Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

zaterdag, 11 september 2010 10:14

Twee kinderen als norm

Gijs Beets in ‘Over Bevolking’ van Bio-Wetenschappen en Maatschappij van 2008

 
Nederlandse gezinnen kiezen vaker voor de lusten van kinderen dan voor de lasten.
Hoewel ‘vrijwillige kinderloosheid’ iets van alle tijden is, was het lange tijd een uitzondering. Tot ruim in de vorige eeuw vroeg vrijwel niemand zich af of hij of zij wel kinderen zou willen.
Als je trouwde kwamen de kinderen ‘vrijwel vanzelf’, vooral ‘van God’. Pas met kinderen was een huwelijk gezegend. Bovendien waren kinderen onmisbaar als toekomstige werkkrachten in de veelal agrarische gezinsbedrijven. Verder was de kennis van (anti)conceptie en zwangerschap beperkt, terwijl de kerk en de heersende waarden en normen een grote kinderschaar stimuleerden. Kinderen werden geboren zodra de uitzet gereed was en het huwelijk gesloten. Slechts bij uitzondering werden vrouwen buiten een huwelijk zwanger en als dat al gebeurde, leidde dat meestal tot een ‘moetje’, een inderhaast gesloten gedwongen huwelijk. Op het moment van bevalling waren de moeders dus getrouwd. Niet trouwen hield in de regel in dat men geen kinderen kreeg. Ongehuwd moederschap was vooral een schande. Was men wel getrouwd, maar kwamen er toch geen kinderen dan was dat meestal onvrijwillig en het wekte het medelijden van de omgeving op. Voor een belangrijk deel bepaalde het kindertal de wijze waarop mensen hun leven konden inrichten. In feite is dat nog maar weinig veranderd. Kinderen bepalen nog steeds in hoge mate de tijdsbesteding van de moeder, haar arbeidsmogelijkheden, bestedingsmogelijkheden, gezondheid en haar positie in de samenleving. Kortom, haar status en levensgeluk. Ook voor vaders heeft het hebben van kinderen betekenis voor hun levensloop. Als vrouw en kinderen afhankelijk zijn van het inkomen van de vader, kan deze zich op de arbeidsmarkt weinig misslagen permitteren.
 
Naoorlogse geboortegolf
Het aantal kinderen dat in Nederland werd geboren was, internationaal gezien, aanvankelijk hoog, maar daalde aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw aanzienlijk. Daarna bleef het stabiel op een laag niveau. Grafiek 1 geeft de ontwikkeling van het totale jaarlijkse aantal levendgeborenen in Nederland weer sinds het begin van de vorige eeuw. Opvallend is de omvang van de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog – de bult in de grafiek tussen 1946 en het begin van de jaren zeventig. Er is bijna geen ander land in Europa te vinden met zo’n grote naoorlogse geboortegolf als Nederland heeft gekend.
 
grafiek1 Twee kinderen als norm - Stichting de Club van Tien Miljoen
Grafiek 1: Absoluut aantal levendgeboren kinderen in Nederland,1900 - 2005 (bron: CBS)
 

Door die grote geboortegolf is de Nederlandse bevolking nu nog relatief jong vergeleken met de ons omringende landen. Ook opvallend is dat het aantal geboren kinderen gedurende de gehele afgelopen eeuw zo stabiel is geweest. Het aantal geboorten schommelde licht rond de 180 duizend – met uitzondering van die naoorlogse golf. Die stabiliteit is merkwaardig omdat het aantal vrouwen dat moeder kon worden in die tijd verdrievoudigde. Het aantal vrouwen in de vruchtbare levensfase van 15 tot 44 jaar nam tussen 1900 en 2006 toe van 1,1 miljoen tot 3,5 miljoen. Per hoofd van de bevolking, dus gemeten over alle Nederlanders, is het beeld dan ook heel anders. Het bruto geboortecijfer – het aantal levendgeborenen per duizend inwoners – daalde van 32 naar 11.

