Overpopulation Awareness is de website van Stichting De Club van Tien Miljoen

Slide background

De wereld is te klein voor ons

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Druk hè!?

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Een goed milieu begint met de aanpak van overbevolking

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Ga heen en vermenigvuldig u niet

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Grenzen aan de groei

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Hoe meer zielen, hoe meer file

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Mensen met kinderwens zijn dubbel verantwoordelijk voor de toekomst

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Overbevolking = overconsumptie

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Stop de uitputting en vervuiling van de aarde

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

Te weinig welvaart voor teveel mensen

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We houden van mensen maar niet van hun aantal

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Slide background

We kunnen de mensheid niet op haar beloop laten

Steun ons in de strijd tegen overbevolking!

Online nieuwsbrieven

woensdag, 01 november 2000 15:42

Nieuwsbrief november 2000

Jaargang 6, nummer 3, november 2000

DE MINDERBEDEELDEN IN HET VOLLE NEDERLAND
De reacties van de Nederlander op het onderwerp overbevolking variëren, globaal gesteld, van grotendeels ongeïnteresseerd tot en met een weinig uitgewerkt gevoel dat ons land inderdaad te vol wordt. In de pers lees je er steeds meer over, de politiek echter durft er nog geen standpunt over in te nemen.

Het betreft mensen met angstvisioenen omtrent de volte van ons land en de rampen die daar op korte termijn uit zullen voortvloeien. Of het betreft mensen uit de rechts radicale sfeer, "eigen volk eerst" types, met onder andere ongenuanceerde opvattingen omtrent asielzoekers en immigranten in ons land en onhaalbare oplossingen daaromtrent.

Complexer ligt de zaak bij de groep, de min of meer uitgesproken tegenstanders. Daaronder zijn ook globaal twee groepen te onderscheiden.

Eerst de groei- of kwantumdenkers. Het betreft hier mensen, niet zelden uit de hoek van de economische wetenschappen en het bedrijfsleven, die ten eerste menen dat een afname van onze bevolking tot een achteruitgang van onze economie en onze welvaart zal leiden en die ons daarnaast allerlei modellen en technische oplossingen voorschotelen waaruit blijkt dat we er best nog een paar miljoen meer op leuke wijze onderdak kunnen bieden. Deze groep denkt overwegend in termen van veel en meer. We moeten meer consumeren, meer mobiliteit krijgen en meer welvaart, en dit alles, merkwaardig genoeg, onverbrekelijk verbonden met meer mensen.

Vervolgens de moeilijker te omschrijven groep die elke vorm van bevolkingsbeleid al snel reflexmatig lijkt te categoriseren als een boosaardig complot tegen de minder bedeelden of minder weerbaren in onze maatschappij. Zij keren zich nadrukkelijk tegen een beleid om het bevolkingstal terug te dringen. Hun motivatie ligt in de hoek van de maatschappelijkheid en de emotionaliteit.

Er wordt als vanzelfsprekend van uitgegaan dat een bevolkingsbeleid gericht zal zijn tegen immigranten en asielzoekers in Nederland. Er zit iets merkwaardigs en onlogisch in deze reactie; immers het zijn juist de minder bedeelden en minder weerbaren in onze maatschappij voor wie een te vol land het meest bezwaarlijk en ook riskant is. De welgestelden immers kunnen zich veel beter onttrekken en losmaken van die volheid, ze kunnen beter wonen, vaker met vakantie gaan of zich een tweede huisje buitengaats permitteren etc. Als er bovendien een tijd van economische tegenspoed komt of erger (denk maar eens aan escalatie van de Midden- Oosten crisis, beperkte aanvoer brandstof en voedsel), zijn het de minder weerbaren die het eerst en ergst getroffen worden.

Tenslotte doet zich in deze hoek ook weer het onvermijdelijke verschijnsel van de belangengroepering voor. Immers een aanzienlijke groep mensen in ons land, veelal sociologen en andere goed opgeleiden en goed betaalden, is direct of indirect werkzaam of economisch betrokken bij instellingen die wel varen bij toename van de behoefte aan sociale begeleiding in ons land. Bewust of onbewust vormen deze mensen een sterke lobby voor een toename van het aantal sociaal behoeftigen, zoals ‘asielzoekers" en uitgerangeerde gastarbeiders; en dus vormen zij een sterke lobby voor een vol land.

