Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

woensdag, 25 juli 2018 09:28

Menselijke vrijheid

Paul Gerbrands

Hoe meer we de vrijheid van de mens centraal stellen, des te minder blijft er van de mens en het milieu over. Als mensen dicht op elkaar zitten, moeten zij veel rekening met elkaar houden. Aldus leidt overbevolking eerder tot vermindering dan tot vermeerdering van de individuele vrijheid.

Want de vrijheid van iedere mens bestaat namelijk uit allerlei stukjes vrijheid. Deze deelvrijheden concurreren in zekere mate met elkaar en maken dat ieders vrijheid wordt beperkt door de vrijheid van anderen. Vanzelfsprekend ervaart ieder mens zijn vrijheid pas goed in de omgang met de medemensen, in het sociale verkeer. Maar vrijheid kan ook een soort abstractie worden, een soort afgeleide en verkleinde uitgave van wat eens een groot goed was. Zo is de vrijheid om te genieten van de natuur vandaag absoluut niet meer te vergelijken met de vrijheid die onze voorouders hadden, toen zij 200 jaar geleden door Nederland trokken. Deze beperking heeft veel te maken met het aantal mensen in relatie tot de omgeving waarin men op dat moment verkeert. Indien in een toch al drukke omgeving sommige mensen zich bovendien meer toestaan dan op dat moment algemeen wenselijk is, wordt het een kwestie van afwegen. Of men probeert zich te schikken naar de veranderde omstandigheden en zich maar tolerant te gedragen of men verzet zich tegen die zijns inziens onredelijke omstandigheden. Interessant is het te zien dat het individu vandaag eigenlijk nauwelijks de vrijheid heeft tot kiezen. Want wat valt er nog te kiezen waar het gaat om wandelen in de vrije natuur. De maatschappij zal hem of onverdraagzaam of veeleisend vinden. Het gevolg is dat veel mensen eieren voor hun geld kiezen en zich noodgedwongen onverschillig gaan gedragen.

Hoe meer vrijheid aan de één wordt toegekend of door de ander wordt genomen, des te minder vrijheid blijft er dus voor anderen over. Wie in zijn auto honderd kilometer per uur rijdt waar anderen de maximumsnelheid van dertig kilometer per uur niet overschrijden, legt beperkingen op aan iedereen in zijn omgeving. En wie de radio in zijn eigen tuin zo hard zet dat liefhebbers van lezen naar binnen moeten, beperkt zijn buurtgenoten in hun vrijheid. Vrijheid is een kwestie van evenwicht en wederkerigheid in het maatschappelijke verkeer en kan alleen ontwikkeld en uitgeoefend worden in een sociale samenhang. In een communistische omgeving is de afbakening van persoonlijke vrijheden een meer van zelfsprekend gegeven dan in een liberale context. Hier ligt juist het accent op de individuele ontplooiing van de mens. Het is in een vrije, westerse, samenleving eerder de vraag of een overheid beperkingen aan de individuele mens mag opleggen dan in welke mate. Het geringste verbod wordt immers ervaren als een beperking of aantasting van de persoonlijke leefsfeer. Bovendien schijnt ieder individu in onze samenleving beter dan wie ook te kunnen inschatten of een bepaald verbod of gebod eigenlijk wel zin heeft. De afweging zou moeten zijn of het algemeen menselijk welzijn al of niet wordt aangetast. Juist het uitblijven van maatregelen kan zeer schadelijk zijn voor de menselijke vrijheid. Wanneer de samenleving zich toch richt op het inperken van de individuele vrijheid, wordt dat door de betrokkenen vaak als een persoonlijke aanval ervaren, terwijl de meeste maatregelen juist bedoeld zijn om de vrijheid van iedereen te beschermen of zelfs te vergroten. Dat het in dit laatste geval in ons kleine volle landje soms gaat om de keuze voor een virtuele vrijheid laten we even in het midden. Ook maatregelen die tegen bepaalde groepen worden genomen, worden eerder uitgelegd als gericht tégen een groep lastige mensen, bijvoorbeeld herrieschoppers, dan dat zo’n maatregel wordt uitgelegd als nuttig voor de samenleving. Onder het motto dat het toch moet kunnen wordt door het publiek soms zelfs partij gekozen tegen een overheid die met de sterke arm opkomt voor het algemeen belang.

