Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

zaterdag, 13 november 2010 15:34

Psychologische aspecten van overbevolking

Albert J. M. Wessendorp, psycholoog-psychotherapeut

Waar wij als stichting vinden dat het aantal inwoners moet krimpen, zijn er anderen die het in Nederland niet druk genoeg vinden om zich er druk over te maken.
Als wij zouden begrijpen waarom voor veel mensen de problematiek van de overbevolking niet op de politieke agenda hoeft, zou het voor ons gemakkelijker zijn met betere argumenten te komen om onze zienswijze uit te dragen.
 
Soorten argumenten
In de discussie met betrekking tot het al dan niet vol zijn van ons land zijn verschillende soorten argumenten te horen. Voor het gemak volgt hier een onderscheid in twee groepen. De gemaakte indeling loopt enigszins parallel met het onderscheid tussen welvaart en welzijn.
 
De eerste groep argumenten bestaat uit overwegingen die simpel gezegd met onze directe overleving als levend wezen te maken hebben. Is er voldoende voedsel, water, schone lucht voor nu en in de toekomst en maken we onze energievoorraad niet al te snel op. Hier ligt een relatie met de meest basale behoeften in de hiërarchie van Maslow1. Volgens Maslow wordt de mens gemotiveerd door een aantal fundamentele behoeften. Behalve de primaire behoeften zoals de behoefte aan voedsel, slaap, seks en veiligheid onderscheidt hij ‘hogere’ behoeften: liefde, achting en jezelf ‘actualiseren’. Hij spreekt van een hiërarchie, omdat een ‘hogere’ behoefte pas om bevrediging vraagt als de ‘lagere’ behoefte al in zekere mate bevredigd is.
 
In de tweede groep zitten argumenten die te maken hebben met het simpele feit, dat mensen je te dicht op de huid kunnen zitten en je Nederland als ‘te vol’ ervaart. Je voelt je beperkt in je bewegingsvrijheid, je individuele vrijheid en je beslissingsvrijheid. In termen van Maslow gaat het hier voornamelijk om de hogere behoeften waarin mensen kunnen worden gefrustreerd.
 
Bij de lagere behoeften gaat het om het meten van concrete, objectieve gegevens3, maar meten is vaak moeilijker waar het gaat om hogere behoeften. Die benoemen we vaak vanuit ons subjectieve beleven: ‘Ík heb last van zoveel mensen om me heen, ik heb behoefte aan een rustige omgeving’. Een ander kan daar simpel tegenover stellen, dat dit niet voor hem geldt: ‘Geef mij maar de stad, ik word gek van de stilte’.
 
Een belangrijk punt, dat verklaart waarom veel mensen zich niet druk maken over het te vol zijn van Nederland, heeft ermee te maken, dat de ‘volheid’ hen niet raakt. Ze hebben er niet direct last van. Ze hebben er geen behoefte aan om zich zorgen te maken over eventuele problemen rond de voedselvoorziening of het milieu, hoe steekhoudend de argumenten ook zijn. Als ze zich niet in hun bewegingsvrijheid en individuele vrijheid (hogere behoeften) beperkt voelen, komen ze niet in actie.
 
Over de lagere behoeften is al veel gezegd (de Club van Rome). Over het effect op de psyche van de mens, waar het een groot aantal mensen in een beperkte ruimte betreft, is minder bekend. Het lijkt zinvol daar aandacht aan te besteden. Niet in de laatste plaats om te proberen ons subjectief beleven op dit punt enige objectieve basis te geven, zodat wij beter kunnen pleiten voor het nemen van maatregelen op dit terrein.
 
‘Overbevolking’ bij dieren
Enige tijd geleden deed John B. Calhoun2 een interessant experiment met ratten. Hij wilde weten wat het effect van de groei van een populatie ratten op hun sociale gedrag zou zijn. De toename van het aantal ratten vond plaats binnen een gelijkblijvende, beperkte ruimte. Boven een bepaald aantal ratten waren de effecten dramatisch. De vrouwtjesratten vertoonden gedragsstoornissen. Zwangerschappen werden voortijdig beëindigd en veel vrouwtjes, die wel op de normale tijd baarden, overleefden het niet. Vrouwtjes, die het wel overleefden, schoten vaak tekort in hun moederlijke functies. Mannetjes begonnen seksueel afwijkend gedrag te vertonen en er was onder hen sprake van kannibalisme. Sommige werden overactief, anderen trokken zich terug. Er was ook sprake van een soort ziekelijk (pathologisch) aan elkaar klitten, wat andere normale gedragspatronen ontregelde zoals andere het hof maken, nesten bouwen en jongen verzorgen. In bepaalde groepen was de ‘kindersterfte’ zelfs 96%.
Overigens is bekend, dat niet alleen ratten maatregelen nemen om de populatie kleiner te maken, als dat nodig is. Ook andere soorten nemen soms ingrijpende maatregelen. Het meest dramatisch is het voorbeeld van walvissen die collectief zelfmoord plegen.
 
