Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

donderdag, 08 november 2018 16:32

Voor onze kinderen en kleinkinderen

Paul Gerbrands, historicus

De mensheid heeft de neiging zich in getalsterkte onbeperkt uit te breiden. Daarbij wordt er niet op gelet of er wel voldoende levensmiddelen beschikbaar zijn. Er wordt ook niet gekeken naar de vraag wat te doen, voor het geval de mensheid plotseling in grote hongersnood zou komen te verkeren.

Het is niet de eerste keer dat de mens zijn honger alleen nog maar kan stillen met behulp van de technische vooruitgang. Toepassing van kunstmest, ontbossing en irrigatie hebben de mens al eerder in staat gesteld grenzen te overschrijden die de natuur leek te stellen aan het aantal monden dat gevoed kon worden.

Anno 2005 zijn er meer dan 6,5 miljard mensen op de wereld en dat de meeste mensen nog redelijk tot goed te eten hebben, is onder meer een gevolg van de zeer moderne ontwikkelingen in de landbouwtechnologie. Maar de steeds groeiende wereldbevolking vraagt constant om meer en beter voedsel. In plaats van zich te bezinnen op de groei van de bevolking deinst men terug voor concrete maatregelen om de overbevolking terug te dringen en wordt er van alles aan gedaan om te voorzien in de dringende behoefte aan meer en beter voedsel. Dat voedsel moet bovendien economisch zeer aantrekkelijk geproduceerd kunnen worden. En daarom wordt weer de techniek ingeschakeld. Nu zullen genetisch gemanipuleerde granen en gekloonde dieren de grens van het voedseltekort verder kunnen oprekken. Bovendien zal de in aantal oprukkende mensheid tot in de verste uithoeken van de wereld nog meer energie gaan gebruiken om vliegverkeer, autogebruik en vele andere energieverslindende mogelijkheden van ijskast tot centrale verwarming te realiseren. Niemand heeft uitgerekend of dat allemaal betaalbaar is en of dat eigenlijk wel mogelijk is.

Terwijl het voedseltekort met oneigenlijke, discutabele, technische middelen wordt bestreden, komen ook op een andere manier de grenzen van het menselijk bestaan op aarde in zicht. De afgelopen 100 jaar is de zeespiegel al met 10 á 25 centimeter gestegen. De verwachting voor de komende 100 jaar is dat, ten gevolge van de uitstoot van broeikasgassen, de zeespiegel met 50 centimeter zal stijgen. ‘Begin jaren zeventig al verkondigde een aantal glaceologen (in het bijzonder Hans Weertman, Terry Hughes en Charles Bentley) de theorie dat de ijskap op de zuidpool inherent instabiel was. Een kleine verstoring zou daar het wegstromen van een zo grote hoeveelheid ijs op gang kunnen brengen dat de zeespiegel er wel 5 tot 6 meter door zou stijgen. In een zeker stadium van de theorievorming is wel aangenomen dat deze ramp zich al binnen een paar eeuwen zou kunnen voltrekken’ (NRC webpag. feb. 2000)

Wat recenter bevestigen Andrew Sheperd en zijn collega’s van het University College in Londen bovenstaande. In Science van 2 februari 2001 schrijven zij dat de Pine Island gletsjer in West-Antarctica inderdaad binnen een paar eeuwen kan loslaten om vervolgens geheel in zee te storten. Het landijs van West-Antarctica zou genoeg water bevatten om het wereldwijde zeeniveau met vijf meter te doen stijgen (Volkskrant, 3 februari 2001). Het is volgens de onderzoekers niet duidelijk wat precies de oorzaken zijn van de afsmelting, maar het lijkt erop dat de afname een voorbode is van grootschalige veranderingen in de ijskap op de Zuidpool.

Wat betekent dit alles voor Nederland dat toch al behoorlijk te lijden heeft van het water en alle zeilen moet bijzetten om droge voeten te houden? Nederland blijft gewoon investeren in de deltawerken, de afsluitdijk, de inpoldering van grote stukken van de voormalige Zuiderzee en spaart kosten nog moeite om het overtollige water via dijken, pompen en duizenden slootjes af te voeren. Terecht natuurlijk! Want de overheid heeft de taak de zaak hier droog te houden. Maar is dit op de lange termijn voldoende of moet er iets anders gebeuren? De hoge waterstand van de grote rivieren vormt een jaarlijks terugkerend probleem. Men is er nu wel achter dat dijkverhoging alleen niet voldoende is. Om het nog erger te maken. De bodem van Nederland daalt en doet dat al sinds de Middeleeuwen. Oorzaak is de dikke laag van fossiel veen onder de klei en zandgronden. Om gewassen als graan te kunnen bebouwen ging in de late Middeleeuwen afwateren. Hierdoor gaat het veen inklinken, waardoor het landniveau autonoom daalt ten opzichte van de zee. Toenemende bebouwing drukt de veenlaag verder in. Toen landbouw niet meer mogelijk was, stapte men over op veeteelt, maar bemaling was nog steeds noodzakelijk. Het proces van inklinking gaat nog steeds voort. Daarnaast is er de geologische daling door het verdwijnen van de gletsjers in Scandinavië. Die drukten tot 10 000 jaar geleden dat deel van Europa omlaag, zodat het nu omhoog komt, helaas zit Nederland in een zone die als gevolg daarvan daalt. De gaswinning speelt lokaal in noordoost Nederland een rol, maar voor het hele land zijn de andere invloeden veel belangrijker.