 
Ongewenste zwangerschappen
Dat de betekenis van het geboortecijfer daalde, komt doordat het kindertal per vrouw – de meest gebruikte vruchtbaarheidsindicator – aanzienlijk daalde. Ooit vormden een grote kinderschare de zekerheid dat er op je oude dag voor je werd gezorgd. Bovendien was de kindersterfte hoog, waardoor er per gezin altijd wel een paar kinderen niet de volwassen leeftijd bereikten. Sinds de kindersterfte aanzienlijk is verminderd en nauwe- lijks meer een rol speelt en de AOW-uitkering 65-plussers in staat stelt voor zichzelf te zorgen, is een grote kinderschaar niet echt meer nodig om op oudere leeftijd te kunnen overleven. De ruimere acceptatie en beschikbaarheid van effectieve geboorteregeling deed het grote gezin verdwijnen. Vooral doordat ongewenste zwangerschappen door anticonceptie konden worden vermeden. Uit interviews blijkt dat onze voorouders een behoorlijk aantal ongewenste kinderen hebben gekregen. De meesten van hen werden uiteraard liefdevol verwelkomd, maar ze zouden vermoedelijk niet geboren zijn als er effectieve anticonceptie was geweest. De introductie van de anticonceptiepil, maakte het vanaf de jaren zestig opeens mogelijk om het krijgen van kinderen veel beter te regelen. Daardoor daalde het kindertal aanzienlijk en bleef het stabiel op een aantal dat kennelijk correspondeert met het aantal kinderen dat nu gewenst is (grafiek 2).
 

grafiek2 Twee kinderen als norm - Stichting de Club van Tien Miljoen

Grafiek 2: Gemiddeld kindertal per vrouw, 1900 - 2005 (bron: CBS)
 
Ongewenste kinderen worden nauwelijks meer geboren en internationaal gezien behoort Nederland tot de landen met zeer lage aantallen tienerzwangerschappen en opgewekte abortussen. Dat het aantal buitenechtelijk geboren kinderen in Nederland sinds 1960 van slechts enkele procenten naar ruim dertig procent is gestegen, heeft niets te maken met een toenemende ongewenstheid van die kinderen, maar met veranderde opvattingen over het huwelijk. Veel van deze ‘buitenechtelijke kinderen’ worden wel in een relatie geboren, maar zonder dat er sprake was van een huwelijk.
 
Het gemiddeld kindertal dat vrouwen, voordat zij moeder worden, verwachten te realiseren, wordt overigens net niet gerealiseerd. Dat komt doordat vrouwen de eerste zwangerschap vaak uitstellen tot latere leeftijd. Daardoor nemen de kansen op een succesvolle zwangerschap af. Bovendien wordt de kans groter dat de relatie waarin de kinderen zouden worden verwekt al is ontbonden voor het koppel aan kinderen toe is. De helft van de (echt)scheidingen in Nederland vindt al plaats voordat er kinderen zijn geboren. Het valt niet altijd mee om daarna snel een andere, voor het ouderschap geschikte partner te vinden. Dat we in Nederland door de bank genomen niet meer dan twee kinderen ‘nemen’, komt ook doordat we onze kinderen tegenwoordig goed willen opleiden en voorbereiden op het leven als volwassenen. Iets dat gepaard gaat met aanzienlijke kosten.
 
grafiek3 Twee kinderen als norm - Stichting de Club van Tien Miljoen

Grafiek 3: Gemiddeld kindertal per vrouw per geboortejaar 1872 - 1975 (bron: CBS)

grafiek4 Twee kinderen als norm - Stichting de Club van Tien Miljoen

Grafiek 4: Gemiddelde leeftijd van de moeder bij de geboorte van haar eerste en van haar tweede kind, 1950 - 2007 (bron: CBS)