Het is relevant de vraag stellen, wat het verschil is tussen de reactie van dieren op een teveel aan soortgenoten in hun territorium en de reactie van mensen. Hebben mensen wel een territoir? Zou je ook met 30 miljoen mensen in Nederland kunnen wonen zonder dat mensen gek worden van elkaar? Hoe zit dat?
 
Overbevolking bij mensen
Het lijkt erop, dat de gevolgen van de overbevolking bij mensen zich op een andere wijze manifesteren dan bij dieren. Er is onderzoek gedaan naar de effecten van massavorming (crowding) en ook het verband tussen de aanwezigheid van veel mensen als sociale stressfactor en hun gezondheid is onderzocht. Tot op heden heeft dat geen spectaculaire vondsten opgeleverd.
Ook de Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid (jaarbericht 2002) levert weinig spannend leesmateriaal. Algemeen bekend is wel, dat de levensverwachting voor mensen in bepaalde achterstandswijken van grote steden laag is. Aan de hoeveelheid mensen ter plekke kan dit echter niet zonder meer worden toe geschreven. Er kunnen andere factoren in het spel zijn. Wel blijken inwoners van grote steden, in vergelijking met de plattelandsbevolking, vaker aan depressies te lijden, maar het is de vraag wat de bevolkingsdichtheid hiermee te maken heeft.
 
Het idee bestaat, dat er bij een zekere hoeveelheid mensen op een bepaald gebied, allerlei regulerende processen (die de eventuele schadelijke gevolgen van bevolkingsgroei bestrijden) optreden. Het bestaan van de stichting de club van tien miljoen is daar een voorbeeld van. Minder bewuste, regulerende processen zijn ook denkbaar. Tengevolge van een betere medische verzorging blijven mensen in leven die onder minder gunstige omstandigheden al gestorven zouden zijn. De regulerende ‘natuur’ zou er alsnog voor kunnen zorgen, dat de door die betere verzorging bereikte groei van de bevolking weer teniet wordt gedaan. Met ziektes als aids, sars, kanker, diabetes en astmatische aandoeningen, maar ook met a.d.h.d, depressie, alcoholisme etc. zou de ‘natuur’ terug kunnen slaan. Als voorbeeld van een regulerend proces zou het volgende kunnen gelden.
Groeiende frustratie vanwege te dicht op elkaar zitten kan zich uiten in onderlinge agressie en kan in sommige gevallen leiden tot moord en zelfmoord. Hoe meer mensen er op de weg zitten, des te groter zal ook het aantal ongevallen zijn, ook met dodelijke afloop. Het gevoel, dat het te vol wordt in een land, zal voor sommigen aanleiding zijn om te emigreren. Zo werd de historische uitstroom naar Amerika in belangrijke mate ook door dat gevoel bepaald. Niet ondenkbaar is dat, naarmate de bevolking van een land groeit, de ‘normale’ onderlinge frustratie en agressie zich richt op omringende landen en zich als expansiedrang of als oorlogszucht manifesteert. Hoe het ook zij, mensen lijken anders te reageren dan dieren op de toename van hun aantal.
 
Verschil tussen mens en dier
In tegenstelling tot het dier heeft de mens het vermogen over zichzelf na te denken. Hij kan zich met zijn voorstellingsvermogen in het verleden of in de toekomst verplaatsen. Doordat de mens ook kan redeneren, is hij in staat tot planmatig handelen. Je zou kunnen zeggen dat de mens met gebruikmaking van zijn voorstellingsvermogen (zijn binnenwereld) een eigen buitenwereld heeft geschapen, waarmee hij zijn overlevingskansen vergroot. De mens heeft dit als soort erg goed gedaan, want hij heeft zich minder afhankelijk gemaakt van zijn directe omgeving. Waar de eekhoorn zijn nootjes niet uit het buitenland kan laten overkomen, doet de mens dat met zijn voedsel wel.
Op deze manier is de mens ook in staat gevarieerder met stress om te gaan dan het dier. Immers de mens weet ook te overleven door ongewenste externe of interne prikkels te negeren of deze een andere, gewenste betekenis te geven. Dit verschijnsel staat bekend als het hanteren van afweermechanismen.
 
In tegenstelling tot het dier doet de mens er lang over om zich tot een relatief onafhankelijk individu te ontwikkelen. Zijn lichamelijke rijping en psychische ontwikkeling gaan hand in hand. Deze twee zijn voor hun succes afhankelijk van zijn biologische aanleg en van de omgeving van de mens gedurende zijn ontwikkeling. De ene mens verstaat de kunst met stress om te gaan en de andere mislukt daarin. Zo zijn er mensen die hun gedrag goed kunnen sturen en mensen die dit minder goed kunnen. Deze laatste groep heeft bijvoorbeeld geen impulscontrole of heeft een lage frustratietolerantie.
Zodoende kunnen sommige mensen zich ontspannen door middel van de natuur, meditatie, fitness, sport of lezen. Anderen zijn depressief, angstig, krijgen allerlei lichamelijke klachten of bestrijden hun ‘over geprikkeld zijn’ met alcohol of andere al of niet verslavende middelen. Er zijn ook mensen die de extra stress op een zeer negatieve wijze verwerken. Zij reageren zich af door verbaal en fysiek geweld te gebruiken of komen in de criminaliteit terecht.
Los hiervan zijn er ook mensen die juist behoefte hebben aan veel prikkels: de kick. Zij storten zich in allerlei hectische attracties en zoeken de drukte van de stad op, wat anderen juist niet willen.
 