Door het onderlopen van veel deltagebieden in de hele wereld zal met name de landbouw een gevoelige klap krijgen. Nog meer voedseltekort. Voor Nederland betekent dit het wegvallen van de landbouwgronden in de westelijke provincies. Of dit direct tot problemen in de voedselvoorziening zal leiden, weet niemand nog. Een regelmatig terugkerend scenario zal wel zijn dat al het land ten westen van de lijn Leeuwarden - Bergen op Zoom op de middellange termijn niet meer droog te houden is. In de oostelijke helft van Nederland zal het dan heel druk worden. Maar velen onder ons maken zich niet zo druk over de overbevolking. Zij zien het niet zozeer als een probleem. En degenen die het probleem onderkennen, steken liever hun kop in het zand, omdat de consequenties wel eens erg groot zouden kunnen zijn.

Veel Nederlanders vinden het hier wel vol en te druk. Maar lering trekken uit een dergelijk gevoel van onbehagen blijkt een brug te ver. We leren er mee te leven. Want in ons sterk gerationaliseerde landje telt een ondefinieerbaar gevoel van onvrede pas, als het onbehagen wetenschappelijk kan worden onderbouwd. Dan is er pas het bewijs, dat het hier vol is. Zolang dat bewijs er niet is, wordt praten over overbevolking vaak afgedaan als onzin. Wie vindt dat Nederland vol zit met mensen, beton en asfalt, moet dus eerst met bewijzen komen. Criteria, aan de hand waarvan eenvoudigweg zou kunnen worden vastgesteld wanneer een land vol te noemen is, ontbreken echter. Zonder criteria kan de overheid volstaan met het bestrijden van de symptomen van de overbevolking zoals de files en het parkeerprobleem. Het probleem overbevolking zelf blijft daarmee buiten de discussie. Intussen stevenen we af op 17 miljoen inwoners. Volgens prognose van het CBS is reeds in 2015 de 17 miljoenste inwoner te verwachten.

Demografisch gezien is dit voor Nederland een uitzichtloze situatie. Maar van de kant van de overheid lijkt er nauwelijks sprake van enig besef van de ernst van de situatie. Daarom zijn bewustmaking, doorbreking van het taboe dat overbevolking heet en het leggen van een brede maatschappelijke basis voor een bevolkingspolitiek heel belangrijk.

img002 Voor onze kinderen en kleinkinderen - Stichting de Club van Tien Miljoen

Hoe minder ruimte een mens heeft voor zichzelf - letterlijk en figuurlijk - des te meer probeert hij ruimte voor zich op te eisen. Er ontstaan dan sociale problemen. Dat werd voorzien door de staatscommissie Muntendam. Die kwam in 1977 met haar rapport* en stelde toen uitgebreide maatregelen voor om iets aan de overbevolking te doen. De betrokkenheid van het Rapport Muntendam heeft begin jaren ’80 plaats gemaakt voor berusting, tolerantie en onverschilligheid bij de burger. Intussen is de bevolking gegroeid van circa 13 naar ruim 16 miljoen mensen nu. Maar het onderwerp overbevolking zit nog behoorlijk in de taboesfeer.

* Bevolking en welzijn in Nederland: rapport van de Staatscommissie bevolkingsvraagstuk, vastgesteld te Leidschendam, december 1976 (voorz. P. Muntendam). -  's-Gravenhage : Staatsuitgeverij, 1977.

In de hele wereld is dezelfde tendens te zien van een immer groeiende bevolking, maar dan gaat het om enorme aantallen. Op wereldschaal spreken we van miljarden mensen.

img004 Voor onze kinderen en kleinkinderen - Stichting de Club van Tien Miljoen

Nederland heeft nu meer dan 16 miljoen inwoners. Allemaal ongetwijfeld aardige mensen met een grote verscheidenheid aan afkomst, huidskleur, godsdienst, cultuur en taal. Gelukkig wordt er in Nederland niet of nauwelijks gediscrimineerd. Iedere legale inwoner, autochtoon of allochtoon, hoort er gewoon bij. Echter, gezien de noodsituatie in Nederland waarvan nog maar weinig mensen zich bewust zijn, is afname van het aantal inwoners een dringende zaak. Voor die noodzakelijke afname is een daling van het aantal geboorten zonder betekenis, als niet ook paal en perk wordt gesteld aan de immigratie. Maar alleen op een ethisch verantwoorde en democratische wijze, zonder welke vorm van discriminatie dan ook. Alle legale inwoners van Nederland hebben het recht hier te blijven en niemand van hen kan tegen zijn wil verplicht worden weg te gaan.

Bevolkingspolitiek

Als op het gebied van bijvoorbeeld de WAO, tegenwoordig de WIA, of de var­kensstapel een wanbeleid is gevoerd, kan de schade, hieruit ontstaan, op een termijn van enige tientallen jaren zich wel weer her­stellen. Wanneer de samenleving tot inkeer is gekomen, zullen de maatregelen hun effect wel sorteren. Maar door het ontbreken van een bevolkingsbeleid ten aanzien van bijvoorbeeld geboorte en migratie zullen de bevolkingsdruk en de maatschappelijke ontwrichting aanzienlijk hardnekkiger zijn. Juist om deze reden moet een bevolkingspolitiek geleidelijk ingevoerd worden om de afname van geboorte en immigratie harmonieus in te bedden in de samenleving, hoewel dat ook betekent dat de resultaten pas na jaren goed merkbaar worden. Maar voordat er daadwerkelijk sprake kan zijn van een effectieve bevolkingspolitiek, dient eerst het maatschappelijke en politieke taboe daarop doorbroken te worden. Vervolgens kunnen dergelijke maatregelen geen breed maatschappelijk draagvlak ontberen. Voorlichting kost ook heel veel tijd. En over concrete maatregelen zal nog menig kabinet kunnen struikelen. Want afschaffing van faciliteiten voor (grote) gezinnen en het niet langer fiscaal achterstellen van alleenstaanden bij gehuwden zullen zeer gevoelig liggen. In de brochure ‘Beleidsvoorstellen’ heeft de Stichting de Club van Tien Miljoen 24 concrete maatregelen voorgesteld, onderverdeeld in 7 rubrieken. Deze stichting houdt zich specifiek bezig met voorlichting over de ernst van de problematiek van de overbevolking in de wereld en in Nederland.

