Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

vrijdag, 01 november 2013 09:31

Naar minder Europeanen

1.         Het is binnen de Europese Unie nog steeds de gewoonte dat landen met de meeste monden ook de meeste stemmen en dus de meeste zetels in het Europese Parlement krijgen. Macht wordt per land immers gedefinieerd als het resultaat van het aantal mensen dat er woont.

Zo wordt ook in bijna alle Europese landen het salaris van een burgervader gerelateerd aan het aantal inwoners van zijn gemeente. Hoe meer inwoners een gemeente telt, des te hoger is het salaris van de burgemeester. Grote landen met weinig inwoners hebben de pech dat zij amper meetellen in de Europese besluitvorming. Kleine landen met weinig inwoners doen er al helemaal niet toe. Zo is Finland een uitgestrekt, dunbevolkt land, dat bovendien arm is aan grondstoffen. Het is alleen politiek-strategisch een interessant land voor Europa. Maar grote, dichtbevolkte landen zoals Italië, Duitsland, Engeland en Frankrijk hebben ieder een luide Europese stem. Een land doet daarom zijn best kunnen doen om meer inwoners te krijgen met de bedoeling ook een stevige stem in het kapittel te hebben.

Het gaat hier om de Europese Unie, een democratische organisatie. De meeste internationale organisaties van staten zijn echter niet democratisch. Zij weerspiegelen niet de mening van een wereldelectoraat, maar de mening van de meerderheid van regeringen van invloedrijke lidstaten. Veel van die regeringen zijn zelf geen democratieën, maar onderdrukkende regimes die hun inkomsten besteden aan jetset-consumptie van de elite, prestige-projecten en allermodernste wapens.
Machtspolitieke overwegingen leiden er soms toe dat bevolkingskrimp als een politiek probleem wordt ervaren. Ahmedinedjad noemde geboortebeperking een ‘goddeloze westerse import’ en kondigde hoge uitkeringen aan voor nieuwgeborenen. In Rusland wordt bevolkingskrimp als een demografische catastrofe gezien, die voor de machtspositie van het land op termijn fataal kan uitpakken (Couwenhoven). Naar verwachting krimpt de Russische bevolking van ruim 140 miljoen mensen in 2010 naar 116 miljoen mensen in 2050 door hoge sterfte, vooral onder mannen

2.         Er zou ook een ander criterium geformuleerd kunnen worden voor het toekennen van macht. Niet het absolute aantal inwoners van een land, maar zuinig omspringen met energie, minder het milieu vervuilt en minder de eigen nationale problemen afwentelen op andere landen om de eigen welvaart in stand te houden. Dan is een land verstandig bezig, omdat het er rekening mee houdt, dat de aarde niet straffeloos kan blijven opdraaien voor de steeds maar toenemende grillen van een groeiende mensheid. Met goedkope ‘inkopen’ via een expansionistische koloniale politiek werd eeuwenlang een Europees faillissement afgewend. Daarmee werd tevens een economische voorsprong op de rest van de wereld veilig gesteld.
Met de toelating van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie en met de roep om meer nieuwe leden wordt in feite een poging ondernomen om te zorgen voor een groter Europees achterland met meer mogelijkheden. Op een eenvoudige manier komen dure grondstoffen binnen handbereik van de EU. De tegenprestatie is dat de nieuwe leden deel uitmaken van een democratische ordening en meer welvaart krijgen. Sceptici van de EU hebben al gesuggereerd zo snel mogelijk Irak toe te laten tot de EU. Dan zou Europa, afgezien van nieuwe problemen, voor de komende 100 jaar van veel energiezorgen bevrijd zijn.