Kortom, de motieven van de diverse groepen tegenstanders van bevolkingsbeperking wijzen niet alleen op een gebrek aan gezond verstand maar hebben soms ook veel weg van opportunisme. Onbegrijpelijk, want bij een geleidelijke afbouw van het bevolkingstal langs de route die de Club Van Tien Miljoen voorstaat, vaart iedereen wel, niet alleen de slimmen en welgestelden, die zich toch wel kunnen redden in nieuwe maatschappelijke omstandigheden, maar juist de minder weerbaren, die hun kansen en levensvervulling veel dichter bij huis moeten vinden. Zij krijgen in een vol land minder ruimte en aandacht dan in een minder vol land.

Met minder mensen kunnen meer mensen genieten van meer kwaliteit.

ER GEBEURT VEEL IN EEN KLEINE STICHTING
Dit is de derde nieuwsbrief dit jaar. Wij hebben dit jaar ook twee nieuwe folders uitgegeven, de een met de titel "Een volledige bezetting" over Nederland en immigratie. Onlangs is de laatste brochure bij u in de bus gegleden. Deze gaat over de herziene beleidsvoorstellen, geschreven voor Nederland. Het afgelopen jaar heeft de stichting in totaal 22.000 poststukken verstuurd: de folders waren in kleur en de nieuwsbrieven zwart-wit. De afgelopen 12 maanden hebben wij in het land ook weer enkele lezingen verzorgd en er staan nieuwe lezingen op het programma.

De voorzitter is soms ook te gast in België en Luxemburg voor het houden van een lezing. Ook zijn wij nogal vaak te horen op de radio, of omdat wij onderwerp van gesprek zijn, of omdat iemand van ons zich in een lopende discussie mengt. Het afgelopen jaar was de televisie wat minder royaal voor ons, maar daar staat tegenover dat men dank zij de Wereldomroep nu ook van ons weet in Australië, Nieuw Zeeland en Canada. Wie weet wat dat voor goede gevolgen heeft? Het aantal mensen, dat bij ons folders bestelt, neemt duidelijk toe, ook via internet. Een gelukkige bijzonderheid is dat er enkele royale en zeer royale donateurs zijn die het ons mogelijk maken onze kostendekkend te houden. Hopelijk volgen er nog een paar gulle gevers. We kunnen in ieder geval terugzien op een goed jaar.
We gaan onverdroten door.

COMMENTAAR
De heer Mr.M.J.van Rossum du Chatel uit Zwolle stelt in een bezorgde brief dat de tekst van de vorige nieuwsbrief met de titel ‘Het CDA wil terug naar 3 miljoen inwoners’ de indruk wekt dat politieke partijen zich niet veel gelegen laten liggen aan de kiezers.

Inderdaad, waar het gaat om overbevolking en aanverwante zaken is dat een juiste interpretatie van dit artikel. De heer Van Rossum stelt verder dat onze woorden ondemocratische krachten in de kaart zouden kunnen spelen. Daar zijn wij niet zo bang voor in Nederland. Het lijkt ons juist een goede zaak als de politiek zich open en kwetsbaar opstelt door ook die onderwerpen bespreekbaar te maken waar zij zelf mee worstelt. Dat is echte democratie. Dan is ook een echte discussie mogelijk zonder dat tevoren de uitslag van een debat vaststaat. Het negeren door de politiek van zaken als overbevolking in Nederland wekt op zijn minst de indruk van een paternalistische houding van een overheid en van politieke partijen die graag zelf aangeven wat voor de onderdanen wel of niet goed is. Dat begint te lijken op politieke bevoogding. De heer Van Rossum vindt dat wij hierin geen begin van een totalitair gebeuren mogen zien. Misschien heeft hij hierin gelijk. Mogen wij hier slechts totalitaire trekjes zien? Of moet je het gewoon censuur noemen? Rondom zaken als overbevolking en immigratie is inderdaad een politiek-ideologisch mijnenveld ontstaan, bestaande uit taboes en ideologische bekrompenheid, ook wel bekend onder de term ‘politieke correctheid’. Hierdoor is het bijna onmogelijk geworden een inhoudelijke discussie te voeren en een adequaat beleid te ontwikkelen. Een zeer duidelijke illustratie was het rumoer rond de ethica Mevrouw Dupuis, toen zij het waagde een tijdelijke stop op het binnenlaten van asielzoekers voor te stellen in afwachting van het wegwerken van de achterstanden in de behandeling van de asielaanvragen. Uit vrees voor hun reputatie en uit angst voor de media lopen verantwoordelijke personen het liefst in wijde bogen om bovengenoemde problemen heen.
Dat speelt in ieder geval wél ondemocratische krachten in de kaart.