Voedsel

Heel Nederland bestaat ongeveer uit 3,5 miljoen hectare grond. Ongeveer 2 miljoen hectare daarvan is boerendomein (landbouw, veeteelt, tuinbouw etc.) Dat is ruwweg 60% van het totale landoppervlak. De overige 40% wordt ingenomen door bewoning, infrastructuur, bedrijfsterreinen, bos, natuurgebieden en recreatiegebieden. Een internationaal gehanteerde regel gaat er van uit dat één persoon continu gemiddeld 0,5 hectare vruchtbare grond nodig heeft voor enkele goed gevarieerde maaltijden per dag. Zelfs als alle vruchtbare grond in Nederland zou worden gebruikt voor de productie van voedsel, dan zouden nog slechts 4 miljoen mensen gevoed kunnen worden, uitgaande van de noodzakelijke 0,5 hectare landbouwgrond per inwoner. Enige uitbreiding van landbouwgrond zou verkregen kunnen worden door nog meer inpolderingen en door het verkleinen van natuurgebieden en recreatiegebieden. Maar dit zou een nog grotere belasting van natuur en milieu betekenen. Het effect zou betrekkelijk klein zijn, omdat de kloof te groot is tussen het huidige inwonertal van ruim 16 miljoen en het aantal van 4 miljoen dat van het vergrote landbouwareaal gevoed kunnen worden. De wereldwijde behoefte aan landbouwgrond neemt intussen toe, terwijl overal ter wereld de hoeveelheid landbouwgrond afneemt. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn erosie, toename van het aantal mensen, meer en grotere huizen, meer individueel ruimtegebruik, de aanleg van wegen en bedrijfsterreinen en stijging van het zeewater.

Extra landgebruik

Om aan de vraag van de Nederlandse bevolking te voldoen worden grote hoeveelheden voedsel geïmporteerd. Hiervoor worden vruchtbare gebieden overal in de wereld gebruikt. Bovendien zijn nog eens grote oppervlakten in gebruik voor de productie van vezels (als katoen en jute) en voor hout om aan onze vraag naar bouwmaterialen en papier te voldoen. Nederland kent (in geld uitgedrukt) een belangrijke agrarische export, vooral van producten uit de tuinbouw en de veeteelt. Hierdoor zou de indruk kunnen ontstaan dat het met het oppervlak aan landbouwgrond nogal meevalt. Bij nadere beschouwing blijkt het beeld wat minder rooskleurig. In de eerste plaats zal alle grondgebruik ten behoeve van de export gecompenseerd moeten worden door extra import van voedsel ofwel door landgebruik elders ter wereld.

In de tweede plaats heeft vooral de agrarische productie voor de export een sterk industrieel karakter. Dat wil zeggen dat er een grote input is van energie en aangekochte grondstoffen. Zo komt de tuinbouwproductie voor een groot deel uit verwarmde kassen die enorme hoeveelheden aardgas verbruiken tegen een speciaal laag tarief.

De varkens- en pluimveehouderij in Nederland is in hoge mate afhankelijk van geïmporteerd voer. Zo komt bijvoorbeeld veel maïs uit Amerika en cassavemeel uit Thailand. Ook hiervoor zijn in het buitenland grote oppervlakten nodig. In Nederland zelf wordt voor deze vorm van veehouderij heel weinig grondoppervlak gebruikt. Veel dieren zitten hun ellendige leven lang opeengepakt in enorme stallencomplexen. Men spreekt niet voor niets van ‘bio-industrie’! Wij in Nederland houden er een ernstig milieuprobleem aan over: het mestoverschot.

Om in al onze behoeften te voorzien leggen wij als Nederlandse bevolking beslag op een totale oppervlakte, verspreid over de wereld, ter grootte van bijna 14 maal het oppervlak van ons eigen land. Dat is ruwweg het grondgebied van Duitsland. Dit oppervlak wordt ook wel aangeduid als onze ‘ecologische voetafdruk’. Men kan dus zeggen dat wij in zeer letterlijke zin ’op grote voet leven’. Het voorgaande illustreert ook duidelijk de absurditeit van de veelgehoorde bewering dat Nederland helemaal niet vol is. Het aanslepen van alle producten die wij nodig hebben van over de hele wereld kan alleen doordat de energieprijzen voor dat vervoer in feite absurd laag worden gehouden. Die prijzen weerspiegelen niet de eindigheid van de voorraden fossiele brandstoffen op de aarde. We zwijgen nog maar van de voortgaande stijging van het CO2 -gehalte van de atmosfeer en het daarmee samenhangende ‘broeikaseffect’. Pas met 4 á 6 miljoen mensen is Nederland in staat het natuurlijk kapitaal van de aarde in stand te houden en te leven van de jaarlijkse rente zonder wereldwijd roofbouw te plegen op de aarde en de natuur. Het kapitaal dat aarde heet, de hoofdsom, blijft dan tot in lengte van jaren voor ons nageslacht in stand. Met andere woorden, dan zou een duurzame samenlevingsvorm mogelijk zijn op basis van een evenwicht tussen consumptie en productie van voedsel en energiebronnen.