Minder kinderen en pas op latere leeftijd
Grafiek 2 laat zien dat het kindertal vanaf 1900 tot 1940 behoorlijk is afgenomen. Na de Tweede Wereldoorlog was er dus de ‘naoorlogse geboortegolf’ en vanaf de jaren zestig de zeer effectieve anticonceptiepil. Het kindertal ligt nu onder het zogenoemde vervangingsniveau – het aantal kinderen dat per vrouw zou moeten worden geboren om de generatie precies te vervangen. In grafiek 3 staat dezelfde informatie als in grafiek 2, maar nu per geboortejaar. Vrouwen die in 1872 werden geboren, kregen hun kinderen gemiddeld op 28-jarige leeftijd, dus rond 1900. De beide grafieken kunnen precies op elkaar worden gelegd, maar het beeld van grafiek 3 is veel ‘rustiger’. Dat komt doordat deze laat zien hoeveel kinderen vrouwen in hun leven uiteindelijk hebben gerealiseerd (of voor de geboortejaargangen na 1960: naar verwachting uiteindelijk zullen realiseren). De leeftijd waarop vrouwen hun kinderen hebben gekregen, doet er in grafiek 3 niet toe, terwijl grafiek 2 juist uiterst gevoelig is voor veranderingen in de leeftijd bij moederschap. Er is te zien dat het kindertal niet veel verder is gedaald dan 1,8. Nooit is het in de buurt gekomen van het dieptepunt van grafiek 2, dat op 1,5 ligt. Het verschil tussen beide grafieken wordt geheel verklaard door het uitstelgedrag van vrouwen sinds 1970. Ofwel van vrouwen die vanaf 1942 zijn geboren (grafiek 4). In 1970 was het heel gewoon om rond je 24 ste moeder te worden. Eerder in die eeuw lag die leeftijd nog iets hoger, maar zij is nooit zo hoog geweest als tegenwoordig, ruim 29 jaar. Ook de leeftijd waarop vrouwen voor de tweede keer moeder worden, is aanzienlijk gestegen. Nu zijn vrouwen die kinderen jonger dan vijftien jaar hebben zelf vooral tussen de 30 en 45 jaar. Voorheen was dat 25 tot 40 jaar. Het lijkt er overigens op dat er een eind gaat komen aan die opgaande leeftijdstrend.
 
In grafiek 5 is de leeftijd van de moeder ten tijde van de geboorte van haar eerste kind uitvergroot, vanaf 1970. Per kalenderjaar kregen toen zestig van de duizend vrouwen in de leeftijd van 25 tot 29 jaar hun eerste kind (dat is zes procent). Dat is nog steeds zo, maar het aandeel jongere vrouwen (20-24 jaar) dat voor het eerst moeder wordt, is aanzienlijk gedaald. Het aandeel oudere vrouwen (30-39-jarigen) dat een eerste kind baart, is juist gestegen. Op latere leeftijd moeder worden is vooral een gevolg van het gestegen opleidingsniveau van vrouwen. Veel vrouwen gaan tegenwoordig eerst werken voordat ze een gezin stichten. Dat is goed voor hun carrière en voor de schatkist, maar er kleven wel een aantal medische bezwaren aan dat pas op latere leeftijd kinderen krijgen.
 
grafiek5 Twee kinderen als norm - Stichting de Club van Tien Miljoen
Grafiek 5: Leeftijd van de moeder bij de geboorte van haar eerste kind 1970 - 2007 per leeftijdsgroep
weergegeven in aantal moeders per 1000 vrouwen (bron: CBS)
 
De ongewenste kinderloosheid en gezinsgrootte
De ongewenste kinderloosheid neemt toe en er zijn grotere gezondheidsrisico’s voor vrouwen en kinderen. Zo is het krijgen van kinderen op latere leeftijd gerelateerd aan een grotere kans op borstkanker van de moeder op latere leeftijd en aan een hoger risico op een te vroeg geboren kind en meer zuigelingensterfte.
 
grafiek6 Twee kinderen als norm - Stichting de Club van Tien Miljoen
Grafiek 6: Zuigelingensterfte en doodgeboorte per 1000 levendgeborenen, 1900 - 2007 (bron: CBS)
 
grafiek7 Twee kinderen als norm - Stichting de Club van Tien Miljoen

Grafiek 7: Kindertal per vrouw per geboortejaar van de moeder 1935 - 1976 (bron: CBS

Ondanks dat laatste blijft het aantal kinderen dat in de zuigelingentijd sterft, dalen. Wellicht doordat tienermoeders nauwelijks meer voorkomen. Vooral onder tienermoeders komt zuigelingensterfte veelvuldig voor, wat ook een verband heeft met hun ongunstige sociaal-economische positie. Daarnaast daalt de zuigelingensterfte onder allochtonen, hoewel deze onder Antillianen en Marokkanen in Nederland nog steeds duidelijk hoger is dan onder autochtonen. Grafiek 6 laat zien hoe de zuigelingensterfte en het aantal doodgeboren kinderen de afgelopen eeuw verminderden.
 