3.         Onder het motto van de noodzaak van economische groei en andere kortzichtige idealen hebben Europese staten nog steeds de neiging de oplossing van hun economische problemen over de grens te zoeken. Want het vastlopen van de Europese economie blijft op de loer liggen, door overconsumptie, aangemoedigd door de reclame, door veel meer ecologisch besteden dan een land zich kan permitteren, en door het tekort aan energie, voedsel en drinkwater. Maar de gewone burger merkt daar niet zoveel van. En het gemak waarmee Europa de problemen bagatelliseert door te blijven inzetten op uitbreiding en schaalvergroting is onverantwoord. Een andere strategie dan het groeimodel bevorderen zou beter zijn. Want de geïndustrialiseerde landen zijn zwaar overbevolkt en overvragen ten eigen nutte de grond die zij tot hun beschikking hebben. Zij moeten dus wel de grens over. Zij denken nog steeds zonder enige rem door te kunnen gaan met hun productie en consumptie, alsof de aarde onuitputtelijk is. Het enige, dat Europa nog wel wil, is wat schulden kwijt schelden aan de ontwikkelingslanden. Dit klinkt edelmoedig en humaan, maar getuigt niet van veel economisch inzicht voor de lange termijn.

4.         Enkele ‘arme’ landen, onder wie China, India en Pakistan, zijn al overduidelijk bezig met een niet te stuiten economische opmars. Hun behoeften aan meer en hoogwaardig voedsel, meer en schoon drinkwater en meer en duurzame energie zullen niet alleen hun aanspraken op de voorraden in de wereld verhogen, maar zullen hen ook dwingen op termijn hun eigen voorraden slechts ten eigen nutte aan te wenden. Daarmee is de toon gezet voor hun verdere economische ontwikkeling. Maar ook hún overproductie, overconsumptie en ‘mensenproductie’ zullen op den duur ter discussie gesteld moeten worden. Voordat er in de Derde Wereld serieus sprake zal kunnen zijn van een substantiële vermindering van het aantal inwoners, zal daar de overconsumptie even verwoestend hebben toegeslagen als in de geïndustrialiseerde staten. De berg industrieel afval (waaronder miljarden tonnen koolzuurgas) zal er net als in Europa eerst exponentieel toenemen, voordat ook daar de ogen open gaan. Afgezien van toekomstige oorlogen om voedsel, schendingen van mensenrechten en andere mensonterende situaties zal de wens van vele inwoners van de Derde Wereld om er weg te komen uit die mensonterende toestanden steeds luider worden.

Als we deze mensen tegenhouden bij de grens van ‘Fort Europa’, zal dat bij hen tot nog meer onbegrip leiden over onze bedoelingen. En dat zal zo blijven, zolang Europa niet inziet, dat het zelf substantieel bijdraagt aan het vastlopen van de wereldeconomie door haar eigen ongebreidelde economische wensen. De grenzen sluiten omdat wij anders zelf tekort komen, blijft een kortzichtig argument. Maar de deur kan alleen dicht, als Europa bereid is in te zien dat zijn welvaart niet ten koste mag gaan van andere landen. Daarom zal Europa zijn economische problemen niet langer mogen afwentelen op de rest van de wereld. Bij een dergelijke verandering van inzicht zal Europa zelf moeten gaan opdraaien voor haar kortzichtige beleid. Het zal wellicht economisch moeten krimpen. Zeker moet voorkomen worden dat afval de grens over blijft gaan en kostbare zaken als grondstoffen en voedsel al te gemakkelijk binnen blijven komen, terwijl die ergens anders harder nodig zijn. Dat betekent zuinig omgaan met grondstoffen, de overconsumptie terugdringen en het aantal mensen verminderen.

Maar ook iedere bonus op voortplanting afschaffen (kinderbijslag, kinderopvang, vergoeding IUI en IVF). Verder zou niemand inkomsten mogen betrekken uit producten die leed en/of (milieu)schade veroorzaken (kinderarbeid, katoen, soja-industrie, voedselimport uit verre landen, export van veeteeltproducten, nutteloze mobiliteit) of kopen bij instellingen die zich daar wel schuldig aan maken. Dit kan beginnen met heffingen op bepaalde zaken (kentekenbewijs tweede voertuig, kerosine, motorvermogen van pleziervaartuigen, vlees en zuivel, grijze stroom en aardgas) en rantsoenering of verbod op langere termijn (gewone gloeilamp). Ook kan worden gedacht aan het veilen of verloten van vergunningen (praktijk in Bejing en Singapore voor kentekenbewijzen, denk ook aan visserij en veeteelt).