Drinkwater

Het huidige tekort aan drinkwater wordt door de Verenigde Naties zelfs gezien als de grootste dreiging voor het voortbestaan van de mensheid. De kans dat er echt oorlogen om water zullen worden gevoerd door zelfs ‘beschaafde’ volken is even groot als de kans dat die dat doen om aan olie of uranium te komen. Want de snelheid waarmee vruchtbare grond verandert in dor steppegebied of in woestijn is hoog. Sinds 1970 is het aantal hectaren woestijn in de wereld verdubbeld. De Verenigde Naties voorspelden al eerder dat ruim 30% van het totale aardoppervlak tot woestijn verwordt. Het kappen van hout, ontbossing, te intensieve verbouwing van akkers en kaalslag met als gevolg erosie en het onvruchtbaar worden van vruchtbare grond zullen hun negatieve uitwerking op de toekomstige voedselvoorziening zeker niet missen. Overmatige irrigatie en verdere daling van het grondwater zijn het gevolg.

Het klinkt wellicht vreemd, maar een als ‘nat’ bekend staand land als Nederland heeft ook schaarste aan goed drinkwater en deze schaarste zal bij voortzetting van de huidige ontwikkelingen alleen maar toenemen. Door de enorme stijging van het verbruik van water is het evenwicht verstoord geraakt, zodat over grote gebieden de grondwaterstanden zijn gaan dalen. Dit heeft onder meer tot gevolg dat natuurgebieden worden ‘droog getrokken’ en onherstelbaar in kwaliteit, dat wil zeggen in biologische verscheidenheid achteruitgaan. Behalve dat de hoeveelheden grondwater ontoereikend zijn, gaat ook de kwaliteit ervan achteruit, terwijl ons voor de toekomst nog meer verslechtering te wachten staat. Deze verslechtering is een gevolg van allerlei verontreinigingen die op en in de bodem worden gebracht. Waarschijnlijk de belangrijkste factor hierbij is het beruchte mestprobleem in de intensieve veehouderij (de bio-industrie). We hebben hier ook te maken met een traag verlopend lange termijn proces. Zelfs indien vandaag de overbemesting zou worden gestopt, dan gaat de verslechtering van het grondwater nog door vanwege de verontreiniging die al op het land is aangebracht en die ‘onderweg’ is naar het grondwater. Waarschijnlijk is deze verslechtering een onomkeerbaar proces.

Vanwege de ontoereikende hoeveelheid grondwater wordt steeds meer drinkwater gewonnen uit oppervlaktewater: rivieren en meren. Het gaat om water dat in Rijn en Maas ons land binnenkomt. Deze rivieren hebben op hun weg het afvalwater van dichtbevolkte en sterk geïndustrialiseerde gebieden in Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en België opgenomen. Voorzichtig gezegd laat daardoor de waterkwaliteit te wensen over. En zuivering brengt hoge kosten met zich mee. Met de huidige, min of meer direct beschikbare drinkwatervoorraden en reinigingsinstallaties is er slechts drinkwater voor tien miljoen mensen.

Zeespiegelstijging

De elkaar afwisselende ijstijden liggen inderdaad wel erg ver buiten het menselijke gezichtsveld. Maar de laatste 2000 jaar geschiedenis levert toch al voldoende aanknopingspunten op voor een lange termijnpolitiek of op zijn minst voor een bewustwording van mogelijke dreigingen. Alleen al kijken naar de ontwikkelingen van de laatste paar honderd jaar levert ook al voldoende reden tot ernstige bezorgdheid. In zo’n korte tijd zijn soms ook al patronen te ontdekken. Zo zitten er bijvoorbeeld tussen de Elisabethvloed uit de 15e eeuw en de watersnoodramp uit 1953 in Zeeland nog vele andere overstromingen, maar daaruit is door vorige generaties nooit een les getrokken. Een minstens even interessant voorbeeld is de verandering van de Belgische en de Nederlandse kustlijn. Die is in de loop der eeuwen verschoven, waardoor betrekkelijk grote delen van België en Nederland korter of langer onder water stonden, soms decennia, soms eeuwen lang. Zo heeft de Belgische zeehaven Brugge eeuwen aan zee gelegen om het Belgische achterland te voorzien van goederen. Enkele eeuwen later ligt Brugge zover in het binnenland dat zelfs een kanaal niet meer toereikend is als toegangsweg. Kilometers verderop moest een nieuwe haven verrijzen aan de nieuw gevormde zeekust: Zeebrugge. Deze haven vervangt nog steeds die van het dichtgeslibde Brugge. Maar met de huidige dreiging van een stijgende zeespiegel, wat ook de oorzaak hiervan moge zijn, is het te verwachten dat Brugge over 100 jaar weer als zeehaven dienst doet. De haven van Zeebrugge heeft waarschijnlijk geen ander lot dan onderwater te verdwijnen.

Het stoppen van de pompen, die in West-Nederland thans de bodem droog houden, zou al binnen enkele dagen leiden tot een weliswaar geringe, maar wel blijvende situatie van ondergelopen grond. In de kustprovincies Zeeland, Noord- en Zuid-Holland en Friesland zou het economische verkeer volledig geblokkeerd worden vanwege de onbegaanbaarheid van de snelwegen, provinciale wegen, ondergelopen tunnels en de onbevaarbaarheid van de waterwegen. Industriecentra, veel huizen in laaggelegen woonwijken en de kelders van alle woningen in deze gebieden verliezen dan hun sociale en economische functie. Dat pompen is in feite nu al een dweilen met de kraan open, omdat vele steden in de genoemde provincies nu al permanent onder de zeespiegel liggen. De aanname dat de zeespiegel tot 2050 ongeveer vijftig centimeter zou stijgen, is in uiteenlopende rapporten onderbouwd. Zo’n geringe stijging kan al de doodsteek kan zijn voor de volledige landbouw-, fruitbouw- en veeteeltsector in het nú al zeer regelmatig door water geplaagde Westland. Door het blijvende verlies aan landbouwgrond in alle rivierdelta’s over de wereld zal het moeilijk worden een compensatie voor het eigen verlies van voedsel elders in de wereld te vinden. Een tekort aan voedsel voor de export én voor import zal de prijs ervan opdrijven.