Een uiterst gevoelig punt is de vrijheid van ieder mens om zich onbeperkt voort te planten. Wie dertien kinderen wil, krijgt zelfs voor dertien kinderen kinderbijslag en eist doodleuk zelfs, vaak met succes, van de gemeente een groter huis. De overheid betaalt wel, omdat daar nog steeds het automatisme geldt dat het krijgen van kinderen een goede zaak is voor het land, de landsverdediging, de pensioenen en eventueel nog het geloof. Echter, er worden ook geluiden gehoord die zeggen dat het krijgen van kinderen een kwestie is van een persoonlijke levensvervulling, een hobby, waarvoor niet de overheid de rekening moet krijgen. Bevolkingsgroei in dichtbevolkte landen als Nederland kan zeer ten nadele uitpakken van veel andere vrijheden en kan in toenemende mate de meest fundamentele vrijheden aantasten. Tegen deze achtergrond bezien betekent bevolkingsplanning niet zozeer een inbreuk op de vrijheid zich voort te planten, maar eerder een veiligstellen van andere zaken. In sommige leefgemeenschappen was trouwen en kinderen krijgen alleen dan toegestaan, als er weer een hut vrijkwam. De voortplanting is nu veel meer een universeel recht dat is vastgelegd. Het gevolg is dat de moderne maatschappij ineens weer honderdduizenden woningen nodig kan hebben. Kinderen krijgen was vroeger vaak een kwestie van economische noodzaak, van godsdienstige aansporing, van behoefte aan een oudedagsvoorziening, van ideologische dwang of van financiële nood. Deze overwegingen zijn nog ruimschoots in arme landen te vinden, maar niet meer hier. Het zou getuigen van een groot verantwoordelijkheidsbesef als de overheid het krijgen van kinderen zou maken tot een volledige privé kwestie, waar de ouders financieel volledig verantwoordelijk zijn voor de voeding en opvoeding van hun kinderen en waar de overheid niets meer subsidieert. De andere mogelijkheid is dat de overheid het krijgen van kinderen tot een zaak van het algemeen belang maakt en zich een sturende rol toe eigent, zoals vroeger de stamoudsten deden. Nu doet het enigszins denken aan het omroepbestel waar ook geen keuze kan worden gemaakt. In ieder geval rust er op het woord bevolkingspolitiek een taboe en dat kan pas worden weggenomen als er op een behoorlijke manier en zonder gedachtepolitie sprake kan zijn van meningsvorming over dit onderwerp. In Nederland zijn er tijden geweest waarin het onderwerp geboortebeperking meer bespreekbaar was dan nu. In de tijd van het Rapport Muntendam, de jaren zeventig, was dat het geval. Maar de conclusies van dat rapport zijn nooit in beleid omgezet uit angst voor het mogelijke effect van de pil en de dreigende gelegaliseerde abortus.

In 1900 telde Nederland vijf miljoen inwoners. Wat er aan mensen is bijgekomen, is voornamelijk het resultaat van het voortplantingsgedrag van de autochtone Nederlanders door de jaren heen. Vooral de laatste vier generaties is de groei fors geweest. Een groei van ruim 11 miljoen mensen in nog geen honderd jaar is veel voor een zo klein land als Nederland. Tussen 1950 en 1970 had Nederland in vergelijking met de ons omringende landen een hoog geboortecijfer. Elk jaar werden er bijna 250.000 kinderen geboren. Aan het eind van de jaren ’60 trad er een kentering in. Tussen 1970 en 1975 daalde het aantal geboorten in enkele jaren met 30%. De bevolkingsprognoses konden worden bijgesteld en in 1975 werd berekend dat Nederland per 1 januari 2000 een bevolking van 14,3 miljoen inwoners zou hebben. Daarna zou de bevolkingsgroei definitief stoppen en overgaan in een afname. De aandacht voor de bevolkingsgroei verdween toen snel. Het probleem leek zich immers vanzelf op te lossen. Hoewel nu, aan het begin van het nieuwe millennium, bijna een kwart van de Nederlandse vrouwen geen kinderen krijgt, is het aantal kinderen per vrouw nog steeds 1,6. De verwachting is dat dit op termijn leidt tot een afname van de bevolking. Niets is minder waar. Want als uitvloeisel van de hoge aantallen geboorten in de periode tot 1970 is er nog altijd een aanzienlijk geboorteoverschot. In Nederland zijn in 2000 ongeveer 206.500 kinderen geboren. Na aftrek van het aantal sterfgevallen (ca.140.500) resulteert een geboorteoverschot van 66.000. Het geboorteoverschot zou op wat langere termijn kunnen afnemen en uiteindelijk misschien omslaan in een sterfteoverschot. De werkelijkheid bleek heel anders te zijn. Ook het aantal geboorten nam na 1985 weer toe. Het grote gezin kwam weer in de mode en mede door de onverwachte toename van de immigratie moeten de prognoses wederom vrijwel elk jaar in opwaartse zin worden bijgesteld. En als er al even sprake is van een lichte daling van het aantal geboortes, dan staat dit met grote letters op de voorpagina van iedere krant. Maar het gaat tot nu toe steeds, blijkt achteraf, om tijdelijke verlagingen zonder enige structuur en zonder blijvende vooruitzichten. Het lijkt een beetje op misleiding, want dit soort informatie wordt gebracht alsof we definitief uit de problemen zouden zijn. Zo is er een regelmatig terugkerend bericht over de bestrijding van de criminaliteit. Het gaat dan om bijvoorbeeld fietsendiefstal. Als er in een bepaald jaar ruim 8000 fietsen minder gestolen zijn, krijgt de lezer het idee voorgeschoteld dat de overheid iets moois heeft bereikt. Maar op ruim een miljoen gestolen fietsen per jaar is die vermindering van 8000 fietsen waarschijnlijk alleen maar het gevolg van een paar dagen meer slecht weer waarop men niet graag fietsen steelt.