OOK VOOR NEDERLAND STRAKS MINDER VOEDSEL EN OLIE
Het is begrijpelijk, dat ieder land het welvaartsniveau van het rijke westen nastreeft. Maar is welvaart met het niveau en de kwaliteit van Nederland mogelijk voor 6 miljard wereldburgers? Het antwoord is neen. Misschien wel voor 3 miljard mensen. Een land als India met 1 miljard inwoners om te voeden, zou met maar 90 miljoen inwoners geen gebrek aan voedsel hebben en ieder zou delen in een welvaart die steeds meer het westerse niveau zou kunnen bereiken. Het is duidelijk, dat het gaat om een keuze tussen enerzijds veel mensen die weinig voedsel en anderzijds weinig mensen die over veel voedsel kunnen beschikken. Voor het rijke Nederland geldt nog steeds dat er veel voedsel is, maar daar hebben wij wel een gebied voor nodig dat zeker twintig keer zo groot is als heel Nederland. Er komt een moment waarop voedsel niet alleen voor een land als India, maar ook voor Nederland schaars wordt. Voor olie geldt hetzelfde als voor voedsel.

Tijdens een voordracht voor een commissie in het House of Commons, in juli 1999 sprak Colin Campbell van Petro-consultants in Genève over ‘de naderende top van de olieproduktie in de wereld’. Hij stelde dat de olievoorraden vier keer sneller uitgeput raken dan zij ontdekt worden. Dat de ontdekkingen van olievelden wel over hun hoogtepunt heen zijn. En dat de helft van de in totaal nog winbare olie, rond een miljard barrels, afkomstig zal zijn uit vijf landen in het Midden Oosten.

"Ik vind het absurd, dat het beheer van de distributie van de belangrijkste brand- stof ter wereld in handen blijft van een paar feodale families die het Midden Oosten beheersen."
(Colin J. Campbell in een informatief schrijven uit 1999 naar een gezamenlijke vergadering van alle partijen in het House of Commons).

De olie-producenten in het Midden-Oosten zullen vanaf 2001 ongeveer 35 % van de jaarlijkse wereldproductie halen. Hierdoor kunnen zij de prijzen van olie volledig beheersen. Zij zullen dan veel hogere prijzen gaan bedingen. Een prijsschok vanuit het Midden-Oosten is dan niet meer te voorkomen. Dit zal, aldus nog steeds Campbell, een catastrofe op de effectenbeurzen teweeg brengen die een periode van grote politieke en economische spanningen zal inluiden, waarbij Europa, Amerika en Japan zullen vechten om de olie uit het Midden Oosten. De Derde Wereld krijgt dan ook harde klappen te verduren en zal niet meer in staat zijn om te importeren.

Campbell betoogde verder dat de vijf machtige olielanden in het Midden Oosten tegen het jaar 2008 hun top van de olieproductie zullen bereiken. Deze zal daarna onvermijdelijk langzaam gaan teruglopen met zo’n 3 % per jaar. Er zullen toenemende tekorten ontstaan en de wereldmarkt zal tenslotte instorten wegens de hoge transportkosten. Een stijging van de benzineprijs naar 10 gulden voor één liter benzine is o.i. dan niet ondenkbaar.

"Het gaat er niet meer om of maar wanneer de beslissende permanente olieklap komt. Deze verlammende en duurzame klap zal niet worden opgelost door welk patroon van herverdeling of door welk economisch vernuft ook, omdat het een gevolg zal zijn van gestage en meedogenloze uitputting van het gebruikelijke aanbod van ruwe olie in de hele wereld."
(L.F. Ivanhoe in "Get Ready for Another Oil Shock!", een artikel in "The Futurist", 1997).

Intussen verlenen tal van overheden subsidies voor gebruik van fossiele brandstoffen en zij vergroten daarmee de behoefte aan en de afhankelijkheid van het product olie. Daardoor worden op dit moment voor het vracht-, vaar-, en vliegverkeer niet de werkelijke vervoerskosten worden berekend. Des te groter zal de klap zijn voor het vervoerswezen als niet alleen de hoeveelheid olie zelf minder zal worden, maar als ook de oliesubsidies voor het vervoerswezen zullen wegvallen. En wat te denken van de gevolgen voor de samenleving als de overheid niet meer de beschikking heeft over de belastinginkomsten uit olie.

In dit kader is het interessant het verslag te lezen dat Norman Myers schreef voor het International Institue for Sustainable Development in Winnipeg. Hij zegt hierin dat subsidies voor fossiele brandstoffen de vervuiling door zure regen, smog en temperatuurstijging op wereldniveau verergeren en dat subsidies voor wegtransport allerlei soorten vervuiling vermeerderen en nog veel meer verkeersopstoppingen en verkeersongevallen veroorzaken. Maar indien regeringen hun verkeerde subsidies, op zaken als olie, zouden stoppen, zouden de meeste van die regeringen wel de gelegenheid hebben om hun budgettekorten met één klap op te heffen en om bovendien aldus een betere bijdrage te leveren aan verbetering van het milieu dan door enige andere maatregel.