Bebouwingsdichtheid

Er wordt veel grond gebruikt voor huisvesting en bedrijfsgebouwen. De toename van de bevolking maakte een snelle uitbreiding van de woningvoorraad nodig. Tussen 1962 en 1992 verdubbelde het aantal woningen van 3 tot 6 miljoen. De oplossing werd gezocht in hoogbouw. Die bleek al gauw niet de juiste: de verpaupering sloeg toe. Hoogbouw is een symptoom van overbevolking en vergroot de bevolkingsdichtheid ter plaatse. In de jaren ’70 en ’80 ontstonden de sfeerloze en dichtbevolkte wijken met smalle woningen en kleine tuinen. De geringe openbare ruimte in die wijken wordt nu in beslag genomen door het verkeer en de geparkeerde auto’s. Wij hebben medelijden met de kinderen die in een dergelijke wijk opgroeien.

Economisch gezien is hoogbouw een noodzakelijkheid vanwege de grote aantallen mensen in de steden. Menselijkerwijs gesproken is het onverstandig en onverantwoord veel mensen dicht op elkaar te pakken. De Bijlmer is een goed voorbeeld van hoe het niet moet. Nederland heeft een randstad van circa tien miljoen inwoners met jonge slaapsteden en buitenwijken zonder ziel. Het ruimtegebrek is daar goed merkbaar. De architect die beweert dat er in Nederland met gemak 20 miljoen woonhuizen kunnen staan, woont zelf waarschijnlijk in de Ardennen. De mens is niet gemaakt voor massaliteit. Massaliteit is leuk, als je weet dat je er ook snel uit kunt ontsnappen. Wie bijvoorbeeld Sydney uit rijdt, zit midden in niemandsland. Maar wie Amsterdam of Rotterdam uit rijdt, zit snel weer in een andere stad. En overal zijn de bekende gevolgen: niet alleen massameetings en manifestaties als voetbalwedstrijden en popconcerten, maar ook de ‘gewone’ dagelijkse geluidsoverlast, de vervuiling en de agressie.

Geboorten

Sinds 1900 is het aantal Nederlanders sterk gestegen, van 5 miljoen tot 16 miljoen mensen in 2001. En dat aantal is voornamelijk het resultaat van het voortplantingsgedrag van de autochtone Nederlanders door de jaren heen. Vooral de laatste vier generaties is de groei fors geweest. Een groei van ruim 11 miljoen mensen in nog geen honderd jaar is veel voor een klein land als Nederland.

Tussen 1950 en 1970 had Nederland in vergelijking met de ons omringende landen een hoog geboortecijfer. Elk jaar werden er bijna 250.000 kinderen geboren. Aan het eind van de jaren ’60 trad er een kentering in. Tussen 1970 en 1975 daalde het aantal geboorten in enkele jaren met 30%. Ook de bevolkingsprognoses konden worden bijgesteld. In 1975 werd berekend dat Nederland per 1 januari 2000 een bevolking van 14,3 miljoen inwoners zou hebben. Daarna zou de bevolkingsgroei stoppen en overgaan in een afname. De aandacht voor de bevolkingsgroei verdween toen snel. Het probleem leek zich immers vanzelf op te lossen. Doordat nu, aan het begin van het nieuwe millennium, bijna een kwart van de Nederlandse vrouwen geen kinderen krijgt, is het aantal kinderen per vrouw gedaald. De verwachting was dat dit op termijn zou leiden tot een afname van de bevolking. Niets is minder waar. Want als uitvloeisel van de hoge aantallen geboorten in de periode tot 1970 is er nog altijd een aanzienlijk geboorteoverschot. In Nederland zijn in 2000 ongeveer 206.500 kinderen geboren. Na aftrek van het aantal sterfgevallen (ca.140.500) resulteert een geboorteoverschot van 66.000. Het geboorteoverschot zou op langere termijn kunnen afnemen en uiteindelijk kunnen omslaan in een sterfte-overschot. Ook hier is de werkelijkheid anders, omdat het aantal geboorten na 1985 weer toenam en het grote gezin weer in de mode kwamen.

Migratie

Het aandeel van het migratie-overschot in de bevolkingsgroei nam in de tweede helft van 20e eeuw in Europa enorm toe. Vooral in Nederland. In veel West-Europese landen was toen al geen geboorte-overschot meer vanwege een minder snelle groei in eerdere decennia van deze eeuw. Hierdoor nam in Europa het aandeel van het migratie-overschot in de bevolkingsgroei als totaal snel toe. In veel Westeuropese landen werd de bevolkingsgroei uitsluitend veroorzaakt door het migratie-overschot. Hieronder staat een tabel met de geboorten- en de migratie-overschotten van Nederland voor de periode 1946-2005.

 img006 Voor onze kinderen en kleinkinderen - Stichting de Club van Tien Miljoen

Het aantal immigranten bestaande uit gastarbeiders en vluchtelingen is de laatste dertig jaar enorm gestegen. De tabel geeft het immigratie-overschot aan. (CBS 2000). Er zijn in de loop van de geschiedenis wel vaker mensen voorgoed hierheen gekomen. Bijvoorbeeld hugenoten, joden, Indiërs, katholieken, Vlamingen en Walen. Uit alle lagen van de bevolking, met of zonder opleiding. Deze mensen werden ingepast in de Nederlandse samenleving, die daar plaats voor had. Door hun eigen opstelling en kleine aantallen was een vlotte integratie geen probleem. Nederland is nu veel voller geworden. De grenzen van het toelaatbare zijn overschreden. Daarom is de immigratiekraan dankzij Fortuyn fors dichtgedraaid. Want zonder immigratiebeperking heeft geboortebeperking weinig zin. Maar ondanks allerlei regelingen en wetten blijft er onzekerheid over hoeveel mensen de weg naar Europa en Nederland weten te vinden. Immers de snel groeiende wereldbevolking die eind 2005 het record van 6,5 miljard bereikte en binnen de vijf jaar de 7 miljard zal hebben bereikt, zal ongetwijfeld een hoog percentage van hen deze kant op sturen.