5.         Het zal allemaal niet vanzelf gaan. Want wij zijn gewend pas in te grijpen, als het ons persoonlijk raakt en als het dus te laat is. Zo werd internationaal terrorisme ook pas goed bestreden, toen bijna iedereen in de ‘beschaafde’ wereld de angst voelde en het besef kreeg, dat het zonder maatregelen tegen het terrorisme helemaal fout zou gaan. Maar voor zaken als armoede en honger bestaat bij ons nog steeds geen echte angst. Honger is altijd nog te ver van ons weg. Pas als het met onze eigen voedselvoorziening definitief fout gaat, komt er actie. Als de Europeaan zijn waardigheid dreigt te verliezen in een stinkende en overvolle samenleving, waar ziektes als kanker en aantasting van de luchtwegen niemand meer overslaan, nota bene door eigen schuld, pas dán komen overconsumptie en overproductie op de Europese politieke agenda. En al die tijd leven wij met het misverstand, dat het allemaal wel mee zal vallen. Want wij denken dat de techniek in de toekomst garant zal staan voor de oplossing van al onze problemen inclusief armoede, honger en dorst.

Wij accepteren dat misverstand als waren wij struisvogels. Europeanen hebben de mond vol van duurzaamheid, maar wie wil er niet een hardhouten venster dat bijna nooit geschilderd hoeft te worden? Dat gaat wel ten koste van het tropenwoud, hoewel tegenwoordig steeds meer mensen kiezen voor kunststof kozijnen die nooit meer op een milieubelastende wijze onderhouden hoeven worden. Heb je een ander voorbeeld? Maar duurzame producten maken gaat ook ten koste van onvervangbare grondstoffen en zorgt ook voor vervuiling. Daarom betekent duurzaamheid voor Europa helaas vooralsnog, dat er alleen maar gezocht kan en moet worden naar alternatieve oplossingen, opdat wij in ieder geval gewoon door kunnen gaan met onze behoeftebevrediging. Deze keer echter zijn de rollen omgedraaid. Het Westen vecht voor het eerst niet tegen maar mét de windmolens aan zijn kant.

6.         Volgens de milieu-organisatie van de Verenigde Naties, UNEP, hing er al in 2002 boven India, Pakistan, Bangladesh en hun buurlanden een drie kilometer dikke laag smog die enorme schade berokkende aan de landbouw. Die laag is intussen alleen maar dikker geworden. Het is een gevolg van de dramatische toename van het verbruik van fossiele brandstoffen door het verkeer en de industrie in landen die wij kennen als ontwikkelingslanden. En die vervuiling wordt daar verergerd door de rook van miljoenen particuliere fornuisjes, waar hout, koeienmest en ander bio-materiaal worden verbrand. De smoglaag houdt ongeveer 10% van het zonlicht tegen en waait langzaam uit over de rest van de wereld. De komende decennia neemt het aantal inwoners van Azië toe tot 4 of 5 miljard. Naar verwachting zal hun welvaart en dus het gebruik van nog meer (fossiele) brandstof onevenredig sterk groeien. De gevolgen zijn duidelijk.

