het onderbrengen van het deelvak bevolkingsbeleid bij een bestaand schoolvak zowel in het basisonderwijs als in het middelbaar onderwijs. Het toestaan van gastarbeid beperken tot contractarbeid. Het scheppen van werkgelegenheid in ontwikkelingslanden.
 
Ten behoeve van een bevolkingsbeleid volgen hier enkele eenvoudige suggesties voor mogelijke criteria, met voorbeelden, niet met pasklare oplossingen.
 
5.         Voedsel
Heel Nederland bestaat ongeveer uit 3,5 miljoen hectare grond. Ongeveer 2 miljoen hectare daarvan is boerendomein (landbouw, veeteelt, tuinbouw etc.) zijnde ruwweg 60% van het totale landoppervlak; de overige 40% wordt ingenomen door bewoning, infrastructuur, bedrijfsterreinen, bos, natuur- en recreatiegebieden. Een internationaal gehanteerde regel gaat er van uit dat één persoon continu gemiddeld 0,5 hectare vruchtbare grond nodig heeft voor enkele goed gevarieerde maaltijden per dag. Zelfs als alle vruchtbare grond in Nederland zou worden gebruikt voor de productie van voedsel, dan zouden nog slechts 4 miljoen mensen gevoed kunnen worden, uitgaande van de noodzakelijke 0,5 hectare landbouwgrond per inwoner. Enige uitbreiding van landbouwgrond zou verkregen kunnen worden door nog meer inpolderingen en door het verkleinen van natuur- en recreatiegebieden. Dit betekent wel een nog grotere belasting van natuur en milieu, terwijl het effect betrekkelijk gering zal zijn, gezien de enorme kloof tussen ons inwonertal van ruim 16 miljoen en de 4 miljoen, die van het huidige landbouwareaal gevoed kunnen worden.
 
De wereldwijde behoefte aan landbouwgrond neemt intussen toe, terwijl overal ter wereld de hoeveelheid landbouwgrond afneemt. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn erosie, toename van het aantal mensen, meer en grotere huizen, meer individueel ruimtegebruik en de aanleg van wegen en bedrijfsterreinen.
 
6.         Extra landgebruik
Om aan de vraag van de Nederlandse bevolking te voldoen worden grote hoeveelheden voedsel geïmporteerd. Hiervoor worden vruchtbare gebieden elders in de wereld gebruikt. Bovendien zijn nog eens grote oppervlakten in gebruik voor de productie van vezels (als katoen en jute) en voor hout om aan onze vraag naar bouwmaterialen en papier te voldoen.
 
Nederland kent (in geld uitgedrukt) een belangrijke agrarische export, vooral van tuinbouw- en veeteeltproducten. Hierdoor zou de indruk kunnen ontstaan dat het met het oppervlak aan landbouwgrond nogal meevalt. Bij nadere beschouwing blijkt het beeld wat minder rooskleurig. In de eerste plaats zal alle grondgebruik ten behoeve van de export gecompenseerd moeten worden door extra import van voedsel ofwel door landgebruik elders ter wereld.
In de tweede plaats heeft vooral de agrarische productie voor de export een sterk industrieel karakter, d.w.z. er is een grote input van energie en aangekochte grondstoffen. Zo komt de tuinbouwproductie voor een groot deel uit verwarmde kassen die enorme hoeveelheden aardgas verbruiken (tegen speciaal laag tarief!).
De varkens- en pluimveehouderij in Nederland (resp. ca. 13 miljoen en ca. 100 miljoen dieren!) zijn in hoge mate afhankelijk van geïmporteerd voer (bijvoorbeeld maïs uit Amerika en cassavemeel uit Thailand). Ook hiervoor zijn in het buitenland grote oppervlakten nodig. In Nederland zelf wordt voor deze vorm van veehouderij heel weinig grondoppervlak gebruikt; de dieren zitten hun ellendige leven lang opeengepakt in enorme stallencomplexen. Men spreekt niet voor niets van ‘bio-industrie’! Wij in Nederland houden er een ernstig milieuprobleem aan over: het mestoverschot.
 
Om in al onze behoeften te voorzien leggen wij als Nederlandse bevolking beslag op een totale oppervlakte, verspreid over de wereld, ter grootte van zo’n 5 maal het oppervlak van ons eigen land (ruwweg overeenkomend met Duitsland). Dit oppervlak wordt ook wel aangeduid als onze ‘ecologische voetafdruk’. Men kan dus zeggen dat wij in zeer letterlijke zin ’op grote voet leven’. Het voorgaande illustreert ook duidelijk de absurditeit van de veelgehoorde bewering dat Nederland helemaal niet vol is. Het argument is dan dat wij met onze 480 inwoners per km2 een behoorlijke levensstandaard kunnen handhaven.
 