Dat het twee-kinderengezin sinds 1970 sterk in opkomst is gekomen, toont grafiek 7. Van de vrouwen die in 1935 werden geboren, kreeg de helft drie of meer kinderen – gemiddeld 2,5 kind. Slechts zo’n tien procent van de vrouwen bleef kinderloos en even zoveel vrouwen kregen één kind en ongeveer een derde kreeg er twee. Vrouwen die ná 1935 werden geboren, kregen veel minder vaak drie of meer kinderen, en juist veel vaker géén, één of vooral twee kinderen. Voor vrouwen die rond 1970 werden geboren is het twee-kinderengezin, met veertig procent, relatief populair. Aanzienlijk populairder dan géén, één of meer dan twee kinderen (elk rond de twintig procent). De vrouwen die rond 1970 werden geboren zijn nu ruim 35 jaar en zullen naar verwachting gemiddeld 1,8 kind krijgen. Kinderloosheid wordt steeds meer geaccepteerd en gepraktiseerd. Vooral hoger opgeleide vrouwen zien vaak meer in een arbeidscarrière dan in het ouderschap. Vaker dan voorheen zijn kinderloosheid en slechts één kind het gevolg van een onvervulde kinderwens, bijvoorbeeld doordat men (te) laat aan kinderen krijgen begon of een partner vond.
 
Verschillen naar regio en sociaal-economische situatie
De meeste van de hierboven genoemde ontwikkelingen kennen verschillen per regio of naar gelang de sociaal-economische karakteristieken van de ouders. Het niveau van onderwijs van de vrouw bijvoorbeeld is een belangrijke factor die verschillen in vruchtbaarheid kunnen verklaren. Net als het land van herkomst voor immigranten. Het onderwijsniveau van de partner heeft overigens meestal slechts weinig invloed. Hoger opgeleide vrouwen hechten dikwijls grote waarde aan de carrière binnen hun werk en hebben rond hun dertigste minder vaak dan anderen de geschikte partner gevonden om het ouderschap mee te delen. Soms hebben zij een partner die al kinderen uit een eerdere relatie heeft, waardoor zij misschien minder geneigd zijn om zelf kinderen te krijgen. Zijn hoger opgeleide vrouwen minder geneigd om zelf kinderen te krijgen, ze zijn (onder gelijke omstandigheden, zoals leeftijd) wel sneller zwanger dan minder hoog opgeleiden. Vermoedelijk komt dat omdat zij al langere tijd gezonder leven, over meer kennis beschikken, zoals over de menstruele cyclus en bij eventuele zorgen eerder naar de dokter gaan. Die gezondere leefstijl is waarschijnlijk ook de reden dat hoger opgeleide mensen langer leven dan lager opgeleiden.
 
Omdat het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking nog steeds stijgt, twijfelen demografen er nauwelijks aan dat de lage vruchtbaarheid en het krijgen van kinderen op late leeftijd voorlopig zullen blijven. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat het kindertal eerdaags weer boven het vervangingsniveau zou uitkomen. Vanwege de consequenties daar- van voor de bevolkingsomvang en de leeftijdsopbouw zal Nederland rekening moeten houden met een onvermijdelijke vergrijzing en bevolkingsdaling.
 
De genoemde trends gelden over het algemeen ook in de ons omringende landen. De mate waarin de diverse processen plaats hebben, kunnen van land tot land verschillen, maar de trends wijzen alle dezelfde richting op. De vruchtbaarheid en het daaraan gerelateerde gedrag van immigranten uit westerse landen zijn meestal nauwelijks anders dan die van de autochtone bevolking. Immigranten uit niet-westerse landen gedragen zich in de eerste generatie meestal nog zoals men dat in het land van herkomst zou doen, maar de tweede generatie heeft zich al redelijk aangepast aan het nieuwe thuisland.

Wereldbevolking

earth Twee kinderen als norm - Stichting de Club van Tien Miljoen