7.         Ook dichtbij huis gaat het fout. Op dit moment staan Europese steden en gebieden als Parijs, Lyon, Londen, Liverpool, Antwerpen, Wallonië, Rotterdam, de Nederlandse Randstad, het Ruhrgebied, Rome, Napels, de Povlakte en nog vele andere Europese industriecentra garant voor een volstrekt ongezond leven. Onze welvaart zal naar verwachting voorlopig nog verder toenemen, maar ook onze overconsumptie en daarmee onze vervuiling. Het verdrag van Kyoto is een prachtig voorbeeld van vast willen houden aan de huidige welvaart zonder wezenlijke zaken als overconsumptie en overbevolking te betrekken bij de oplossing van de enorme vervuiling en aantasting van onze wereld. Kyoto is dan wel een stapje in de goede richting, maar het doet niet veel anders dan met technische middelen zoeken naar oplossingen die in feite onze kostbare leefwijze in stand moeten houden. Want de gedachte alleen al dat er schaarste zou kunnen ontstaan, doet ons op hol slaan om nog meer te investeren in plaats van onder ogen te zien waar de wereld echt mee bezig is. Op de langere termijn is deze instelling dodelijk voor de menselijke soort. Een geringe vermindering van onze productie en consumptie zoals bepleit in Kyoto zal volstrekt zonder blijvende betekenis zijn.

8.         Gezien de vasthoudendheid en verbetenheid waarmee wij in Europa onze looneisen onderstrepen via vakbondsacties, is een op inzicht stoelende bereidheid tot verlaging van onze levensstandaard geen realistische optie. Het alternatief is alleen een wezenlijke verlaging van het aantal inwoners, dat voor die enorme overconsumptie en vervuiling van het milieu verantwoordelijk is.Er wordt vaak wat lacherig gedaan over het probleem overbevolking, alsof het allemaal wat overdreven is. Pleidooien voor minder kinderen worden vaak als mensonvriendelijk bestempeld. Ook wordt de suggestie gewekt, dat de wal het schip wel zal keren. Toch is er al een klein begin gemaakt met de terugdringing van die overbevolking. Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw loopt enigszins terug in Europa en onder andere ook in Japan. Mede hierdoor liep de gemiddelde vruchtbaarheid van de vrouw op wereldschaal langzaam terug van het niveau van 3 kinderen in 1998 naar gemiddeld 2,5 kind per vrouw in 2002. Desondanks zal bij handhaving van dit laatste geboortecijfer de totale wereldbevolking van zes miljard in 2002 zijn toegenomen tot ruim 9,2 miljard mensen in 2050. Die groei van ongeveer 5 miljard mensen zal zich niet beperken tot de Derde Wereld, maar zal deels via migratie Europa bereiken. Ieder land heeft zijn eigen leefomstandigheden en zijn eigen beperkingen. Maar als al deze nieuwe aanwas van 5 miljard mensen naast de 6 miljard, die er al zijn, ergens in de wereld deel gaan uitmaken van een circuit van overconsumptie en vervuiling, dan is oorlog om te overleven binnenkort een feit. En daarmee is de mensheid weer helemaal terug bij af.

9.         Het geboortecijfer van gemiddeld 2,1 kind per vrouw wordt algemeen beschouwd als het vervangingscijfer. Met minder dan 2,1 kind per vrouw zou de bevolking van een land dus moeten afnemen. Maar dat berust op een verkeerde aanname. De uiteindelijke omvang van een bevolking wordt verder nog bepaald door sterfte en het oplopen van de levensverwachting. Het naijleffect van voorgaande generaties met een vervangingsfactor hoger dan 2,1 leidt ertoe dat de bevolkingsomvang (migratie even buiten beschouwing gelaten) pas gaat dalen, als de gemiddelde vervangingsfactor van alle cohorten onder de 2,1 komt. Met een gemiddeld aantal kinderen per vrouw van 2,0 kinderen op wereldschaal zouden er volgens de Verenigde Naties in 2050 altijd nog 8,9 miljard mensen zijn. Dat is een groei van iets minder dan 3 miljard ten opzichte van 2002. De tabel hieronder geeft als verrassende en schrikbarende voorspelling aan, hoe zelfs in landen, waar het huidige gemiddelde aantal kinderen per vrouw tot een historisch dieptepunt is gedaald, de bevolkingstoename in 2025 desondanks enorm zal zijn.