Een duidelijk voorbeeld is de benzineprijs in de Verenigde Staten. De sluimerende kosten van het wegtransport in de Verenigde Staten zijn slechts het gevolg van subsidies op benzine. Subsidie kan natuurlijk goed zijn. Er is echter veel verkeerde subsidie. Belangengroepen en politieke pressiegroepen houden een lage benzineprijs voor het vervoer in stand. Interessant zou zijn te onderzoeken wat bv. de lobby voor de Betuwelijn heeft opgeleverd.

Andrew Ferguson schreef twee circulaires, respectievelijk getiteld Sugar Cane and Energy en Biomass and Energy, waarin hij uitlegt dat het, bij het huidige niveau van energieverbruik, uitermate moeilijk zal zijn om fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame energiebronnen.

De hoogst haalbare netto energie-opbrengst uit biomassa lijkt voorlopig de winning van ethanol uit suikerriet, hetgeen ca 2,1 kilowatt per hectare (2,1 KW/ha) kan opleveren. Wanneer bovendien gebruik zouden worden gemaakt van wind- en zonne-energie, komt hij tot een maximale schatting van ca 3,2 KW/ha.

Vergelijken we dit met het energie-verbruik van de gemiddelde West-Europeaan bij zijn huidige levensstijl (ca 4,2 KW per persoon), dan zou dus per persoon minimaal 1,3 ha land nodig zijn, alleen al om het energieverbruik te dekken.

Voor Nederland (ca 16 miljoen inwoners) betekent dit dus ca 21 miljoen ha vruchtbaar land, ofwel zes maal de totale oppervlakte van Nederland, alleen voor de energievoorziening. Daarboven komt dan uiteraard nog de landbehoefte voor voedselproductie, infrastructuur, recreatie, etc. Dit is eens te meer een illustratie dat de voet waarop wij leven (in technische termen: onze "ecologische voetafdruk") vele malen groter is dan de oppervlakte van ons hele land.

Er is dus sprake van een blijvend tekort aan energie, indien olie als grondstof substantieel afneemt. Dan zal de keus moeten vallen op meer windmolens en meer agrarisch gebied voor de productie van ethanol uit suikerriet. En dat laatste kost oneindig veel vruchtbare grond die nu nog gebruikt kan worden voor de productie van voedsel.

Veel welvaart voor alle mensen is een illusie. Een alternatief is veel welvaart met beduidend minder mensen. Of zoals de slogan van de stichting luidt: "Méér mens met minder mensen". Niet alleen in India, maar ook in Nederland. (Bron: OPT, Newsletter juli ’99)

BESTUUR
Het afgelopen jaar heeft het bestuur van de stichting 7 maal vergaderd. De adviesraad 4 maal en de verschillende werkgroepen hebben zich ook niet onbetuigd gelaten. Er zijn nu twee folders in de maak: een over de multiculturele samenleving en er is een begin gemaakt met een vergelijkende studie waarin de situatie in Nederland en in Denemarken in 1950 en in 2000 met elkaar vergeleken gaan worden. Alle werk wordt gedaan door vrijwilligers. Het is op zijn plaats ook hier de waardering van het bestuur uit te spreken. Er wordt heel veel werk verzet.

'SUGAR CANE AND ENERGY' EN 'BIOMASS AND ENERGY'
Het zijn twee circulaires van de hand van Andrew Ferguson. Hierin legt hij uit dat het buitengewoon moeilijk wordt om het toenemende tekort aan fossiele brandstof, met name olie, te vervangen door nieuwe energiebronnen. Er wordt al energie geleverd door ethanol uit suikerriet te halen. Maar de netto opbrengst hiervan is ongeveer 2,1 Kw/ha (66 GJ/ha/jr.). Dit betekent dat één persoon ongeveer 2 hectare per jaar nodig heeft. De huidige Europese levensstijl verbruikt 4,42 kW/p.p. aan fossiele brandstof. Er zijn geen oogsten uit biomassa of genetische manipulatie te verwachten die een duidelijk betere netto energieopbrengst leveren dan de ethanol uit suikerriet. De beste huidige schatting gaat ervan uit, dat één hectare land 100 gigajoules energie per jaar zal produceren (3,17 kW/) uit een reële selectie van duurzame energiebronnen met inbegrip van wind- en lichtenergie. Kernenergie als alternatief is maatschappelijk niet aanvaard.

Wereldbevolking

earth Nieuwsbrief november 2000 - Stichting de Club van Tien Miljoen