We kunnen ons land vergelijken met een grote stad: een stad als Amsterdam heeft binnen haar gemeentegrenzen een bevolkingsdichtheid in de orde van 5000 mensen per km2. Tegelijk genieten de bewoners een behoorlijke levensstandaard. Het is echter zonder meer duidelijk dat het leven van de bewoners volkomen afhankelijk is van een voortdurende stroom van voedingsmiddelen en andere producten ‘van buiten’. Een duidelijke illustratie is het lot van een belegerde stad in oorlogstijd: wanneer men eenmaal door zijn voorraden heen is, is het met de overlevingsmogelijkheden snel gedaan.
 
Het aanslepen van alle producten die wij nodig hebben van over de hele wereld betekent enorme goederenstromen en dito energiegebruik.
 
Dit alles is alleen mogelijk doordat de energieprijzen in feite absurd laag gehouden worden. Zij weerspiegelen niet de eindigheid van de voorraden fossiele brandstoffen op de aarde, om maar te zwijgen van de voortgaande stijging van het CO2 -gehalte van de atmosfeer en het daarmee samenhangende ‘broeikaseffect’. Eind vorige eeuw was het CO2 -gehalte in de atmosfeer 280 ppmv (parts per million of volume); momenteel is ongeveer 360 ppmv van dit broeikasgas in de lucht aanwezig.
 
Pas met 5 miljoen mensen is Nederland in staat het natuurlijk kapitaal van de aarde in stand te houden en te leven van de jaarlijkse rente zonder wereldwijd roofbouw te plegen op de aarde en de natuur. De hoofdsom blijft dan tot in lengte van jaren voor ons nageslacht in stand. Met andere woorden, dan zou een duurzame samenlevingsvorm mogelijk zijn op basis van een evenwicht tussen consumptie en productie van voedsel en energiebronnen.
 
7.         DRINKWATER
Het klinkt wellicht vreemd maar een als ‘nat’ bekendstaand land als Nederland heeft schaarste aan goed drinkwater en deze schaarste zal bij voortzetting van de huidige ontwikkelingen alleen maar toenemen. Van oudsher is oppompen van grondwater de voornaamste bron. Aanvulling vond in voldoende mate plaats door het natuurlijke overschot aan regenval dat naar het grondwater doorsijpelde. De grond fungeerde als filter, zodat het opgepompte water in het algemeen van goede kwaliteit was en weinig nabehandeling behoefde. Door de enorme stijging van het verbruik is dit evenwicht verstoord geraakt, zodat over grote gebieden de grondwaterstanden zijn gaan dalen. Dit heeft o.m. tot gevolg dat natuurgebieden worden ‘droog getrokken’ en onherstelbaar in kwaliteit, d.w.z. in biologische verscheidenheid achteruitgaan.
 
Behalve dat de hoeveelheden grondwater ontoereikend zijn, gaat ook de kwaliteit ervan achteruit, terwijl ons voor de toekomst nog een drastische verdere verslechtering te wachten staat. Deze verslechtering is een gevolg van allerlei verontreinigingen die op en in de bodem worden gebracht. Waarschijnlijk de belangrijkste factor hierbij is het beruchte mestprobleem in de intensieve veehouderij (de bio-industrie). We hebben hier te doen met een traag verlopend lange termijn proces. Zelfs indien vandaag de overbemesting zou worden gestopt, dan gaat de verslechtering van het grondwater nog door vanwege de verontreiniging, die al op het land is aangebracht en die ‘onderweg’ is naar het grondwater. Waarschijnlijk is deze verslechtering een onomkeerbaar proces.
 
Vanwege de ontoereikende hoeveelheid grondwater wordt steeds meer drinkwater gewonnen uit oppervlaktewater: rivieren en meren. Het betreft vrijwel 100% water dat met Rijn en Maas ons land binnenkomt. Deze rivieren hebben op hun weg het afvalwater van dichtbevolkte en sterk geïndustrialiseerde gebieden in Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en België opgenomen. Voorzichtig gezegd laat daardoor de waterkwaliteit te wensen over. Zuivering brengt hoge kosten met zich mee. Een van de zuiveringsmethoden is infiltratie in de duinen: vanuit de rivieren wordt water via een pijpleiding naar daartoe bestemde vijvers in de duinen gepompt. Vanuit deze vijvers moet het water doorsijpelen naar het grondwater, van waaruit het als ‘duinwater’ wordt opgepompt door de drinkwaterbedrijven van enkele grote steden.
 