Effecten van mensen om je heen
Het gelijktijdig aanwezig zijn van veel mensen bij elkaar kan directe, negatieve effecten hebben. Het is te druk voor ons. Dat hoeft echter niet. Of wij de mensen om ons heen als bedreigend of beschermend ervaren hangt onder meer af van de betekenis die wij aan die mensen toekennen. De betekenis, die wij aan mensen om ons heen toekennen, bepaalt of wij ontspannen blijven of niet. Het kan gaan om gelijkgestemde mensen in een volle kerk, van dezelfde vereniging, met dezelfde culturele achtergrond, met dezelfde taal. Het kan ook mensen betreffen die totaal onbekend zijn, die uit zijn op schaarse zaken die we zelf nodig hebben. Dan is er sprake van concurrentie. De kans is dan groot dat wij ‘negatieve stress’ ervaren.
 
Er kan ook sprake zijn van indirecte gevolgen. Onder de indirecte gevolgen van een teveel aan mensen vallen zaken, die niet te maken hebben met een directe interactie tussen mensen. Door het feit, dat er veel mensen zijn, kunnen er allerlei problemen ontstaan, omdat veel mensen op een bepaalde tijd een beroep doen op een bepaalde voorziening: wachten bij de supermarkt, wachtlijsten in ziekenhuizen, files op de wegen etc. Dat levert frustratie op. Bij de aanwezigheid van veel mensen is er daarom vaak behoefte om het onderlinge contact te reguleren. Maar regulering doet per definitie afbreuk aan de beslissingsvrijheid (autonomie) van mensen. Het effect kan positief zijn van aard zijn, maar ook negatief. In het laatste geval herkent de mens zijn omgeving en zichzelf niet langer als iets dat eigen aan hem zelf is. Dan is er sprake van vervreemding.
Nog een laatste indirect gevolg van veel mensen in het land heeft te maken met ons politieke systeem. In het kader van onze democratische besluitvorming is de belangenbehartiging van zoveel mensen in Nederland een complexe zaak. Mensen herkennen zich soms niet in de besluitvorming of voelen zich niet betrokken. Als de geografische of psychologische afstand tussen de direct betrokkenen en de belangenbehartigers (bestuurders en politici) te groot is, heeft dit ook vervreemding tot gevolg.
 
Conclusies
De groei van de bevolking is aan grenzen gebonden. Mensen moeten kunnen overleven, niet alleen fysiek maar ook psychisch. Daar is ruimte voor nodig.
Die grenzen zijn, waar het gaat om onze directe overleving als menselijk wezen, redelijk objectief te bepalen.
Waar het gaat om de kwaliteit van ons bestaan, is het veel lastiger om een duidelijke grens aan te geven m.b.t. de kritische hoeveelheid mensen op een beperkt oppervlak.
Het is aannemelijk, dat waar wij als mensen zelf tekort schieten in het reguleren van de bevolkingsgrootte, wij door ‘natuurwetten’ worden gecorrigeerd.
 
Aanbevelingen
Om mensen meer bewust te maken van het feit, dat overbevolking het onderliggende probleem is van een belangrijke hoeveelheid ‘dagelijkse ongemakken’, dient het verband tussen die ongemakken en de grote hoeveelheid mensen duidelijk te worden gemaakt.
Problemen die in de toekomst te verwachten zijn, moeten ‘dichterbij’ worden gebracht. Dit kan natuurlijk door het presenteren van cijfermateriaal m.b.t. zaken waarmee het mis gaat lopen. Ook kan er aan worden gedacht allerlei doemscenario’s te schetsen en concrete negatieve toekomstbeelden te tonen.
Mensen komen alleen in actie komen, als ze zich bedreigd voelen in hun basale behoeftebevrediging (Maslow). Daarom is het wenselijk om hen niet alleen voor te houden, dat het nu en in de toekomst minder goed gaat met de voedselvoorziening en dat de behoefte aan schone lucht in het gedrang komt. Ook dient benadrukt te worden, dat onze veiligheid en bestaanszekerheid op het spel staan.
Er dient meer onderscheid te worden gemaakt tussen de directe en de indirecte gevolgen van het ‘samenklitten’ van mensen. De indirecte gevolgen dienen meer systematisch te worden beschreven.
Er zou meer onderzoek gedaan moeten worden naar de effecten van ‘veel mensen bij elkaar’ op de lichamelijke en psychische gezondheid van de mens.
 
Noten
  1. Abraham H. Maslow, psycholoog, in leven voorzitter van de American Psychological Association, van hem is ‘Motivation and Personality’ uit 1954.
  2. John B. Calhoun, Amerikaans psycholoog
  3. Zie de ecologische criteria in ‘Mijn land van veel en vol’ van Paul Gerbrands’, ISBN 90 5573 413 6

Wereldbevolking

earth Psychologische aspecten van overbevolking - Stichting de Club van Tien Miljoen