Een ding is duidelijk, onze individuele vrijheid en onze tolerantie worden onderling verwisseld naar gelang het ons goed uitkomt. Daarbij is zowel bij vrijheid als bij tolerantie de pijngrens behoorlijk verhoogd. Wie geen verschil meer weet tussen vrijheid en tolerantie draagt bij aan het opvoeren van de uitzichtloosheid van ons bestaan. Want niets heeft dan meer absolute waarde.

Een grote bevolkingsdruk met veel vrije tijd voor de inwoners van een land leidt tot meer lawaai in de nachtelijke uren, als anderen willen slapen. De behoefte van de een aan rust komt niet overeen met de behoefte van de ander aan recreatie op hetzelfde moment. Door het toenemende aantal inwoners wordt iedere individuele behoefte door steeds meer mensen ervaren als een inbreuk op hun eigen levenssfeer. Omdat de zeer vergaande individualisering onze hoogste prioriteit heeft, zal het niet eenvoudig zijn het algemeen belang hoger op de agenda te krijgen dan de bevrediging van de individuele behoeften. Dat lukt alleen als we met zijn allen met onze neus op een harde werkelijkheid worden gedrukt. De WTC-ramp was voor veel Amerikanen zo’n werkelijkheid.

Dankzij de hedendaagse mogelijkheden tot mobiliteit worden de problemen van de individuele vrijheid alleen maar groter. Niemand wil de mensen ook maar een fractie van hun vrijheid afnemen en iedere politieke partij die iets in die richting zou willen ondernemen, bekoopt haar lot met de dood. Ook overbevolking vraagt om een politieke oplossing waarbij de mens een stuk individuele vrijheid (van voortplanting) zal moeten inleveren. Maar wie stemt er nu op een partij die voorstelt de kinderbijslag af te schaffen, beperkingen op te leggen aan het aantal geboortes per vrouw of wil invoeren dat de auto als vrijheidssymbool aan de kant van de weg moet blijven staan? Het lijkt erop dat een democratische besluitvorming hierover nog een heel lange weg te gaan heeft. Maar nu kunnen we nog vrijwillig enkele stappen achteruit. Over veertig jaar is de kans zeer groot dat we geen enkele keus meer hebben. Gedwongen door energietekort, wateroverlast in het westen van het land en gebrek aan voedsel zullen we misschien zijn aangekomen op het punt waar nu de bevolking van China staat: met de rug tegen de muur. Wat jammer dat wij, individualisten, hier zo weinig sympathie kunnen opbrengen voor een in onze ogen onmenselijke, realistische politiek van lieden die kennelijk het algemeen belang, het milieu en de ganse voedselsituatie in China, zij het noodgedwongen, hoog in het vaandel hebben.