Rivierwater vraagt om steeds meer zuivering door reinigingsinstallaties. Daardoor wordt het water steeds duurder. Met de huidige, min of meer direct beschikbare drinkwatervoorraden en reinigingsinstallaties is er slechts drinkwater voor tien miljoen mensen.
Meer drinkwater leveren kan slechts met extra veel kosten. Daarnaast blijft de vraag of de mens onbeperkt de natuur naar zijn hand mag blijven zetten of dat hij moet leren accepteren zich met al zijn behoeften en wensen aan te passen aan de natuur.
 
fotoweegschaal Krimp nu voor later - Stichting de Club van Tien Miljoen
 
8.         Enorme bebouwingsdichtheid
Er wordt veel grond gebruikt voor huisvesting en bedrijfsgebouwen. De toename van de bevolking maakte een snelle uitbreiding van de woningvoorraad nodig. Tussen 1962 en 1992 verdubbelde het aantal woningen van 3 tot 6 miljoen. De oplossing werd gezocht in hoogbouw. Die bleek al gauw niet de juiste: de verpaupering sloeg toe. Hoogbouw is ook een symptoom van overbevolking en vergroot de bevolkingsdichtheid ter plaatse. In de jaren ’70 en ’80 ontstonden de sfeerloze en dichtbevolkte wijken met smalle woningen en kleine tuinen. De geringe openbare ruimte in die wijken wordt nu in beslag genomen door het verkeer en de geparkeerde auto’s. Wij hebben medelijden met de kinderen die in een dergelijke wijk opgroeien.
 
Economisch gezien is hoogbouw een noodzakelijkheid vanwege de grote aantallen mensen in de steden. Menselijkerwijs gesproken is het onverstandig en onverantwoord veel mensen dicht op elkaar te pakken. De Bijlmer is een goed voorbeeld van hoe het niet moet. Nederland heeft een randstad van circa tien miljoen inwoners met jonge slaapsteden en buitenwijken zonder ziel. Het ruimtegebrek is daar goed merkbaar. De architect die beweert dat er in Nederland met gemak 20 miljoen woonhuizen kunnen staan, woont zelf waarschijnlijk in de Ardennen. De mens is niet gemaakt voor massaliteit. Massaliteit is leuk, als je weet dat je er ook snel uit kunt ontsnappen. Als je bijvoorbeeld Sydney uit rijdt, zit je midden in niemandsland. Maar als je Amsterdam of Rotterdam uit rijdt, zit je al weer in een andere stad. En overal tref je de bekende gevolgen: niet alleen uit de hand gelopen voetbalwedstrijden en popconcerten, maar de ‘gewone’ dagelijkse geluidsoverlast, de vervuiling en de agressie.
 
9.         Geboorten
Sinds 1900 is het aantal Nederlanders sterk gestegen, van 5 miljoen tot 16 miljoen mensen in 2001. En dat aantal is voornamelijk het resultaat van het voortplantingsgedrag van de autochtone Nederlanders door de jaren heen. Vooral de laatste vier generaties is de groei fors geweest. Een groei van ruim 11 miljoen mensen in nog geen honderd jaar is veel voor zo’n klein land.
 
Tussen 1950 en 1970 had Nederland in vergelijking met de ons omringende landen een hoog geboortecijfer. Elk jaar werden er bijna 250.000 kinderen geboren. Aan het eind van de jaren ’60 trad er een kentering in. Tussen 1970 en 1975 daalde het aantal geboorten in enkele jaren met 30%. Ook de bevolkingsprognoses konden worden bijgesteld. In 1975 werd berekend dat Nederland per 1 januari 2000 een bevolking van 14,3 miljoen inwoners zou hebben. Daarna zou de bevolkingsgroei stoppen en overgaan in een afname. De aandacht voor de bevolkingsgroei verdween toen snel. Het probleem leek zich immers vanzelf op te lossen. Doordat nu, begin van het nieuwe millennium, bijna een kwart van de Nederlandse vrouwen geen kinderen krijgt, is het aantal kinderen per vrouw nog steeds 1,7. De verwachting is dat dit op termijn leidt tot een afname van de bevolking. Niets is minder waar.
 
Als uitvloeisel van de hoge aantallen geboorten in de periode tot 1970 is er nog altijd een aanzienlijk geboorteoverschot. In Nederland zijn in 2000 ongeveer 206.500 kinderen geboren. Na aftrek van het aantal sterfgevallen (ca.140.500) resulteert een geboorteoverschot van 66.000. Het geboorteoverschot zou op langere termijn kunnen afnemen en uiteindelijk kunnen omslaan in een sterfteoverschot. De werkelijkheid is heel anders. Ook het aantal geboorten nam na 1985 weer toe: het grote gezin kwam weer in de mode en mede door de onverwachte toename van de immigratie moeten de prognoses vrijwel elk jaar in opwaartse zin worden bijgesteld.
 
