Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

zaterdag, 14 december 2013 14:09

Vrijheid

Hoe meer we de vrijheid van de mens centraal stellen, des te minder blijft er van de mens en het milieu over. Als mensen dicht op elkaar zitten, moeten zij veel rekening met elkaar houden. Aldus leidt overbevolking eerder tot vermindering dan tot vermeerdering van de individuele vrijheid. Want de vrijheid van iedere mens bestaat namelijk uit allerlei stukjes vrijheid.

Deze deelvrijheden concurreren in zekere mate met elkaar en maken dat ieders vrijheid wordt beperkt door de vrijheid van anderen. Vanzelfsprekend ervaart ieder mens zijn vrijheid pas goed in de omgang met de medemensen, in het sociale verkeer. Maar vrijheid kan ook een soort abstractie worden, een soort afgeleide en verkleinde uitgave van wat eens een groot goed was. Zo is de vrijheid om te genieten van de natuur vandaag absoluut niet meer te vergelijken met de vrijheid die onze voorouders hadden, toen zij 200 jaar geleden door Nederland trokken. Deze beperking heeft veel te maken met het aantal mensen in relatie tot de omgeving waarin men op dat moment verkeert. Indien in een toch al drukke omgeving sommige mensen zich bovendien meer toestaan dan op dat moment algemeen wenselijk is, wordt het een kwestie van afwegen. Of men probeert zich te schikken naar de veranderde omstandigheden en zich maar tolerant te gedragen of men verzet zich tegen die zijns inziens onredelijke omstandigheden. Interessant is het te zien dat het individu vandaag eigenlijk nauwelijks de vrijheid heeft tot kiezen. Want wat valt er nog te kiezen waar het gaat om wandelen in de vrije natuur? De maatschappij zal hem of onverdraagzaam of veeleisend vinden. Het gevolg is dat veel mensen eieren voor hun geld kiezen en zich noodgedwongen onverschillig gaan gedragen.
Hoe meer vrijheid aan de één wordt toegekend of door de ander wordt genomen, des te minder vrijheid blijft er dus voor anderen over. Wie in zijn auto honderd kilometer per uur rijdt waar anderen de maximumsnelheid van dertig kilometer per uur niet overschrijden, legt beperkingen op aan iedereen in zijn omgeving. En wie de radio in zijn eigen tuin zo hard zet dat liefhebbers van lezen naar binnen moeten, beperkt zijn buurtgenoten in hun vrijheid. Vrijheid is een kwestie van evenwicht en wederkerigheid in het maatschappelijke verkeer en kan alleen ontwikkeld en uitgeoefend worden in een sociale samenhang. In een communistische omgeving is de afbakening van persoonlijke vrijheden een meer van zelfsprekend gegeven dan in een liberale context. Hier ligt juist het accent op de individuele ontplooiing van de mens. Het is in een vrije, westerse, samenleving eerder de vraag of een overheid beperkingen aan de individuele mens mag opleggen dan in welke mate. Het geringste verbod wordt immers ervaren als een beperking of aantasting van de persoonlijke leefsfeer. Bovendien schijnt ieder individu in onze samenleving beter dan wie ook te kunnen inschatten of een bepaald verbod of gebod eigenlijk wel zin heeft. De afweging zou moeten zijn of het algemeen menselijk welzijn al of niet wordt aangetast. Juist het uitblijven van maatregelen kan zeer schadelijk zijn voor de menselijke vrijheid. Wanneer de samenleving zich toch richt op het inperken van de individuele vrijheid, wordt dat door de betrokkenen vaak als een persoonlijke aanval ervaren, terwijl de meeste maatregelen juist bedoeld zijn om de vrijheid van iedereen te beschermen of zelfs te vergroten. Dat het in dit laatste geval in ons kleine volle landje soms gaat om de keuze voor een virtuele vrijheid laten we even in het midden. Ook maatregelen die tegen bepaalde groepen worden genomen, worden eerder uitgelegd als gericht tégen een groep lastige mensen, bijvoorbeeld herrieschoppers, dan dat zo’n maatregel wordt uitgelegd als nuttig voor de samenleving. Onder het motto dat het toch moet kunnen wordt door het publiek soms zelfs partij gekozen tegen een overheid die met de sterke arm opkomt voor het algemeen belang.
Een uiterst gevoelig punt is de vrijheid van ieder mens om zich onbeperkt voort te planten. Wie dertien kinderen wil, krijgt zelfs voor dertien kinderen kinderbijslag en eist doodleuk zelfs, vaak met succes, van de gemeente een groter huis. De overheid betaalt wel, omdat daar nog steeds het automatisme geldt dat het krijgen van kinderen een goede zaak is voor het land, de landsverdediging, de pensioenen en eventueel nog het geloof. Echter, er worden ook geluiden gehoord die zeggen dat het krijgen van kinderen een kwestie is van een persoonlijke levensvervulling, een hobby, waarvoor niet de overheid de rekening moet krijgen. Bevolkingsgroei in dichtbevolkte landen als Nederland kan zeer ten nadele uitpakken van veel andere vrijheden en kan in toenemende mate de meest fundamentele vrijheden aantasten. Tegen deze achtergrond bezien betekent bevolkingsplanning niet zozeer een inbreuk op de vrijheid zich voort te planten, maar eerder een veiligstellen van andere zaken. In sommige leefgemeenschappen was trouwen en kinderen krijgen alleen dan toegestaan, als er weer een hut vrijkwam. De voortplanting is nu veel meer een universeel recht dat is vastgelegd. Het gevolg is dat de moderne maatschappij ineens weer honderdduizenden woningen nodig kan hebben. Kinderen krijgen was vroeger vaak een kwestie van economische noodzaak, van godsdienstige aansporing, van behoefte aan een oudedagsvoorziening, van ideologische dwang of van financiële nood. Deze overwegingen zijn nog ruimschoots in arme landen te vinden. Het zou getuigen van een groot verantwoordelijkheidsbesef als de overheid het krijgen van kinderen zou maken tot een volledige privékwestie,  waar de ouders financieel volledig verantwoordelijk zijn voor de voeding en opvoeding van hun kinderen en waar de overheid niets meer subsidieert. De andere mogelijkheid is dat de overheid het krijgen van kinderen tot een zaak van het algemeen belang maakt en zich een sturende rol toe-eigent, zoals vroeger de stamoudsten deden. Nu doet het enigszins denken aan het omroepbestel waar ook geen keuze kan worden gemaakt. In ieder geval rust er op het woord bevolkingspolitiek een taboe en dat kan pas worden weggenomen als er op een behoorlijke manier en zonder gedachtepolitie sprake kan zijn van meningsvorming over dit onderwerp. In Nederland zijn er tijden geweest waarin het onderwerp geboortebeperking  meer bespreekbaar was dan nu. In de tijd van het Rapport Muntendam, de jaren zeventig, was dat het geval. Maar de conclusies van dat rapport zijn nooit in beleid omgezet uit angst voor het mogelijke effect van de anticonceptiepil en de dreigende gelegaliseerde abortus.

Paul Gebrands

Wereldbevolking

earth Vrijheid - Stichting de Club van Tien Miljoen