Maar een partij of overheid die geen onderscheid weet te maken tussen te stellen grenzen aan de vrijheid en aan verplichte tolerantie, laat alles open en blijft aan de macht zonder dat de grote problemen wezenlijk worden aangepakt en opgelost. Dat is wat bedoeld wordt met brood en spelen: iedereen te vriend te houden door het ophouden van de schone schijn dat alles moest kunnen. Er zouden nergens grenzen aan hoeven zijn. Zo moest iedereen in Nederland op vakantie kunnen. De kinderbijslag en het vakantiegeld hadden hun intrede gedaan. Maar over de sociale gevolgen van een dergelijk beleid is nooit goed nagedacht. Wel over de economische gevolgen. Het aantal vakantiehuisjes, bungalows, pretparken en extra wegen schoten uit de grond, maar mede dankzij de massarecreatie en de collectieve ontspanning aan het strand en in de natuur is Nederland landschappelijk verminkt. Toch weet de ANWB iedere maand nog een plekje te noemen waar nog bijna nooit iemand is geweest. Maar twee maanden later bestaat dat leuke plekje niet meer. Het kleine stukje mooi dat over is, wordt te intensief gebruikt. We moeten een keuze leren maken tussen: of minder mensen of minder recreatie en minder natuur. We hebben immers steeds meer grond nodig voor de aanleg van wegen, huizen, kantoren, industrieterreinen en viaducten en voor landbouw en veeteelt. Maar ook willen we nog natuurgebieden overhouden. We wonen hier zo dicht op elkaar en het ruimtegebrek is zo nijpend dat meer wegen, meer fietspaden en meer treinen allang geen oplossing meer zijn. Wat jammer dat de verantwoordelijke lieden dat nog niet willen inzien of niet durven inzien. Bij verkiezingen gaat het dan ook nergens over. Binnen de gebaande paden wordt alleen maar gezocht naar snellere treinen die op tijd rijden en naar nog meer rijstroken op de weg. Weinig hoopvol.

Inderdaad heeft de toenemende behoefte aan mobiliteit het totale woon-werkverkeer en het recreatieve verkeer volkomen onaantrekkelijk gemaakt. De buitenlandse toerist zal zich nog wel bedenken. Van vrijheid in het verkeer is al helemaal geen sprake meer. De auto is in naam nog het symbool van de vrijheid, maar hoe groot kan een bevolking zijn en hoeveel auto’s kan het wegennet aan bij een bepaalde redelijke snelheid. Hoe dan ook: met minder mensen meer mobiliteit. Een andere vraag is hoeveel kilometer weg maximaal aanvaardbaar is in een klein land als het onze. Anders uitgedrukt: hoeveel procent van de totale grond kan redelijkerwijs gebruikt worden voor het verkeer, zodat er nog voldoende grond overblijft voor natuur, wonen, werken en vrije tijd? Vroeger was er buiten de stad gewoon ruimte, wilde natuur, rust. Dit verlies aan immateriële waarden wordt natuurlijk niet ongedaan gemaakt door het opstellen van criteria. Pas als de Nederlandse bevolking massaal neen zegt tegen Schiphol, dan pas stopt de groei van de luchthaven. Zo zal het ook gaan met alle andere verstikkende zaken. Maar dat stadium is pas bereikt, als er sprake is van een collectieve bewustwording en daarvoor moet er meestal eerst, zoals gezegd, een ramp plaatsvinden.

Als het aantal mensen niet gaat dalen, komt er dus ook geen einde aan het aanleggen van nieuwe wegen. Immers iedere oplossing van de verkeersproblemen zoals files is slechts de bestrijding van symptomen. Bovendien is het een selectiemiddel. Wie meer kan betalen, rijdt gewoon meer. Denkbaar is ook, wat in Venezuela is ingevoerd, een rijverbod op maandag voor mensen van wie het nummerbord met een bepaalde letter begint enz. Bij ons worden zelfs op sommige plaatsen in de spitsuren de vluchtstroken als rijbaan gebruikt, terwijl die juist bedoeld waren voor de veiligheid. En gemeenten gaan al over tot invoering van een parkeerbelasting per jaar per auto zonder dat daarbij een parkeerplaats kan worden gegarandeerd. Weer is er sprake van symptoombestrijding.