10.       Immigratie
Van invloed is ook de ontwikkeling van het migratie-overschot (het verschil tussen emigratie en immigratie). Het aandeel van het migratie-overschot in de bevolkingsgroei als totaal neemt snel toe. In veel West-Europese landen was al lang geen geboorteoverschot meer vanwege een minder snelle groei in eerdere decennia van deze eeuw. Hierdoor nam het aandeel van het migratie-overschot in de bevolkingsgroei als totaal snel toe. In veel West-Europese landen wordt de bevolkingsgroei uitsluitend veroorzaakt door het migratie-overschot.
 
Het aantal immigranten bestaande uit gastarbeiders en vluchtelingen is de laatste dertig jaar gestegen van enkele duizenden tot 133.000 mensen per jaar (CBS 2000). Het immigratie-overschot is ongeveer 54.000 mensen per jaar (CBS 2000). Er zijn in de loop van de geschiedenis wel vaker mensen voorgoed hierheen gekomen. Bijvoorbeeld hugenoten, joden, Indiërs, katholieken, Vlamingen en Walen. Uit alle lagen van de bevolking, met of zonder opleiding. Deze mensen werden ingepast in de Nederlandse samenleving, die daar plaats voor had. Door hun eigen opstelling en kleine aantallen was een vlotte integratie geen probleem. Nederland is inmiddels veel voller geworden. De grenzen van het toelaatbare zijn overschreden. Onder deze omstandigheden heeft geboortebeperking heel weinig zin. Er is gewoon ruimtegebrek. En toch komen er ieder jaar stromen mensen hier naar toe. Er is ook sprake van emigratie, maar het evenwicht tussen immigratie en emigratie is zoek. Al met al is er hier te lande gelukkig nooit echt sprake geweest van raciale problemen. En dat zou altijd zo moeten blijven. Wij moeten de tolerantie echter niet te zeer onder druk zetten door teveel mensen toe te laten.
 
11.       Remigratie
Het gegeven van 16 miljoen inwoners betekent een ramp voor ons land. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog kende Nederland bij een inwonertal van 10 miljoen mensen een emigratiebevorderend beleid. In 1977 verscheen het rapport van de staatscommissie Muntendam waarin een actief emigratiebeleid werd voorgesteld. Maar nu Nederland ruim 16 miljoen inwoners heeft, is het woord overbevolking een taboe geworden. In het algemeen zou emigratie gepaard kunnen gaan met de toekenning van een uitkering als overbrugging van het welvaartsverschil.
 
Daarnaast moet worden onderkend dat een immigratie-overschot ook leidt tot een groter aantal geboorten. Een groot deel van de migranten bestaat uit jonge volwassenen, die na hun aankomst in Nederland zullen overgaan tot het stichten van meestal grote gezinnen, omdat dat in hun land van herkomst gebruikelijk is.
Door de manier waarop we in Nederland aankijken tegen zaken als het geboorten- en het immigratie-overschot blijft deze materie een onbeheersbaar gegeven.
 
12.       Vervoer
De toenemende behoefte aan mobiliteit van het groeiende aantal inwoners zal uiteindelijk het woon-, werkverkeer en het recreatieve verkeer steeds moeilijker maken. Als het aantal mensen niet gaat dalen, komt er dus ook geen einde aan het aanleggen van nieuwe wegen. Iedere oplossing van verkeersproblemen zoals files is slechts de bestrijding van symptomen. Bovendien is het een selectiemiddel. Wie meer kan betalen, rijdt gewoon meer. Denkbaar is ook, wat in Venezuela is ingevoerd, een rijverbod op maandag voor mensen van wie het nummerbord met een bepaalde letter begint. Inmiddels worden zelfs op sommige plaatsen in de spitsuren de vluchtstroken als rijbaan gebruikt, terwijl die juist bedoeld waren voor de veiligheid. Weer symptoombestrijding.
 
13.       Werkgelegenheid
Volledige werkgelegenheid is belangrijk. Dat mag niet ter discussie staan. Hoe meer mensen er zijn des te meer werkgelegenheid er nodig is. Maar meer werkgelegenheid brengt ook veel nadelen met zich mee zoals ruimtebeslag, verkeersdruk, milieuvervuiling met meer kans op blijvende milieuschade, meer verbruik van water en verdwijning van nog meer natuur. De omvang van de bevolking moet worden beperkt, indien we aan volledige werkgelegenheid als uitgangspunt willen vasthouden. We streven er in Nederland inderdaad naar het aantal werklozen te laten dalen. Het toelaten van immigranten, grenspendelaars en buitenlandse werknemers is hiermee in strijd. Met andere woorden: onze economie is er om ons een goed leven te bezorgen en om aan arme samenlevingen een deel van onze rijkdom af te staan, maar niet om onze maatschappij te benadelen.
 