img008 Voor onze kinderen en kleinkinderen - Stichting de Club van Tien Miljoen

Remigratie is geen optie, omdat ook Nederland niet dezelfde fout moet maken die veel landen tot nu toe maakten. Dat was het surplus aan bevolking afwentelen op andere landen. Dat is ethisch en economisch evenmin verantwoord als het leegroven van de rest van de wereld ten behoeve van het in stand houden van de welvaart hier. Het gegeven van 16 miljoen inwoners betekent een ramp voor Nederland. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog kende Nederland bij een inwonertal van 10 miljoen mensen nog wel een emigratie bevorderend beleid. Maar ondanks het rapport van de staatscommissie Muntendam van 1977, waarin een actief emigratiebeleid werd voorgesteld, kent Nederland nu een taboe op het onderwerp overbevolking en is het op weg naar 17 miljoen inwoners. Daarnaast moet worden onderkend, dat juist het immigratie-overschot van de laatste decennia mede heeft geleid tot een groter aantal geboorten. Een groot deel van de migranten bestaat nog uit jonge volwassenen, die na hun aankomst in Nederland eveneens zullen overgaan tot het stichten van grote gezinnen, omdat dat in het land van herkomst gebruikelijk is. Ook zij hebben de neiging hun bruiden hierheen te halen.

Vervoer

De toenemende behoefte aan mobiliteit van het groeiende aantal inwoners zal uiteindelijk het woon-werkverkeer en het recreatieve verkeer steeds moeilijker maken. Als het aantal mensen niet gaat dalen, komt er dus ook geen einde aan het aanleggen van nieuwe wegen. Iedere oplossing van verkeersproblemen zoals files is slechts de bestrijding van symptomen. Dit betekent dat niet de oorzaak van het probleem wordt aangepakt, de overbevolking, maar alleen een gevolg van die overbevolking. Hier is dat het fileprobleem. Bovendien is de symptoombestrijding slechts een selectiemiddel. Wie meer kan betalen, rijdt gewoon meer. Denkbaar is ook, wat in Venezuela is ingevoerd, een rijverbod op maandag voor mensen van wie het nummerbord met een bepaalde letter begint etc. Inmiddels worden zelfs op sommige plaatsen in de spitsuren de vluchtstroken als rijbaan gebruikt, terwijl die juist bedoeld waren voor de veiligheid. Weer symptoombestrijding.

Werkgelegenheid

Volledige werkgelegenheid is belangrijk. Dat mag niet ter discussie staan. Hoe meer mensen er zijn, des te meer werkgelegenheid er nodig is. Maar meer werkgelegenheid brengt ook veel nadelen met zich mee zoals ruimtebeslag, verkeersdruk, milieuvervuiling met meer kans op blijvende milieuschade, meer verbruik van water en verdwijning van nog meer natuur. De omvang van de bevolking moet worden beperkt, indien we aan volledige werkgelegenheid als uitgangspunt willen vasthouden. We streven er in Nederland inderdaad naar het aantal werklozen te laten dalen. Het toelaten van immigranten, grenspendelaars en buitenlandse werknemers is hiermee in strijd. Met andere woorden: onze economie is er om ons een goed leven te bezorgen en om aan arme samenlevingen een deel van onze rijkdom af te staan, maar niet om onze maatschappij te benadelen. De werkgelegenheid neemt niet bepaald toe in die gebieden waar het juist nodig is, als wij zo veel mogelijk werk hier naar toe blijven halen. Echte samenwerking op het gebied van ontwikkeling van arme landen vereist eerder een omgekeerde politiek. De conclusie is dat wij anderen moeten helpen het goed te hebben, zodat ze niet uit hun land weg hoeven.

Recreatie en stress

Een toenemende bevolking met veel vrije tijd heeft behoefte aan recreatieruimte. Deze behoefte wordt vergroot door de hedendaagse mogelijkheden tot mobiliteit. Niemand wil dat de mensen afnemen. Maar veel ruimte voor recreatie en ontspanning in de natuur is al verloren gegaan. Het kleine stukje dat over is, wordt te intensief gebruikt. We moeten een keuze maken tussen: of minder mensen of minder recreatie en minder natuur. We hebben immers steeds meer grond nodig voor de aanleg van wegen, huizen, kantoren, industrieterreinen en viaducten en voor landbouw en veeteelt. Maar ook willen we nog natuurgebieden overhouden. Er is niet veel plaats meer in Nederland. We wonen hier zo dicht op elkaar en het ruimtegebrek is zo nijpend dat meer wegen, meer fietspaden en meer treinen allang geen oplossing meer zijn.

De vrije natuur

De laatste eeuwen is de mens in Nederland de oorzaak geweest van het verdwijnen van woeste gronden, vrije natuur en van een afname van een groot aantal dier- en plantensoorten. De belangrijkste factor hierbij is de vernietiging van geschikte leefgebieden, meestal doordat deze gebieden door de mens ‘ingepikt’ en voor eigen gebruik ontgonnen worden. Belangrijk is verscheidenheid van leven. Veel soorten planten en dieren zijn in verschillende ecosystemen nodig voor het reguleren van natuurlijke processen zoals bestuiving van planten en bescherming tegen ziekten.