LAND

Aantal KINDeren per vrouw

verwachte Toename bevolking tot 2025

 China

1,8

307,2 miljoen

 Zuid-Korea

1,6

5,8 miljoen

 Taiwan

1,4

3,4 miljoen

 Japan

1,4

5,8 miljoen

 Duitsland

1,3

5,7 miljoen

 Rusland

1,2

8,4 miljoen

Als de welvaart wereldwijd blijft stijgen en de bevolking slechts in lichte mate zal blijven groeien, dan zullen de gegevens in onderstaande tabel van Source Now van 1 juli 2000 er in 2050 ook wel heel anders uitzien.

Als we kijken naar de studies die Wackernagel heeft gepubliceerd over de behoeften van de mens en wat de aarde te bieden heeft, dan zien we dat het totale aanbod van voedsel, energie etc van alle ecologische grond niet toereikend is om te voorzien in de totale menselijke behoeften. De nationale ‘ecologische voetafdruk’ van ieder land is bijna altijd groter dan een land zelf kan opbrengen. Daarom hebben veel landen een ‘ecologisch tekort’. Bij uitstek in de geïndustrialiseerde landen is er een chronisch ‘tekort aan ecologische grond’. Dat tekort zou ieder land in de eerste plaats ongedaan kunnen maken door het terugbrengen van de consumptie per inwoner. Dit zal heel moeilijk zijn in de geïndustrialiseerde landen, omdat de welvaart daar meer dan heilig is. Met 10 miljard mensen die allemaal een hoge levensstandaard nastreven, zouden er zijn er in 2050 twee aardbollen nodig om aan alle vraag te kunnen voldoen. Dat is zeker geen aantrekkelijke optie.

10.       Ook voor de zich nog ontwikkelende landen zal inleveren van welvaart volstrekt niet acceptabel zijn, omdat de welvaart juist daar de enige mogelijkheid zal zijn om uit het moeras te klimmen. Daarom zou insteken op vermindering van het aantal consumenten ook daar het minst kwade van twee ‘slechte’ zaken zijn.

11.       Hoeveel grond een mens precies nodig heeft om op een biologische en duurzame wijze te voorzien in zijn behoeften als verbruiker wordt bepaald door zijn verbruiksbehoeften. Deze verbruiksbehoeften zijn verdeeld in categorieën als voedsel, huisvesting, transport, gebruiksgoederen en diensten voor ontwikkeling en gezondheidszorg. Om in al deze behoeften te kunnen voorzien is ecologisch productief land nodig. Dat land moet continu alle verbruikte hulpbronnen kunnen reproduceren en de ontstane afvalproducten assimileren. Hoeveel ecologisch productief land een bepaalde menselijke samenleving nodig heeft, wordt gedefinieerd als de 'ecologische voetafdruk'. Het is hierbij van belang te weten hoeveel grond er geschikt is als ecologische grond.
Onze aardbol omvat 14,5 miljard hectare land en 36 miljard hectare zee. Na aftrek van de ijskappen, woestijnen, semi-aride streken en braak land of onvruchtbaar land blijft er minder dan 11 miljard hectare grond voor menselijk gebruik over. Delen we dit door het huidige aantal van 6 miljard mensen op de aarde, dan komen we uit op 1,5 hectare beschikbare grond per inwoner. Cijfers fluctueren. Ik lees bij Voorhoeve: mondiale biocapaciteit: 11,9 miljard hectare. Het Brundtland-Rapport van 1992 stelde voor ongeveer 10% van het ecologische gebied in de wereld te bestemmen als woongebied voor de dierenwereld. Dan zou er 9 miljard hectare ecologische grond voor de mens overblijven. Per persoon en per type samenleving kan de behoefte aan land aanmerkelijk verschillen, maar er is een onmiskenbare trend in toename van de vraag naar 'levensruimte' per individu naarmate het inkomen stijgt. En dat stijgt langzaam maar zeker overal ter wereld.