De werkgelegenheid neemt elders niet bepaald toe, als wij zo veel mogelijk werk hier naar toe halen. Echte samenwerking op het gebied van ontwikkeling van arme landen vereist eerder een omgekeerde politiek. De conclusie is dat wij anderen moeten helpen het goed te hebben, zodat ze niet uit hun land weg hoeven.
 
14.       Recreatie en stress
Een toenemende bevolking met veel vrije tijd heeft behoefte aan recreatieruimte. Deze behoefte wordt vergroot door de hedendaagse mogelijkheden tot mobiliteit. Niemand wil dat de mensen afnemen. Maar veel ruimte voor recreatie en ontspanning in de natuur is al verloren gegaan. Het kleine stukje dat over is, wordt te intensief gebruikt. We moeten een keuze maken tussen: of minder mensen of minder recreatie en minder natuur. We hebben immers steeds meer grond nodig voor de aanleg van wegen, huizen, kantoren, industrieterreinen en viaducten en voor landbouw en veeteelt. Maar ook willen we nog natuurgebieden overhouden. Er is niet veel plaats meer in Nederland. We wonen hier zo dicht op elkaar en het ruimtegebrek is zo nijpend dat meer wegen, meer fietspaden en meer treinen allang geen oplossing meer zijn.
 
15.       De vrije natuur
De laatste eeuwen is de mens in Nederland de oorzaak geweest van het verdwijnen van woeste gronden, vrije natuur en van een afname van een groot aantal dier- en plantensoorten. De belangrijkste factor hierbij is de vernietiging van geschikte leefgebieden, meestal doordat deze gebieden door de mens ‘ingepikt’ en voor eigen gebruik ontgonnen worden. Belangrijk is verscheidenheid van leven, dat wil zeggen veel soorten in vele ecosystemen voor het reguleren van natuurlijke processen zoals bijvoorbeeld bestuiving van planten en bescherming tegen ziekten.
 
Door een steeds versnellende technologische ontwikkeling gedurende de laatste eeuwen heeft de mens zijn bestaansmogelijkheden sterk kunnen uitbreiden. Dit alles ten koste van andere levensvormen (dieren en planten), waarmee wij de hulpbronnen van onze aarde moeten delen. Met name in Nederland staat de vrije natuur onder zware druk. Aankoop van natuurgebieden is een goede zaak die zeker moet worden voortgezet. Maar zowel Greenpeace als Natuurmonumenten en vele andere natuurbeschermers vechten tegen de bierkaai wanneer de mens als soort niet een forse stap terug doet ten gunste van de natuur waar hij trouwens deel van uitmaakt en die hij nodig heeft voor zijn eigen overleving. Er bestaat geen handvest voor de rechten van het dier. Als het aan de dieren en de planten was gelegen, was er in Nederland na 1800 waarschijnlijk helemaal niemand meer bijgekomen en was het aantal mensen blijven steken op 2 miljoen. Wilde dieren als vossen, wolven, paarden, herten, zwijnen en bevers kwamen hier vanouds voor. Dat deze dieren nog bestaan op onze planeet is alleen mogelijk dankzij het feit dat er buiten Nederland nog gebieden zijn waar de druk van de mens niet zo groot is als hier, terwijl de bewoners van die gebieden het veelal heel wat minder rijk hebben dan wij! We hebben hier weer een illustratie van het feit dat wij in Nederland een onverantwoord, ja zelfs een asociaal hoge bevolkingsdruk hebben.
 
Het moge duidelijk zijn dat op dit kleine oppervlak hier te lande redelijkerwijs slechts plaats is voor een kleine groep mensen, wonend in een grote stad en verder in kleine steden en in dorpen ingepast in het landschap, zoals in Denemarken het geval is. Als het Nederlandse grondgebied voor de helft zou bestaan uit natuurgebieden met een ecologische, biologische, landschappelijke, historische, toeristische en recreatieve waarde, dan pas zou hier sprake kunnen zijn van een in alle opzichten ideale situatie. Zo’n situatie was er misschien nog in 1800 toen hier ruim 2 miljoen mensen leefden. Misschien ook nog in 1900, zij het in mindere mate, toen hier 6 miljoen mensen woonden.
 