Door een steeds versnellende technologische ontwikkeling gedurende de laatste eeuwen heeft de mens zijn bestaansmogelijkheden sterk kunnen uitbreiden. Dit alles ten koste van andere levensvormen (dieren en planten), waarmee wij de hulpbronnen van onze aarde moeten delen. Zeker in Nederland staat de vrije natuur onder zware druk. Aankoop van natuurgebieden is een goede zaak die zeker moet worden voortgezet. Maar zowel Greenpeace als Natuurmonumenten en vele andere natuurbeschermers vechten tegen de bierkaai, wanneer de mens als soort niet een forse stap terug doet ten gunste van de natuur. De mens vergeet maar al te vaak dat hij daar deel van uitmaakt en nodig heeft voor zijn eigen overleving. Er bestaat geen handvest voor de rechten van het dier. Als het aan de dieren en de planten had gelegen, was er in Nederland na 1800 waarschijnlijk niemand meer bijgekomen. Dan was het aantal mensen blijven steken op 2 miljoen. Wilde dieren als wolven, paarden, herten, zwijnen en bevers kwamen vroeger in Nederland voor. Gelukkig zijn er buiten Nederland gebieden zijn waar de druk van de mens niet zo groot is als hier, al worden deze gebieden ook steeds schaarser.

Energie

De natuur biedt de mens fossiele brandstoffen zoals olie en gas. Maar die raken op. Bovendien levert het gebruik wereldwijde milieuproblemen onder andere in de vorm van het broeikaseffect. Het gebruik van zonne-energie is wel een alternatief maar vergt veel land: ongeveer 20% van het totale Europese landoppervlak zou nodig zijn om voor Europa alle benodigde energie van de zon te kunnen betrekken. In het overbevolkte Nederland met betrekkelijk weinig zonuren is hiervoor veel te weinig ruimte. Bovendien zou de opwekking van duurzame energie middels zonnepanelen, hout, plantaardige olie en gewassen voor het verwerven van methanol ten koste gaan van de voedselproductie. Trouwens het omzetten van voedsel in energie zou een wel erg wonderlijke zaak zijn, gezien de omstandigheid dat bij de moderne landbouw zeer veel fossiele energie wordt aangewend. Het plaatsen van windturbines neemt ook veel ruimte in beslag, bovendien zijn vele locaties niet geschikt vanwege geringe windvang en horizonvervuiling. De tijd dringt, want fossiele brandstof als energiebron is bijna verleden tijd en de houtvoorraad in de wereld als brandstof krimpt ook snel.

Bevolkingsdichtheid

Hierna treft de lezer een lijst naar inwonertal en een lijst naar bevolkingsdichtheid. Beide lijsten zijn gebaseerd op gegevens uit de Ecologiebibliotheek en het CIA World Factbook van 2005. Daaruit staan hieronder twee selecties. Een van landen naar inwoneraantal en een naar bevolkingsdichtheid per km2. Door deze twee lijsten naast elkaar te leggen wordt de positie van Nederland als ernstig overbevolkt land snel duidelijk.

Aantal inwoners per land in miljoenen in 2005

Volksrepubliek China met Hong Kong

1.313.661.696

India

1.080.264.388

Verenigde Staten

300.060.948

Brazilië

186.112.794

Russische Federatie

143.420.309

Nigeria

128.765.768

Duitsland

82.431.390

Egypte

77.505.756

Verenigd Koninkrijk

60.886.331

Venezuela

25.375.281

Australië

20.093.254

Mozambique

19.406.703

Nederland zonder Antillen

16.407.491

België

10.364.388

Oostenrijk

8.184.691

Denemarken zonder Groenland

5.432.335

Uruguay

3.415.920

Mongolië

2.791.272

Namibië

2.030.692

Suriname

438.144

CIA World Factbook van 2005

 

Bevolkingsdichtheid per land per km2 in 2005

Nederland

484

België

338

India

319

Verenigd Koninkrijk

246

Duitsland

231

Oostenrijk

197

Nigeria

141

Volksrepubliek China met Hong Kong

134

Denemarken zonder Groenland

125

Egypte

71

Verenigde Staten

31

Venezuela

27

Mozambique

24

Brazilië

21

Uruguay

19

Russische Federatie

9

Suriname

8

Australië

3

Mongolië

2

Namibië

2

CIA World Factbook van 2005. Deze cijfers zijn afgerond

 

Het is verhelderend de bevolkingsdichtheid van Nederland te vergelijken met die van de buurlanden Denemarken en Duitsland. Wie één van deze landen kent, beseft wat Nederland als gevolg van de overbevolking aan immateriële welvaart mist. Wie Nederland uit het begin van de 20e eeuw vergelijkt met Nederland van begin 21e eeuw, stapt in een andere wereld.

Een al te hoge bevolkingsdichtheid beperkt de vrijheid van de individuele mens. Hoe meer vrijheid één persoon voor zich zelf opeist, des te meer kan hij de vrijheid van zijn medeburgers beperken. Zo kan bijvoorbeeld het aanleggen van een weg aan de een ruimte geven, terwijl de ander zich beperkt weet in zijn natuurbeleving. Zo kunnen allerlei vrijheden in toenemende mate de meest fundamentele vrijheden van anderen aantasten.

Voor een duidelijk beeld en een goed historisch besef staat hieronder een tabel met het aantal wereldburgers. De tabel gaat terug tot ver voor Christus.

img010 Voor onze kinderen en kleinkinderen - Stichting de Club van Tien Miljoen

Vergrijzing

Heel vaak wordt vergrijzing gebruikt als argument om de overbevolking niet te bestrijden. In een vergrijsde samenleving zouden te weinig mensen beschikbaar zijn om het nodige werk te doen. In het bijzonder zou het verzorgen van de bejaarden in het gedrang komen. De ondeugdelijkheid van dit argument wordt onder andere aangetoond door het feit dat er in de categorie 20 tot 64 jarigen vaak veel mensen werkeloos aan de kant staan. Zo was b.v. in 1997 de arbeidsparticipatie van deze leeftijdsgroep slechts 65%. De overigen van deze leeftijdsgroep waren werkloos. Hier was en is nog zoveel arbeidsreserve aanwezig dat iedere denkbare mate van vergrijzing gemakkelijk kan worden opgevangen. Daarom zou de financiering van de vergrijzing anders en beter kunnen worden aangepakt dan nu gebeurt. Zie over dit onderwerp de twee brochures van de stichting de club van tien miljoen: ‘Vergrijzing als onnodig spookbeeld’ en ‘De vergrijzing geen probleem’.