12.       Doet de mens te lang op een onverantwoorde wijze een zwaar beroep op de aarde, dan is er sprake van roofbouw. Het land wordt minder productief en de mens kan niet meer leven van de natuurlijke rente van de aarde, maar vernietigt het ‘kapitaal aarde’ zelf. Dat is de Europese realiteit. Zo ‘gebruikt’ de Europese Unie een oppervlakte aan land dat vele malen groter is dan haar eigen oppervlakte.

13.       In de volgende tabel geven wij voor de meeste landen van de EU de cijfers van het huidige inwoneraantal en vermelden daarnaast hoe groot naar onze inschatting het gewenste aantal inwoners per land zou moeten zijn bij een handhaving van het huidige welvaartniveau. Zo wordt bijvoorbeeld duidelijk dat Duitsland nu 4,71 ha ecologische grond per persoon nodig heeft, terwijl dat land zelf slechts over 1,74 ha per persoon beschikt. Door het verlagen van de Duitse bevolkingsdruk van 231 mensen per km2 naar 85, zou Duitsland de Aarde niet langer overvragen. Dat betekent dus dat een verlaging van het aantal inwoners van Duitsland van ruim 82 naar ongeveer 30 miljoen noodzakelijk is.

14.       Duidelijk komt naar voren dat de bevolking van heel Europa bij het huidige consumptiepeil veel te groot is om duurzaam gehandhaafd te worden. Voor deze situaties bestaan meerdere oplossingen.

1.Het terugbrengen van de bevolking. (bevolkingsomvang of bevolkingsgrootte is de meer juiste uitdrukking, maar het woord bevolking heeft hiervoor inmiddels brede ingang gevonden).
2.Het terugbrengen van de consumptie, zodat er minder hectares gebruikt hoeven te worden.
3.De bevolking en de welvaart blijven gelijk, maar de consumptie wordt door efficiëntie en hergebruik minder belastend.

Het zal duidelijk zijn dat het aantal inwoners verantwoord hoger kan zijn, naarmate het huidige consumptieniveau substantieel daalt.

De tabel gaat er vanuit dat de bewoners van deze planeet als geheel leven van de hulpbronnen die de planeet kan bieden. De voetafdruk van een land is de totale oppervlakte die nodig is om vernieuwbare levensbronnen te produceren voor een bepaald land. Omdat mensen hulpbronnen van over de hele wereld consumeren, is de voetafdruk berekend op basis van de hulpbronnen van de hele planeet. Er zijn grote verschillen tussen landen wat betreft het productieve vermogen en de consumptie. Het begrip hectare is hier dus een gewogen gemiddelde van de productieve oppervlakte van alle productieve grond in de wereld, waarbij tevens rekening gehouden is met visgronden.
De tabel pretendeert niet meer te zijn dan een indicatie en is bedoeld als uitdaging voor een discussie over het probleem overbevolking in relatie tot het consumptieniveau.

Tabel: het verband tussen de voetafdruk en bevolkingsdichtheid van de landen van de Europese Unie, gebaseerd op gegevens uit 2007.


LAND

HUIDIGE VOETAFDRUK

DUURZAME VOETAFDRUK

HUIDIGE BEVOLKINGSDICHTHEID

DUURZAME BEVOLKINGSDICHTHEID

HUIDIGE BEVOLKING

DUURZAME BEVOLKING

Oppervlakte (x 1000 km²)