16.       Energie
De natuur biedt de mens fossiele brandstoffen zoals olie en gas. Maar die raken op. Bovendien levert het gebruik wereldwijde milieuproblemen onder andere in de vorm van het broeikaseffect. Het gebruik van zonne-energie is wel een alternatief maar vergt veel land: ongeveer 20% van het totale Europese landoppervlak zou nodig zijn om voor Europa alle benodigde energie van de zon te kunnen betrekken. In het overbevolkte Nederland met betrekkelijk weinig zonuren is hiervoor veel te weinig ruimte. Bovendien zou de opwekking van duurzame energie middels zonnepanelen, hout, plantaardige olie en gewassen voor het verwerven van methanol ten koste gaan van de voedselproductie. Trouwens het omzetten van voedsel in energie zou een wel erg wonderlijke zaak zijn, gezien de omstandigheid dat bij de moderne landbouw zeer veel fossiele energie wordt aangewend. Het plaatsen van windturbines neemt ook veel ruimte in beslag, bovendien zijn vele locaties niet geschikt vanwege geringe windvang en horizonvervuiling. De tijd dringt, want fossiele brandstof als energiebron is bijna verleden tijd en de wereldhoutvoorraad als brandstof krimpt ook snel.
 
17.       Bevolkingsdichtheid
De Stichting zet zich in voor een minder dichtbevolkt Nederland, voor een minder dichtbevolkt Europa en een minder dichtbevolkte wereld. Nederland én België (resp. 16 en 10 miljoen inwoners met gemiddeld 491 en 341 mensen per km2) zouden als voorbeeld voor andere landen hun bevolking kunnen reduceren. In de brochure ‘Een volledige bezetting’ zet de Stichting uiteen hoe de bevolking van Nederland in de loop der eeuwen is toegenomen, hieronder wordt de bevolkingsdichtheid in Nederland vergeleken met die van andere landen.
 
Bevolkingsdichtheid per km2
Canada
3
China
139
Rusland
9
Duitsland
230
Ver.Staten
32
India
355
Mexico
57
Japan
341
Ierland
60
België
341
Frankrijk
99
Nederland*
491
Nigeria
161
Taiwan
638
Denemarken
127
Bangladesh
1083
Luxemburg
190
Engeland
251
*exclusief IJsselmeer, Waddenzee en Zeeuwse wateren
 
Het is verhelderend de bevolkingsdichtheid van Nederland te vergelijken met die van de buurlanden Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg. Wie één van deze landen kent, beseft wat wij in Nederland als gevolg van de overbevolking aan immateriële welvaart missen. Wie Nederland uit het begin van de 20e eeuw vergelijkt met nu, heeft dezelfde gewaarwording.
Een al te hoge bevolkingsdichtheid kan de vrijheid van de individuele mens beperken. Méér vrijheid voor de één, toegekend of door zich zelf toegeëigend, kan inhouden dat er daardoor minder vrijheid voor anderen is. Zo kan bijvoorbeeld het aanleggen van een weg aan de een ruimte geven, terwijl de ander zich beperkt weet in zijn natuurbeleving. Zo kunnen allerlei vrijheden in toenemende mate de meest fundamentele vrijheden van anderen aantasten.
 
18.       Vergrijzing
Heel vaak wordt vergrijzing gebruikt als argument om de overbevolking niet te bestrijden. In een vergrijsde samenleving zouden te weinig mensen beschikbaar zijn om het nodige werk te doen. In het bijzonder zou het verzorgen van de bejaarden in het gedrang komen. Over dit onderwerp heeft de Stichting een brochure uitgegeven onder de naam ‘Vergrijzing’. De ondeugdelijkheid van dit argument wordt hier goed onderbouwd aangetoond. Een belangrijk gegeven is dat er in de categorie 20 tot 64 jarigen zoveel mensen werkeloos aan de kant staan (b.v. in 1997 circa 35% van deze groep, waarvan 25% met een uitkering). Hier is nog zoveel arbeidsreserve aanwezig dat iedere denkbare mate van vergrijzing gemakkelijk kan worden opgevangen. (Zie onze twee brochures: ‘Vergrijzing als onnodig spookbeeld’ en ‘De vergrijzing geen probleem’).
 
19.       Asielzoekers
Nederland heeft veel geboorten gekend en veel immigratie. Voor de noodzakelijke verlaging van het aantal inwoners is, zoals eerder gezegd, een daling van het aantal geboorten zonder betekenis als niet ook paal en perk wordt gesteld aan de voortgaande immigratie. Zonder een goed zicht op zowel het aantal geboorten als op de aantallen immigranten is het onmogelijk een evenwichtig en verantwoord bevolkingsbeleid te voeren. Alleen met deze gegevens voor ogen kan er zinnig gesproken worden over het te voeren asielbeleid. Zonder een dergelijke combinatie getuigt praten over stoppen of beperken van toelating van asielzoekers van willekeur.
 