Zich snel en comfortabel met of zonder bagage kunnen verplaatsen gaf de moderne mens een gevoel van vrijheid. Die mobiliteit wordt niet alleen beperkt door het toenemende bevolkingsaantal, maar ook door de groei van de economie en de daarbij passende nieuwe kantoren met hun wagenparken. Het wereldwijde wegennet kan het toenemende verkeer niet langer verwerken. Mondiaal groeit het autopark met ongeveer 40 miljoen auto's per jaar. In 1900 kwam men in Amsterdam met paard en wagen twee maal zo snel vooruit als thans per auto. Ook voor onze steden geldt steeds meer: wie haast heeft, hij neme de fiets of, beter gezegd, hij pakke een fiets. En als het niet lukt de mensen uit hun auto's te jagen, dan komt de overheid met het voorstel om maar compactere gemeenschappen te bouwen, dat wil zeggen dichter op elkaar te gaan wonen, dichter bij het werk gaan wonen. Dat heet 'indikken'. Het gaat dan allang niet meer om de vrijheid van de mens of om een zo goed mogelijke mobiliteit, maar om de bereikbaarheid of beter gezegd om de onbereikbaarheid en dan is er alleen nog maar sprake van onvrijheid.

Sportwedstrijden, openlucht evenementen en vakanties, waar meestal veel vruchtbare en ecologische grond aan wordt opgeofferd, zijn zeer diep in de natuur ingrijpende gebeurtenissen. Veel schade wordt veroorzaakt door het kappen van bomen voor skihellingen met erosie als gevolg. Misdadig zijn de massale verplaatsingen van toeristen per auto en vliegtuig en de infrastructuur in leuke kleine dorpjes wordt kapot gemaakt voor de bouw van wegen en hotels. De huidige vakantiecapaciteit van Europa komt anno 2003 niet meer overeen met de Europese vraag. De campings, de huisjes, de stranden, de hotels etc zitten aan hun top en alleen uitbreiding van die capaciteit kan nog voorzien in de toenemende behoefte van de mens. Er zullen nog veel meer vakantieparken moeten verschijnen, maar die groeiende capaciteit zal er uiteindelijk toe leiden dat niemand meer naar Nederland op vakantie wil, omdat het hier één grote stad wordt zonder de mogelijkheid er even tussenuit te kunnen. Want dat was toch de bedoeling van vakantie? Toerisme is een van de grootste industrieën ter wereld. Het einde van die groei is voorlopig niet in zicht. Verschillende bedrijven werken aan plannen voor een betaalbare reis in de ruimte of naar de maan, vooralsnog een elitair gebeuren, maar straks voor iedereen betaalbaar. Een extra Schiphol als luchthaven in de Noordzee is op papier al gereed. De impact hiervan op de behoefte aan hotels, wegen en bedrijfsvoorzieningen zal oneindig groter zijn dan wanneer er alleen maar een kantoor wordt bijgebouwd. En al deze voorzieningen zuigen nog meer activiteit aan. De schade voor het milieu is onvoorstelbaar. De aarde als pretpark.

Wat is er nog duurzaam aan onze samenleving. En hoe moet het nu met al die armen in Europa en in de derde wereld die straks ook op vakantie willen? Van hen kunnen wij toch met goed fatsoen niet vragen gewoon thuis te blijven, zodat we zelf op een mooi eiland kunnen genieten van onze vakantievrijheid. De stichting ‘Milieudefensie’ heeft berekend, dat rijke landen zoals Nederland zeer zuinig met hun energie zullen moeten leren omgaan. Een klein sommetje leerde ons dat een rantsoen van één liter benzine per persoon per dag straks realiteit kan worden. Dan is het definitief afgelopen met de vrijheid van reizen en met de hele toeristenindustrie.

 

De nieuwste technische mogelijkheden om de menselijke consumptie minder milieubelastend te maken stemmen niet tot optimisme. Maar wat we ook bereiken, de doorgaande groei van het consumptieve gebruik zal iedere verhoogde efficiency weer teniet doen. Zo gaan auto’s wel zuiniger rijden, maar er komen meer bestuurders die samen meer rijden. Toch moet het bij ons gebeuren, want een beperking van de bevolking is uiteraard het meest effectief daar waar de consumptie per hoofd het hoogst is. Of de bevolking van Nederland en andere westerse landen bereid zouden zijn tot invoering van een bevolkingpolitiek en daarmee een bijdrage zouden willen leveren aan de geboortenbeperking hangt ook af van de vraag of die geboortenbeperking blijvend wordt geneutraliseerd door de huidige immigratiestromen. Daarom gaan we nu eerst de immigratieproblemen bespreken.

Wereldbevolking

earth Menselijke vrijheid - Stichting de Club van Tien Miljoen