België / Luxemburg

8

1,3

309

50

10,5

1,7

34

Denemarken

8,3

4,9

126

74

5,4

3,2

43

Duitsland

5,1

1,9

231

86

82,3

30,7

357

Estland

7,9

9,0

29

33

1,3

1,5

45

Finland

6,2

12,5

17

35

5,3

10,7

305

Frankrijk

5

3,0

113

68

61,7

37,0

544

Griekenland

5,4

1,6

84

25

11,1

3,3

132

Hongarije

3

2,2

108

79

10,0

7,3

93

Ierland

6,3

3,5

63

35

4,4

2,4

70

Italië

5

1,1

197

43

59,3

13,0

301

Letland

5,6

7,0

36

45

2,3

2,9

64

Litouwen

4,7

4,4

52

49

3,4

3,2

65

Nederland

6,2

1,0

485

78

16,5

2,7

34

Oostenrijk

5,3

3,3

99

62

8,3

5,2

84

Polen

4,3

2,1

122

60

38,1

18,6

312

Portugal

4,5

1,3

115

33

10,6

3,1

92

Slovenië

5,3

2,6

100

49

2,0

1,0

20

Slowakije

4,1

2,7

110

73

5,4

3,6

49

Spanje

5,4

1,6

87

26

44,1

13,1

505

Tsjechië

5,7

2,7

130

62

10,3

4,9

79

Ver. Koninkrijk

4,9

1,3

250

66

61,1

16,2

244

Zweden

5,9

9,7

22

37

9,2

15,1

411

 

 

 

 

 

 

 

 

EUROPESE UNIE

 

 

119

52

462,6

200,2

3883,0

Bron: Living Planet Report, WWF, Zwitserland. 2010, gegevens van 2007.

bij kolom 2, huidige voetafdruk
In deze kolom staat het aantal hectares waarop een bewoner in het betreffende land beslag legt door zijn consumptie.

bij kolom 3, duurzame voetafdruk
In deze kolom wordt het aantal hectares per persoon opgesomd waarbij de omvang van de huidige bevolking gehandhaafd kan blijven zonder dat er verder ingeteerd wordt op het kapitaal van de aarde, de levensbronnen.
                      
bij kolom 5, duurzame bevolkingsdichtheid (aantal inwoners per km2)
De gegevens zijn berekend op basis van de cijfers uit de kolom van de duurzame voetafdruk.

bij kolom 7, duurzaam bevolkingsaantal (in miljoenen)
Deze gegevens zijn berekend op basis van het Living Planet Report.

Uitgangspunten van het rapport “Living Planet Report’
Het ‘Living Planet Report’ is een langjarig project dat plaatsvindt onder leiding van WWF (World Wildlife Fund) International. Het is een organisatie met vijf miljoen donateurs en is actief in 90 landen. Het WWF heeft als missie het stoppen van de achteruitgang van het natuurlijke milieu van de planeet en het bouwen aan een duurzame samenleving van mens en natuur. Belangrijke doelen om dit te bereiken zijn het behouden van de ecologische diversiteit van de planeet, het in stand houden van de hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen en het beperken van vervuiling en verspilling. De gegevens in het rapport zijn tot stand gekomen in samenwerking met organisaties als de FAO, het IPCC, het International Energy Agency (IEA), de Europese Commissie en het IVEM in Groningen. Matthis Wackernagel heeft meegewerkt aan de berekeningen van de voetafdruk en de tekst van scenario’s en de politieke opties.

Hoe wordt de voetafdruk berekend?
De voetafdruk van een land geeft het benodigde oppervlak aan dat nodig is om alles te produceren dat wordt gebruikt door dat land aan eten, grondstoffen, energie enzovoort. Het is als het ware dat deel van de wereld, dat wordt opgeëist door de consumptie van dat land. De voetafdruk per land is een optelsom van onderdelen. De onderdelen zijn de volgende: landbouwgrond, weidegrond, bos, visgrond, energie, bebouwd land. De optelsom van deze ‘deelvoetafdrukken’ bepaalt de totale ecologische voetafdruk. Deze gegevens worden bijgehouden sinds 1961 en elk jaar bijgewerkt.

Paul Gerbrands

Wereldbevolking

earth Naar minder Europeanen - Stichting de Club van Tien Miljoen