20.       Illegaliteit
De schattingen over het aantal illegalen in Nederland overstijgen de 100.000. Illegaal zijn wil zeggen de wet overtreden: binnengekomen zijn zonder paspoort en hier leven zonder geldige verblijfsvergunning. De Nederlandse regering en de Europese Commissie geven vele miljoenen euro uit aan respectievelijk paspoorten en grensbewaking. Zij zouden dat niet doen, indien dit niet van levensbelang zou zijn voor Nederland of de Europese Unie. Illegaal verblijf is wel degelijk een forse wetsovertreding. Iedere Nederlander die hier probeert te ontkomen aan welke Nederlandse wet dan ook, is strafbaar. Waarom de wet niet gewoon van toepassing laten zijn op iedereen? De wet geldt toch ook voor handelaren in mensen en zij die ‘kerkasiel’ verlenen aan hen die zijn uitgeprocedeerd. Illegaliteit betekent een uitholling van ons rechtsstelsel en maakt een bevolkingspolitiek onmogelijk.
 
21.       Vluchtelingen of vervolgden
Meer dan vijftig miljoen mensen zwerven op deze wereld rond en zijn terecht op zoek naar veiligheid en betere levensomstandigheden. Hun aantal neemt toe. Het zal duidelijk zijn dat het hier voornamelijk gaat om mensen wier economische leefomstandigheden verre van ideaal zijn. Naar onze westerse maatstaven gemeten zouden grote delen van de bevolking van Azië, Afrika en Zuid-Amerika reden hebben om hun land te ontvluchten. Maar wat is vluchten? Onder vluchten verstaan wij iets anders dan om economische en relationele redenen proberen elders een bestaan op te bouwen.
 
Er zijn zeker twee miljard mensen die het heel slecht hebben. Het is erg eenvoudig te roepen dat deze mensen in principe welkom zijn, omdat ze toch niet tegen te houden zijn. Het is ook eenvoudig periodiek illegale vluchtelingen achteraf te legaliseren zoals dat in Europa vaker gebeurd is. Het is echter minder een uiting van uitgestelde medemenselijkheid en meer een gebaar van machteloosheid, onkunde en gebrek aan visie.
 
Het vluchtelingenverdrag van Geneve is opgesteld in 1951. Het ging toen om zeer kleine aantallen mensen vergeleken bij nu en het ging alleen om individueel vervolgden die in het vrije Westen onderdak kregen. Het communistische Oostblok was onze grootste leverancier. Maar het is nooit de bedoeling geweest grote groepen uit bijvoorbeeld Polen of Oost-Duitsland naar het Westen te halen. Het was meer een politieke signaalfunctie naar die regimes en het bevestigde ons gevoel van eigenwaarde. Het ging toen niet om economische vluchtelingen, maar om mensen uit de Sovjet-concentratiekampen en de voetbalstadions van Chili. Het betrof dissidente schrijvers, andere politiek vervolgden en oorlogsslachtoffers uit bijvoorbeeld Vietnam. Voor hen moet dat verdrag blijven gelden, ongeacht het aantal. Maar als we ons vandaag de dag zouden beperken tot individuele slachtoffers van onfrisse regimes en we zouden het woord vluchtelingen vervangen door het woord ‘vervolgden’, dan gaat het ineens nog maar om een kleine groep mensen die al gevangen zit en die zijn dagen moet slijten in gevangenissen en kampen. Waarom gaan we niet zelf op zoek naar de vervolgden in de wereld? Iedereen die nu zegt vluchteling te zijn, is dat lang niet altijd. Dit blijkt uit de grote groepen afgewezenen bij de asielprocedures.
 
Tot slot zou in ieder geval een aantal overwegingen eens goed op een rij gezet moeten worden, zoals het argument van de altijd maar groeiende economische behoefte aan meer arbeidskrachten uit het buitenland, terwijl in Nederland slechts ongeveer 40% van de bevolking (dit is 64% van de groep 20 tot 64 jaar) een betaalde baan heeft; het argument om de natuur en het milieu te behoeden voor een totale ondergang door de aanwezigheid van steeds maar meer mensen; het argument dat de consequentie van het openstellen van de grenzen onder de huidige omstandigheden in een land als Nederland absurde en onhoudbare sociale situaties zal opleveren; het argument dat de ontwikkelingshulp, die gekoppeld is aan een breed programma om het stijgende aantal geboorten met name in de Derde Wereld te stoppen, meer zal bijdragen aan de leniging van de noden in de wereld dan het stimuleren van volksverhuizingen kan doen.
 
De grenzen sluiten is weer het andere uiterste. Nederland moet in zeer beperkte mate vluchtelingen opnemen, maar moet voortaan wel vervolgden gaan halen. Dit gebeurde ook in de zaak Kosovo. Geen economische vluchtelingen meer, maar slechts mensen die individueel inderdaad al vervolgd zijn en oorlogsslachtoffers. Terugkeer moet daarbij altijd voorop staan, bijvoorbeeld binnen vijf jaar. Laat die mensen dan wel gewoon die vijf jaar hier werken en sparen voor als ze terug kunnen.
 