Illegaliteit

De schattingen over het aantal illegalen in Nederland overstijgen de 100.000. Illegaal zijn wil zeggen de wet overtreden: binnengekomen zijn zonder paspoort en hier leven zonder geldige verblijfsvergunning. De Nederlandse regering en de Europese Commissie geven respectievelijk veel geld uit aan paspoorten en grensbewaking. Zij zouden dat niet doen, indien dit niet van levensbelang zou zijn voor Nederland en de Europese Unie. Illegaal verblijf is wel degelijk een forse wetsovertreding. Iedere Nederlander die hier probeert te ontkomen aan welke Nederlandse wet dan ook, is ook strafbaar. Waarom de wet niet gewoon van toepassing laten zijn op iedereen? De wet geldt toch ook voor handelaren in mensen en zij die ‘kerkasiel’ verlenen aan hen die zijn uitgeprocedeerd. Illegaliteit betekent een uitholling van ons rechtsstelsel en maakt een bevolkingspolitiek onmogelijk.

Vluchtelingen

Enkele miljoenen mensen zwerven op deze wereld rond en zijn terecht op zoek naar veiligheid en betere levensomstandigheden. Hun aantal neemt toe. Het zal duidelijk zijn dat het hier voornamelijk gaat om mensen wier economische leefomstandigheden verre van ideaal zijn. Naar onze westerse maatstaven gemeten zouden grote delen van de bevolking van Azië, Afrika en Zuid-Amerika reden hebben om hun land te ontvluchten. Maar wat is vluchten? Onder vluchten verstaan wij iets anders dan om economische en relationele redenen proberen ergens anders een bestaan op te bouwen.

Er zijn zeker twee miljard mensen die het heel slecht hebben. Het is erg eenvoudig te roepen dat deze mensen in principe welkom zijn, omdat ze toch niet tegen te houden zijn. Het is ook eenvoudig periodiek illegale vluchtelingen achteraf te legaliseren zoals dat in Europa vaker gebeurd is. Dat is eerder een gebaar van machteloosheid, onkunde en gebrek aan visie dan van medemenselijkheid.

Het vluchtelingenverdrag van Geneve is opgesteld in 1951. Het ging toen om zeer kleine aantallen mensen vergeleken bij nu en het ging alleen om individueel vervolgden die in het vrije Westen onderdak kregen. Het communistische Oostblok was onze grootste leverancier. Maar het is nooit de bedoeling geweest grote groepen uit bijvoorbeeld Polen of Oost-Duitsland naar het Westen te halen. Het was meer een politieke signaalfunctie naar die regimes en het bevestigde ons gevoel van eigenwaarde. Het ging toen niet om economische vluchtelingen, maar om mensen uit concentratiekampen van de Sovjet-Unie en de voetbalstadions van Chili. Het betrof dissidente schrijvers, andere politiek vervolgden en oorlogsslachtoffers uit bijvoorbeeld Vietnam. Voor hen moet dat verdrag blijven gelden, ongeacht het aantal. Als we alleen op individuele slachtoffers van onfrisse regimes het predicaat vluchteling zouden plakken en niet meer op alle vluchtelingen, dan wordt de groep ineens veel kleiner.

Slot

Het is volstrekt onbegrijpelijk dat veel mensen en instellingen binnen de Nederlandse samenleving zo onverschillig staan tegenover de problematiek van de overbevolking. Juist degenen die het voor het zeggen hebben - de politiek, het bedrijfsleven en religieuze organisaties - hebben gigantische belangen bij een voortduren van de huidige gang van zaken. Van hen valt niet te verwachten dat zij zelf gaan snijden in hun afnemers. Want hoe meer mensen, hoe meer economische vooruitgang. In geval van minder mensen zouden de rendementen op investeringen wel eens lager kunnen uitpakken. Dan zou er werkeloosheid, verlies van welvaart en onbetaalbaarheid van pensioenen kunnen dreigen.

En de individuele mens vreest bij invoering van een bevolkingspolitiek zijn individuele vrijheid kwijt te raken als het bijvoorbeeld gaat om de keuze van het aantal kinderen.

Het is zo langzamerhand wel duidelijk dat juist de individuele vrijheid en de alsmaar groeiende economische belangen de rede van de mens verlammen en het taboe overbevolking alleen maar groter maken. De mens is een korte-termijn denker. Hij doet aan struisvogelpolitiek en is slechts uit op snelle behoeftebevrediging.

 Men gaat nog steeds uit van de veronderstelling dat de huidige welvaart onveranderd zal voortduren, omdat de techniek oplossingen zal aanreiken voor de problemen die op de loer liggen. Deze houding is gemakzuchtig, want de situatie is nu al problematisch en dreigend, terwijl in de komende 20 à 30 jaar de wereldbevolking zal groeien met ongeveer 3 miljard mensen. Landen als China, India en Brazilië zullen met hun snel groeiende economieën de mogelijkheden van de aarde nog meer onder druk zetten. Het is dan ook noodzakelijk is om nu in te grijpen en zodoende voorbereid te zijn op de situatie van de volgende generatie.

Wereldbevolking

earth Voor onze kinderen en kleinkinderen - Stichting de Club van Tien Miljoen