Over de uiteindelijke motieven van iemand om weg te gaan uit zijn land tasten vele westerse regeringen in het duister. Er is maar één manier om zeker te weten of iemand echt in nood is. Dat is ter plekke de situatie beoordelen en de gevangenissen laten bezoeken door mensen van het Rode Kruis, vertegenwoordigers van Amnesty International en door overheidsdienaren. Daarzouden de keuzes voor een tijdelijk asielrecht gemaakt moeten worden en niet hier. Iedere vorm van simulatie is dan uitgesloten en gewiekste mensensmokkelaars zullen hun handeltje wel moeten stoppen.
 
22.       Regionale opvang
Door regionale opvang van vluchtelingen zou er een einde kunnen komen aan het trekken van mensen over de wereld. Uitgangspunt bij de opvang van oorlogsslachtoffers en vervolgden moet altijd de zekere terugkeer van mensen in nood naar hun land van herkomst inhouden, zodra oorlogsdreiging of politieke vervolging niet meer actueel is. Mensen terugsturen naar hun oorlogsgebied is ondenkbaar. Maar wanneer terugkeer naar het eigen land niet mogelijk is, verdient plaatsing in de regio van herkomst de voorkeur. Dit was in feite de politiek van het kabinet Drees in de jaren ’50.
Het is zeker begrijpelijk dat iemand, die hier van de rijkdom kennis heeft genomen, in die rijkdom wil delen. In ieder geval is duidelijk dat kennismaking met de levensomstandigheden in Nederland op zich een motief kan zijn om niet meer uit Nederland te vertrekken en desnoods de illegaliteit te zoeken. In het geval van regionale opvang speelt dit probleem minder.
 
23.       Organisaties
Er zijn mensen zoals advocaten en hulpverleners die op een eerlijke manier een dagtaak hebben aan het vluchtelingenvraagstuk, maar er zijn ook mensen die op een volstrekt oneerlijke manier rijk worden aan de mensensmokkel. De goede trouw en het idealisme van de eerste groep staan als een paal boven water.
Opgemerkt moet worden, dat immigratie intussen een dienstverlenende bedrijfstak is geworden waar miljarden in omgaan. Duizenden mensen, onder andere bij de immigratiedienst en bij vele hulpverlenende organisaties, hebben er een baan. Ook het vluchtelingentraject, het asieltraject en de sociale begeleiding in de periode na de toelating vallen onder die bedrijfstak. Bij een daling van de immigratie zal deze bedrijfstak te maken krijgen met toenemende werkloosheid onder de hulpverleners. Voor de hulpverleners geldt evenals voor iedere werknemer in een bepaalde bedrijfstak dat de eigen werkgelegenheid dan een oneigenlijke inzet kan worden. Ze zullen zich moeten omscholen voor ander werk.
In geval van een afnemende of verdwijnende immigratie kunnen de vele subsidies aan hulporganisaties rechtstreeks aangewend worden voor remigratie en voor hulp aan de betrokkenen in hun eigen land. In Nederland wonen ook veel mensen die ooit hier begonnen zijn als vluchteling en die intussen goed ingeburgerd zijn. Ook onder hen zijn er die vinden dat de grens van het toelaatbare bereikt is. Zij pleiten voor een immigratiestop, dezelfde als waar de Stichting voor pleit.
 
Slotwoord
Het is volstrekt onbegrijpelijk dat veel mensen en instellingen binnen de Nederlandse samenleving zo onverschillig staan tegenover de problematiek van de overbevolking. Vooral degenen die het voor het zeggen hebben - de politiek, het bedrijfsleven en religieuze organisaties - hebben gigantische belangen bij een voortduren van de huidige gang van zaken. Het gaat om vermeende economische vooruitgang: hogere rendementen op investeringen, angst voor werkeloosheid, angst voor verlies van welvaart en onbetaalbaarheid van pensioenen. Daarnaast is de mens bang zijn individuele vrijheid kwijt te raken als het bijvoorbeeld gaat om het aantal kinderen. Het is zo langzamerhand wel duidelijk dat deze individuele vrijheid en de alsmaar groeiende economische belangen de rede van de mens verlammen en het taboe dat overbevolking heet alleen maar groter maken.
Als er op dit pamflet kritiek komt, dan voldoet het aan de bedoeling ons te bezinnen op de stelling: ‘Overbevolking vraagt om bevolkingspolitiek’.
Indien u zich enigszins in de tekst herkent of indien u geprikkeld bent en meer informatie wenst, dan kunt u die gratis aanvragen bij ons adres. U kunt ons steunen door donateur te worden.
 
2009

Wereldbevolking

earth Krimp nu voor later - Stichting de Club van Tien Miljoen